Een Vlaamse jager nam acteur Axel Daeseleire mee op trofeejacht in Afrika. ‘Alles in Namibië gebeurt volgens de wettelijke regels, niets illegaals aan. Meer nog: de jacht laat de oorspronkelijke natuur terug natuur zijn.’

‘Trofeejacht biedt een meerwaarde voor Namibië. Economisch. Ecologisch. En ja, het blijft een fantastische jachtervaring door de vele indrukken.’ Dat vertelt Georges, de Vlaamse jager die acteur Axel Daeseleire vergezelde in ‘Trafiek Axel’, een programma dat op de zender Vier loopt, en dat naar eigen zeggen onderzoekt ‘wat allemaal te koop is met geld’.

Naast orgaandonatie, het gebruik van anabole steroïden en de handel in adoptiekinderen, komt ook trofeejacht in beeld. Georges, al jaren groot liefhebber van het Afrikaanse wild en lid van Hubertus Vereniging Vlaanderen, zegde zijn medewerking toe, om een correcte weergave van de situatie te geven. ‘Akkoord, een dier wordt wegens zijn trofee geschoten, maar dat betekent niet dat het jagen nergens anders toe dient, integendeel.’

De opnames waren in juli. Hoe kijkt u terug op de reis?

‘Ik vond het een interessante, tegelijk intense ervaring, zoals altijd wanneer ik naar Afrika ga. Dat continent doet iets met mij. De uitgestrektheid, zijn bewoners, de stilte, de imponerende natuur, de veelheid van dieren: nergens anders voel ik mij zo sterk verbonden met de omgeving. Deze keer kwam daar de aanwezigheid van de filmcrew bij, vier mensen die ik totaal niet kende. Behoorlijk jonger ook, met sterke ego’s. Maar het lukte; er waren veel mooie momenten samen.’

Dat een filmcamera constant op u gericht stond, maakte u niet zenuwachtig?

‘Neen. Eigenlijk niet. Ik wist wat mijn rol was: de ploeg bij de mensen daar en in het jachtgebeuren introduceren, een ruimer palet bieden en niet enkel focussen op het schieten, maar ook op het proces vooraf en achteraf, minstens even belangrijk. Want wie enkel gaat voor de trofee, blijft beter thuis.’

Kunt u zich vinden in het eindresultaat?

‘Laat ik zeggen: de reportage duurt vijfenveertig minuten, met een sterke focus op het schot, wat al met al een halve dag van een week verblijf en reizen ter plekke in beslag nam. Maar ik begrijp dat een regisseur keuzes moet maken. Bovendien, het blijft een commercieel programma, dat zo veel mogelijk kijkers moet aantrekken. Sensatie helpt.’

‘Niettemin, Axel heeft veel kunnen zien en leren, denk ik, en was bijvoorbeeld sterk onder de indruk van het beschermprogramma op een neushoornboerderij. Maar dat bezoek haalde de finale versie niet, zoals een aantal andere zaken die mij dan veel boeiender leken om trofeejacht te duiden. Helaas.’

Spijt dat u meegedaan heeft?

‘Dat niet, neen. Want uiteindelijk focust de uitzending ook wel op de argumenten pro trofeejacht en laat het toe dit in het breder Afrikaans perspectief te plaatsen. Alleen de diepgang ontbreekt soms. Aan de jagers om die beeldvorming bij te sturen.’

Jagen in Afrika maakt hevige emoties los bij het brede publiek. Geen schrik voor de reacties na de uitzending?

‘Ik zit niet op sociale media en persoonlijk kan de kritiek op zich mij weinig schelen. Niet dat ik er niet over wil nadenken, voor alle duidelijkheid.’

‘Een aantal vrienden en kennissen hebben het mij wel stellig afgeraden, om mee te doen, en met mijn gezicht op televisie te komen in deze geladen materie. Precies omwille van de mogelijke kritiek aan mijn adres, zowel van tegenstanders als voorstanders, die mij kunnen aanvallen omdat bepaalde argumenten toch niet in de reportage zullen voorkomen.’

