Nu in grote delen van het land dikke plakken sneeuw ligt, is de ‘sneeuwregel’ in de jacht van kracht.

In het Jachtvoorwaardenbesluit van 25 april 2014 wordt de sneeuw- en vorstregel geformuleerd als volgt (Art. 7):

Art. 7.
§1. Als het sneeuwt op de locatie waar wordt gejaagd en de sneeuwlaag een dikte van vijf centimeter bereikt, wordt de jacht opgeschort. De opschorting duurt tot 24 uur na het vallen van de laatste sneeuw.

De opschorting, vermeld in het eerste lid, geldt niet in de volgende gevallen:

1° voor de jacht in de bossen en op het wild dat uit die bossen wordt opgestoten en gestrekt in het open veld, binnen de 50 meter van de voormelde bossen;
2° voor de jacht op de houtduif, de Canadese gans en het konijn;
3° voor de jacht op waterwild op of onmiddellijk langsheen moerassen, waterplassen en waterlopen met inachtneming van paragraaf 2 van dit artikel;
4° voor de jacht op grof wild.

§2. De jacht op waterwild is verboden op een afstand van 150 meter of minder langs moerassen, waterplassen en waterlopen waarvan de oppervlakte en de bijbehorende rietkragen langs de oevers voor meer dan de helft met ijs zijn bedekt.

§3. In het geval van zeer harde en langdurige vorst kan de jacht tijdelijk worden opgeschort door het hoofd van het agentschap. De opschorting van de jacht kan per provincie en per categorie van wild worden ingesteld. Het hoofd van het agentschap neemt de beslissing tot opschorting van de jacht op advies van de betrokken provinciale directeur van het agentschap.

De jacht wordt dus niet opgeschort vanaf het moment waarop er sneeuw ligt op de grond, maar vanaf dat er een sneeuwlaag van 5 cm aanwezig is op de locatie waar wordt gejaagd. Vanaf dat moment wordt de jacht op het perceel opgeschort tot 24 uur nadat de sneeuwval is gestopt. Deze termijn wordt door de bevoegde diensten bepaald op basis van waarnemingen het dichtstbijzijnde weerstation van het KMI.

In de periode dat er een sneeuwlaag van minimaal 5 cm aanwezig is en de sneeuwval nog geen 24 uur is gestopt, kan er uitsluitend gejaagd worden op de volgende wildsoorten en wel binnen de voorzien openingstijden uiteraard:

  • Grofwild (ree, everzwijn, edelhert, damhert en moeflon)
  • Houtduif
  • Konijn
  • Canadese gans
  • Waterwild indien gejaagd wordt op of onmiddellijk langsheen moerassen, waterplassen en waterlopen.
    Opgelet: op of binnen een afstand van 150 m langs moerassen, waterplassen en waterlopen mag waterwild uitsluitend worden gejaagd op voorwaarde dat de wateroppervlakte (inclusief rietkragen) langs de oever niet voor meer dan de helft met ijs bedekt is.

Weet ook dat de sneeuwregel niet geldig is in de bossen en binnen de 50 m van de bossen voor wild dat uit deze bossen wordt opgestoten.

Net zoals vroeger kan bij zeer harde en langdurige vorst de jacht tijdelijk worden opgeschort, maar dat kan verschillen tussen de provincies. Het is dus mogelijk dat Limburg een jachtverbod oplegt terwijl dit in West-Vlaanderen niet van kracht is. Bovendien kan het jachtverbod ook per categorie van wild worden ingesteld (bijvoorbeeld voor kleinwild en waterwild maar niet voor grofwild en overig wild).

 

In Wallonië bestaat er geen sneeuwregel en is jacht bij sneeuwval of bij sneeuwbedekking wettelijk dus toegelaten.

Uiteraard is jacht bij (zeer) gure weersomstandigheden ook een kwestie waarin elke jager een weidelijke en oordeelkundige beslissing moet maken, afhankelijk van de lokale omstandigheden en de toestand van het jachtwild. In situaties waar het wild het door de weersomstandigheden hard te verduren heeft, is het een wijze en weidelijke beslissing om niet te jagen – ook al laat de wetgeving dit wel toe.