Met het uitbreken van de Afrikaanse varkenspest in Wallonië stelt zich de vraag: en wat nu? Hubertus Vereniging Vlaanderen beantwoordt de vijf meest prangende vragen. 

 

1. Vrijdagochtend kwam de nationale taskforce samen, waar ook Hubertus Vereniging Vlaanderen deel van uitmaakt. Is ondertussen al meer geweten over de uitbraak?

De melding gebeurde door een jager die meteen de bevoegde instanties informeerde. Hij vond namelijk drie dode everzwijnen en één verzwakt jong. De staalafname gebeurde bij twee van de vier dieren, en testte in beide gevallen –helaas– positief.

Rond de zone van de besmetting werd een gebied afgebakend, en die loopt van Florenville tot Habay-la-Vieille, tot Arlon, kortom, het zuidelijke deel van de provincie Luxemburg dat grenst aan Frankrijk en aan het Groothertogdom Luxemburg.

2. Wat is precies over die zone beslist?

Daar geldt vanaf vandaag voor minstens een periode van één maand een totaal jachtverbond. In de zone (ongeveer 63.000 hectare) komt ook een grondige monitoring, om de schaal van het probleem te kunnen inschatten. Afhankelijk van de situatie ter plekke worden al dan niet extra maatregelen genomen. Daarna volgt een evaluatie.

Ondertussen is ook in 43 gebieden in Frankrijk beslist om de jacht te verbieden.

3. Ik heb een everzwijnenjacht ingepland in Wallonië? Moet ik die nu annuleren?

Wellicht, als die plaats ging vinden in de afgebakende besmettingszone. Voor de rest van Wallonië gelden voorlopig geen concrete maatregelen. In de nabije toekomst, afhankelijk van hoe snel de Afrikaanse varkenspest zich verspreidt, kan dat natuurlijk wijzigen.

Wie in Wallonië jaagt en een dode everzwijn vindt, die verwittigt best de autoriteiten via het telefoonnummer 1718, speciaal hiervoor opgericht. Ook zieke dieren (die afwijkend gedrag tonen zoals desoriëntatie) of karkassen met schuim in de longen moet de jager best aangeven.

Wie wegens professionele redenen in contact komt met everzwijnen, zoals dierenartsen of slagers, mag 72 uur lang niet in contact komen met gewone varkens.

4. Ik jaag in Antwerpen en Limburg, waar veel everzwijnen leven. Wat moet ik nu doen?

Voor Vlaanderen gelden voorlopig geen jachtbeperkingen.

Toch wordt aangeraden om, zoals in Wallonië, een ziek of een dood gevonden exemplaar altijd te melden bij de ophalers van de kadavers (de door de overheid aangeduide VOC’s).  Neem steeds ook alle biosanitaire maatregelen in acht.

Biosanitaire maatregelen zoals? Na de jacht de handen wassen met water en zeep. Laarzen en gebruikte materialen die in contact zijn geweest met een everzwijn grondig reinigen en ontsmetten. Een goede reiniging gebeurt door eerst met een borstel het ergste vuil te verwijderen. Vervolgens alle oppervlakten met water en zeep schoonmaken en laten drogen; nadien ontsmetten met een geschikt ontsmettingsmiddel.

Reinig en ontsmet voertuigen ter plekke of in een nabijgelegen wasstraat, en zeker de wielkasten niet vergeten, of elementen zoals de voetmat. Zittingen kunnen van tevoren worden afgedekt met plastic.

Was kleding die gedragen werd tijdens de jacht op minstens zestig graden met een hoofdwasmiddel.

Neem geen (delen van) karkassen of trofeeën mee van geschoten dieren.

Bovenstaande aanbevelingen lijken misschien verregaand, maar het is zaak die zo maximaal mogelijk op te volgen.

5. Ik heb een everzwijn geschoten. En nu?

Ontweid de karkassen niet ter plaatste maar breng die naar een daartoe voorziene plaats die niet toegankelijk is voor levende everzwijnen –zoals een afgesloten gebouw of een omrasterd terrein in open lucht. Ingewanden en ander afval horen in een gesloten vuilnisbak, en worden best vernietigd door RENDAC.

Hubertus Vereniging Vlaanderen tracht hiervoor met de overheid de noodzakelijke logistieke ondersteuning en financiële middelen vrij te maken.

Een staalafname is momenteel niet verplicht. ANB onderzoekt jaarlijks een aantal stalen op Afrikaanse varkenspest, maar geeft aan dit aantal voorlopig niet te verhogen. De kans dat een besmet everzwijn wordt geschoten is immers zeer klein aangezien de ziekte meestal binnen de tien dagen dodelijk is. Het is dan ook veel productiever om in te zetten op het melden van gevonden kadavers. Indien je een duidelijk verzwakt of ziek dier ziet, raden we aan om dit te schieten en het kadaver te melden bij de ophalers van de kadavers (de door de overheid aangeduide VOC’s).