‘Maar ik zegde toe, omdat ik wilde tonen dat het om een compleet legitieme activiteit ging, zeker met Namibië als voorbeeld. En dat het daar binnen criteria gebeurt waarachter ik mij volledig kan scharen, zoals daar zijn: respect voor de natuur, het streven naar een uitgebalanceerd landbeheer, aanwezigheid van faunadiversiteit waaronder bejaagbare wildsoorten, en directe betrokkenheid met de lokale bevolking. Het schoentje knelt waar tussenpersonen zich verrijkend weten te positioneren zonder enige inbreng of gebiedsresponsabiliteit. Zo zijn er spijtig genoeg nog steeds. ’

U moest vier keer schieten alvorens het dier neerging. Geen goede reclame, toegegeven.

‘Een uitzonderlijke situatie. Er stond veel wind die dag. Bovendien, jagen met vijf man maakt niet alleen de kudde zenuwachtiger, het is ook moeilijker om jezelf onzichtbaar te maken, om zo het uitgekozen dier ongemerkt dichterbij te sluipen. Gelukkig liep het uiteindelijk goed af: we konden het beest binnenhalen. Voor hetzelfde geld kon het zich verstoppen in de kudde, waardoor ik het niet meer kon onderscheiden van de rest.’

‘Verkeerd schieten kan gebeuren in de jacht. Het hoort erbij, helaas, en maakt deel uit van de menselijke factor. Het eerste schot zat een handpalm te laag onder hart. Maar toen het dier niet meteen viel, was de opdracht wel om het zo snel mogelijk uit zijn lijden verlossen.’

En het feit dat Axel eerst zou schieten maar toen het geweer aan u doorgaf: heeft dat iets ermee te maken?

‘Niet echt. Omdat ik voordien, samen met Axel, het wild zat te observeren, om een inschatting te kunnen maken. Voor mij behoorde dit evengoed tot de jachtdaad.’

Wat bedoelt u met observeren?

‘Het dier selecteren dat we kunnen schieten. Selectie gebeurt op basis van leeftijd, geslacht, gezondheidstoestand. De probleemdieren komen eerst in aanmerking. Die oefening kon Axel natuurlijk niet maken. Maar uiteindelijk beslist de begeleidende beroepsjager.’

Opvallend: toen Axel het dier in zijn vizier kreeg, ging hij kapot van de zenuwen. Hij snauwde op een bepaald moment naar zijn crew.

‘Het is en blijft een intens gebeuren. Je bouwt langzaam die spanning op. Maar om goed te kunnen mikken, moet je eigenlijk tot het moment van ademloze rust komen. Als dat niet lukt, breek dan de poging af. Axel heeft dat gedaan. Een juiste beslissing.’

Wat precies hebben jullie geschoten?

‘Een witstaartgnoe. Duidelijk een opzij geduwd exemplaar en meer dan vijftien jaar oud.’

‘Toen het gebeurd was, ervoer ik een moment van opluchting. Vooral de druk om het af te ronden – zo snel en zo accuraat mogelijk – ging over op de andere aanwezigen, ook bij Axel, die daarna hevig geëmotioneerd bij het kadaver stond. Voor mij blijft dat in de jachtherinnering zijn gnoe.’

The case for trophy hunting

Jens Ulrik Høgh and Henrik Drusebjerg make the case for trophy hunting and conservation on Danish TV, wiping the studio floor with two prominent antis.

Geplaatst door Fieldsports News op Woensdag 20 februari 2019

Stelling: vooral oudere blanken doen aan trofeejacht voor de kick. Om zich man te voelen.

‘Mag ik eerst een paar argumenten pro trofeejacht opsommen alvorens ik op die vraag antwoord? Een gedeelte van vlees van wild dient om ter plekke de mensen te voeden, zoals het schooltje in de reportage, waar 250 leerlingen les volgen. Je moet weten: door een gebrek aan groente en fruit maakt vlees het belangrijkste ingrediënt van het dagelijkse dieet uit. Maar ook wat in de lokale leefkern niet wordt gebruikt, verdwijnt richting de hoofdstad, Windhoek. Niets gaat verloren. Akkoord, het dier werd in functie van zijn trofee geschoten door de betalende vreemde, maar dat betekent niet dat het nergens anders toe dient, integendeel.’

