‘In hun afkeer van de jacht blijken tegenstanders ver te gaan. Zelfs als dat, op het absurde af, hun eigen belangen schaadt.’ Dat schrijft de raad van bestuur in het voorwoord van De Vlaamse Jager van maart. 

Neem als eerste voorbeeld Vogelbescherming Vlaanderen. Die organisatie stapte naar de Raad van State om de regelgeving rond de bestrijding van kraaien, kauwen en eksters aan te vechten. Met name de passieve goedkeuring moest eraan, waarbij de schadelijder tot actie mocht overgaan als die geen tegenbericht kreeg van het Agentschap voor Natuur en Bos. De rechter vond die manier van werken evenmin sluitend, en schorste daarop niet alleen de procedure maar tevens enkele belangrijke delen van het Soortenbesluit.

Dat Soortenbesluit bepaalt welke dieren in Vlaanderen van een beschermde status genieten, maar ook onder welke voorwaarden die tijdelijk opgeheven kan worden.

Welnu, het schrappen van die voorwaarden zorgde voor talrijke gênante situaties voor Vogelbescherming Vlaanderen. Door hun beslissing om de Raad van State in te schakelen, bleek plots de grootste onduidelijkheid te bestaan over het statuut van de wolf, en over de compensatieregel bij doodgebeten schapen. Ironisch is dat net een van de vurigste verdedigers van de wolf ineens juridisch de grootste bedreiging ervan vormde.

Ook de regeling rond exoten – zoals de Chinese muntjak, die zeldzame hyacinten opeet – bleek door de rechter geschrapt. Met andere  woorden: door de schuld van Vogelbescherming Vlaanderen kregen soorten die een bedreiging vormen voor de inheemse natuur plots weer vrij spel.

Zelf probeert de organisatie (en bevriende media en politici) de consequenties van haar eigen actie zo veel mogelijk te minimaliseren, of zelfs helemaal te negeren. Maar feit blijft: dit valt simpelweg niet uit te leggen.

In dat opzicht, en evenmin uit te leggen: wat te denken van Ben Weyts? Ook hij liet recent zijn schijnbare antipathie voor de jacht prevaleren boven het gezond verstand. Op slinkse wijze, zonder overleg met het middenveld, besliste hij als Vlaams minister van Dierenwelzijn om het gebruik van elektrische stroomhalsbanden in de toekomst te verbieden. Dus ook tijdens de jachtpraktijk. Bovendien heeft Weyts ‘niet de intentie om hiervoor nog een aanpassing van de regeling voor te stellen’.

Dat is vreemd. Ten eerste, omdat de minister eerder beloofde de jachtsector op de hoogte te houden van nieuwe ontwikkelingen. En ten tweede, omdat stroomhalsbanden gebruikt worden om zowel de veiligheid van de jachthond als van de burgers in het verkeer te garanderen. Het laat de eigenaar immers toe om zijn hond die achter een vluchtend stuk wild aangaat, op afstand te corrigeren, en eventuele ongevallen met verkeer te vermijden. Maar de minister, eveneens bevoegd voor Mobiliteit, blijkt vreemd genoeg doof voor dat argument.

Welke rol speelt Hubertus Vereniging Vlaanderen in beide verhalen? Die van de betrokken partij die haar verantwoordelijkheid neemt. Door met de administratie zo snel mogelijk naar een nieuwe aanmeldingsprocedure te zoeken. En door, in het geval van de stoomhalsbanden, naar het Grondwettelijk Hof te stappen.

Voor alle duidelijkheid, niet iedereen moet de jacht verdedigen en steunen. Tegenstand mag, moet zelfs: het houdt jagers bij de les. Maar laat die tegenstand dan wel onderbouwd zijn, consequent, en niet roekeloos. Dat mag misschien vreemd klinken voor een jagersorganisatie,
met felle concurrenten – maar als iets blijkt uit de twee voorbeelden hierboven, dan wel dat slechte maatregelen en ondoordachte acties vooral onze directe omgeving treffen: onze honden, de veiligheid van collega-jagers, het wild dat wij duurzaam beheren.

Met alle marsen voor het klimaat die tegenwoordig in Brussel plaatsvinden, denkt de jager, verbolgen over zoveel onwil soms voor zijn passie, met heimwee en vernieuwde hoop terug naar Gent 2003.