Naamgeving
- Wetenschappelijk: Ondatra zibethicus
- Frans: Rat musqué
- Engels: Muskrat
- Duits: Bisamratte
Uiterlijk
De muskusrat heeft een gedrongen, robuuste lichaamsbouw met een smalle, platte staart die meestal wordt gebruikt voor het zwemmen. De vacht is bruin tot zwart van kleur, met een grijze ondervacht die zorgt voor isolatie. De ogen zijn relatief klein en de oren zijn bedekt door de vacht, waardoor ze moeilijk zichtbaar zijn. De lichaamslengte varieert van 40 tot 60 cm, met een staart van 20 tot 30 cm.
Voedsel
De muskusrat is een omnivoor die zich voornamelijk voedt met waterplanten, wortels, scheuten en gras. Ze eten ook kleine dieren zoals vissen, insecten, en schaaldieren. De muskusrat is bekend om zijn graven en eetbare delen van moerasvegetatie zoals riet en wilgen. Ze kunnen ook voeden met landbouwgewassen zoals maïs en aardappelen .
Biotoop
Muskusratten leven meestal in waterrijke gebieden zoals moerassen, rivieren, meren en vijvers. Ze graven complexe burchten in de oever die bestaan uit riet of modder. Ze kunnen zich ook aanpassen aan de aanwezigheid van menselijke infrastructuur, zoals kanalen en waterwegen.
Voortplanting
De muskusrat werpt drie keer per jaar zes tot acht jongen. De beverrat kan zich jaarrond voortplanten bij voldoende voedsel en temperatuur. Ze bereiken geslachtsrijpheid meestal na 1 jaar.
Populatie
De muskusrat komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika, maar is in veel andere delen van de wereld geïntroduceerd, waaronder Europa en Azië. In Vlaanderen is de muskusrat in de 20e eeuw geïntroduceerd en heeft zich sindsdien verspreid over het landschap, vooral in waterrijke gebieden.