Eind oktober werd Hubertus Vereniging Vlaanderen vzw gecontacteerd door een Antwerps jager. De jager had zich opgesteld rondom een maïsperceel dat op dat moment werd gerooid. Volgens de natuurinspecteur was de jager een illegale jachtdaad aan het stellen, namelijk het onterecht uitvoeren van een mechanische of machinale drijfjacht!! Hubertus Vereniging Vlaanderen vzw nam onmiddellijk contact op met het kabinet van bevoegd minister Joke Schauvliege.

Volgens de minister moet de beschreven praktijk niet als een drijfjacht maar als een aanzitjacht  beschouwd worden en is het derhalve toegestaan. De Natuurinspectie zal dit standpunt onder de aandacht van alle natuurinspecteurs brengen

De natuurinspecteur stelde dat het uitvoeren van een mechanische drijfjacht verboden was. Dit was volgens hem ook de stelling van het ANB en wel om volgende redenen. Art. 19 van het jachtdecreet stelt: “De Vlaamse Regering treft een regeling voor de middelen die kunnen worden gebruikt bij de uitoefening van de jacht in het volledige grondgebied van het Vlaamse Gewest of in een gedeelte ervan en dit met het oog op het verstandig gebruik van wildsoorten en hun leefgebieden. Het is verboden om niet door de Vlaamse Regering toegestane middelen voor het doden of vangen van wild te gebruiken.” Volgens de natuurinspecteur is het uitoefenen van een “mechanische of machinale drijfjacht” nergens in de jachtregelgeving toegestaan, want nergens staat vermeld dat een mechanisch aangedreven toestel/voertuig mag aangewend worden bij de jacht. Begrijpe wie begrijpen kan…

Een maïsdorser of eender welke landbouwmachine  zal niet op een veld verschijnen om de jagers te helpen tot schot te komen. Dat tuig zal ingezet worden om een gewas te rooien of een landbouwactiviteit uit te voeren. Punt!

Van Dale omschrijft drijfjacht als “jacht waarbij het wild door drijvers op de jagers wordt toegedreven”.  De jachtpraktijk leert ons dat in de meeste gevallen de drijvers vergezeld worden van een meute honden. Bovendien maakt men tijdens een drijfjacht veel lawaai, onder andere hoorngeschal. Drukjacht is de jachttechniek waarbij één of een paar drijvers in alle stilte, soms (maar zeer zelden) vergezeld van een enkele hond, zorgen dat het wild rustig in beweging komt, waarna de jager, vaak vanuit een hoogzit, het wild bejaagt.

In de beschreven casus is nergens sprake van het inzetten van drijvers en/of honden. De contextuele beschrijving laat Hubertus Vereniging Vlaanderen vzw besluiten dat deze jachtpraktijk veeleer onder de rechtsfiguur van de aanzitjacht valt. Het is immers een derde partij die niet deelneemt aan het jachtgebeuren of een externe factor die zorgt dat het wild springt. Stel u trouwens voor dat u ergens aanzit op uw kansel en 400 meter verder is een landbouwer een weide aan het maaien, lopen twee joggers en een dame vergezeld van haar twee honden door een bos, waardoor wild in uw richting beweegt. Zou u  dan ook niet mogen overgaan tot schot omdat dit ogenschijnlijk een “drijfjacht” zou zijn?

Op 9 november ontving HVV van volgend antwoord van de minister:

“Bij navraag bij de Natuurinspectie kan ik stellen dat het algemeen standpunt van de Natuurinspectie het volgende is: de beschreven praktijk wordt niet als een drijfjacht maar als een aanzitjacht  beschouwd en is derhalve toegestaan. De Natuurinspectie zal dit standpunt onder de aandacht van alle natuurinspecteurs brengen.”

Jagers mogen zich dus opstellen rondom akkers of velden die op dat moment gerooid of bewerkt worden om bijvoorbeeld een everzwijn of vos te strekken.

Dank aan de minister!