‘Een landeigendom als wildboerderij uitbaten steunt op de draagkracht van de grond en van de ligging. In semi-woestijn kunnen geen graangewassen geteeld worden, want de bodem laat dat niet toe. Decennia geleden kozen boeren om Europese runderen te houden ten koste van de aanwezige antilopen. Trofeejacht introduceerde een nieuw economisch model en maakt het mogelijk om die veestapel af te bouwen, zonder aan de vleestoevoer te moeten raken. Bovendien creëerde het opnieuw ruimte voor de oorspronkelijke, streekeigen dierensoorten. Leefgebied dat trouwens ook aantrekkelijk wordt voor niet bejaagbare en bedreigde soorten. Kortom, trofeejacht laat de natuur terug natuur zijn.’

Blijft de kwestie: het blijft een elitaire bezigheid. Jagers krijgen een kick op de kap van dieren.

‘Ik ga graag naar Afrika, en ik jaag graag. Punt. Trofeejacht combineert beide, en is bovendien in mijn ogen een verstandige manier van gebruik van wild en grond, om de redenen die ik zonet zei: via mijn vergoeding wordt een heel economisch en ecologisch systeem mogelijk, dat meer voor- dan nadelen telt, tot spijt van wie het benijdt.’

‘Wie enkel gaat voor het strekken van een dier, en de bijbehorende adrenaline, mist de essentie. Het gaat erom een unieke natuurbelevenis te ondergaan via de methode van de jacht. De omgeving, de plaats, de omstandigheden, de deelnemers, nieuwe inzichten krijgen over mens en natuur: daar draait het om. Maar dat geldt niet alleen voor jagen in Afrika, maar kan ook voor de partijen in Schotland of Polen, of eender waar.’

Velen vinden trofeejacht een neokoloniale bezigheid: het doet denken aan de blanke westerlingen in de tijd van de kolonisatie. De mooiste en grootste dieren staan te zijner beschikking. Hij bepaalt over leven en dood, in een continent waar hij eigenlijk niet thuis hoort.

‘Mag ik daar heel nuchter op repliceren? Er leven in Afrika meer dan zeventig soorten antilopen die allen prooidieren blijven. Veel ervan worden sowieso in de natuur gevangen, of de westerlingen nu komen of niet. Bovendien blijft de bevoorrading in vlees draaien.’

‘En dat mijn bijdrages mensen helpt, de lokale economie aanwakkert: wie kan daar iets op tegen hebben? Zelfs voor WWF kan het. En valt ecotoerisme, waarbij mensen een natuurpark bezoeken om de dieren te spotten die bewaking moeten krijgen, dan ook onder de term van neokolonialisme? Ik koester het grootste respect voor Afrika en zijn bewoners, ook voor diegenen die ooit in andere omstandigheden naar dat continent trokken om te ondernemen. Ik betoon dat op dat verschillende manieren, door mij scrupuleus aan de regels van het land en de boerderij te houden. Maar omdat ik toevallig blank en westers ben, zou ik daar weg moeten blijven? Slaat nergens op.’

U haalt ecologisch redenen aan om trofeejacht te rechtvaardigen, ook economische. Heeft u het gevoel dat u een goede daad verricht door te gaan jagen in Afrika?

‘Neen. Ik ga om te jagen, omdat ik dat wil doen, en daar staat een prijskaartje tegenover, met bepaalde keuzes in de persoonlijke budgettering. Zo kocht ik jaren geen nieuwe wagen, anders beperkte ik mijn dromen.’

Krijgen de dieren wel een faire kans om te ontsnappen? Tenslotte leven ze in een omheinde omgeving, en vindt de jacht met de wagen plaats.

‘Ter informatie: het domein waar wij joegen, bedraagt 14.000 hectare. In België komt dat neer op een natuurgebied even groot als bijna twee keer oppervlakte stad Kortrijk of driemaal Zoniënwoud zonder doorkruising van nationale verkeersaders. Ik vind dat een behoorlijk grote oppervlakte. Trouwens, die boerderij is niet volledig omgrensd, maar vooral op de plekken waar ongewenste toegang kan ontstaan voor stropers en bepaalde prooidieren, zoals de luipaard. Het moet ook volksbezetting tegengaan.’

‘Een wagen dient bijgevolg voor het afleggen van de grote afstanden en om de karkassen, die makkelijk driehonderd kilo kunnen wegen, nadien te vervoeren en een goede verwerking te garanderen, veel minder om daadwerkelijk te jagen. Dat in de reportage wel vanaf de wagen werd geschoten, was een puur praktische keuze, om de filmploeg ter wille te zijn. Een camera weegt al snel vijftien kilo, en die kilometers lang meesleuren, leek iedereen onmogelijk. Als ik alleen ga, leg ik grote afstanden te voet af, en al zeker tijdens het benaderen van het wild.’

‘Nog een voordeel van de wagen: het laat een jager beter toe om zijn dier te selecteren. Je kan namelijk rondrijden tot je het perfecte exemplaar vindt, die voldoet aan de vooropgestelde criteria. Die richtlijnen krijg ik vooraf van de boerderij, die een strikt afschotplan volgen. Voor mij persoonlijk gaat het niet om het grootste dier, wel om het juiste dier.’

Maar het blijft toch ergens een soort commercialisering van de dood?

‘Dat is een foute interpretatie. Ieder stuk vlees dat op een bord ligt, heeft ooit geleefd. De boerderij waar ik ging, investeert met veel liefde en kennis van zaken in hun domein en hun dieren. Als dat op een manier gebeurt met respect –dat wil zeggen: al genietend van de natuur, met rituelen die ook het leven herdenken en het offer het gepaste eerbied tonen – dan overstijgt dat in mijn visie het louter economische. Dan gaat het om een totaalervaring, waarin het dier een prioritaire rol speelt.’

Giraffen, leeuwen: staat dat op het verlanglijstje?

‘Toevallig niet en mijn budget laat het overigens ook niet toe. Ik kon wel al genieten van prachtige taferelen tijdens vroegere jachtreizen.’

‘Misschien interessant om te weten, maar op boerderij leven ook giraffen omdat die voor het onderhoud van de hogere vegetatie zorgen. Maar de kudde kan niet blijven aangroeien, anders komt er kaalvreet in het schaarse bladgroen. Met andere woorden, als door bepaalde omstandigheden enkele bomen sneuvelen –droogte, of een blikseminslag– komt dat precaire evenwicht in gevaar en dan moet de eigenaar zelf exemplaren schieten om niet alle vegetatie te laten verdwijnen. Om maar te zeggen: bejagen roept veel emoties op, maar achter ieder afschotverhaal zit wel degelijk een beheerslogica.’

Sil Janssen van het Natuurhulpcentrum komt ook in beeld, en schuwt de kritiek niet. Hij wil trofeejacht afschaffen.

‘Als de jacht een meerwaarde creëert voor de lokale mensen, en tegelijk de natuur dient, dan lijkt me dat toch een perfecte invulling? Wie in godsnaam is Sil Janssen om te zeggen dat ik niet naar Afrika mag voor een rondreis? Ironisch dat net hij, gesubsidieerd door de overheid, anderen ver van zijn bed belet om iets te verdienen. Terwijl de bevolking en de lokale overheid dat soort toerisme net wil ondersteunen.’

Een scène die mogelijk wel wat controverse kan losweken, is het inheemse dansje, waar de zwarte bevolking de westerlingen bedanken voor bewezen diensten. Beetje bizar en paternalistisch, niet?

‘Ook voor mij was dat de eerste keer om dat in jachtverband te ondergaan. Anderzijds: ik kan me perfect inbeelden dat ook de locals het oprecht fijn vonden. Niet vergeten: op zo’n afgelegen boerderij gebeurt voor mensen doorgaans niet veel. Een feestje kan dat patroon doorbreken. Bovendien mag de Vlaming die ik ben nu ook niet verwachten dat ze daar plots een gedicht van Guido Gezelle of Max Temmerman citeren. Ik denk dat iedereen het plezant vond, ook de familie van de dansers, en dat gezamenlijk treffen blijft wel belangrijk. Maar ik geef toe: in die scène zat wel wat showelement.’

Net zoals het showelement duidelijk aanwezig was bij het bezoek aan de taxidermist, waar Axel bijna moest overgeven van de stank.

‘Dat bedrijft stelt veertig mensen aan het werk, en had prachtige en fijn afgewerkte huidproducten van geschoten wild. Maar akkoord, het rook er niet fris, maar ook niet zo hard als Axel deed uitschijnen. Maar Axel is Axel, een rasacteur, en die moet af en toe kunnen overdrijven, om het wat luchtig te houden. Een alleraardigste man.’

 

Meer lezen over het onderwerp? Lees dan zeker de bijdrage van Face, de Europese koepel voor jacht en conservatie

trophy_hunting_in_africa-facts_evidence