Euraziatische lynx

Kort samengevat

  • Vlaanderen beschikt niet over voldoende leefgebied voor het in stand houden van lynxpopulatie.
  • Een natuurlijke terugkeer is weinig waarschijnlijk: lynxen die grote afstanden afleggen zijn hoofdzakelijk mannelijke dieren. Zonder vrouwelijke dieren kan geen levensvatbare populatie ontstaan.
  • Herintroductie is niet haalbaar, gezien het gebrek aan geschikt leefgebied.
  • Een rationeel en realistisch beleid rond de lynx is noodzakelijk, rekeninghoudend met de ruimtelijke realiteit van Vlaanderen.

Inleiding

Tussen 2020 en 2022 werd in de Semoisvallei in Wallonië beeldmateriaal vastgelegd van een Euraziatische lynx, de grootste wilde katachtige in Europa. Natuurorganisaties juichen de aanwezigheid van de lynx in ons land toe en spreken openlijk over een toekomstig herintroductieproject. Vzw Landschap, bekend van de campagne ‘Welkom Wolf’, startte de campagne ‘Welkom Lynx’ en reserveerde alvast de website www.welkomlynx.be. De recente waarnemingen in Wallonië bieden de gelegenheid voor een realistisch en onderbouwd standpunt van Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV).

Achtergrond

De Euraziatische lynx (Lynx lynx) verdween in de afgelopen eeuwen volledig uit West-Europa. In dunbevolkte gebieden van de Baltische staten, Oost-Europa, de Balkan en Scandinavië bleef de soort aanwezig [1]. Als gevolg van uitzettingsprogramma’s keerde de lynx vanaf de tweede helft van de vorige eeuw terug in delen van West- en Centraal-Europa. Volgens de Large Carnivore Initiative for Europe (LCIE), een werkgroep van de IUCN, komt de lynx nu permanent voor in 23 landen, verdeeld over elf populaties. Vijf van deze populaties zijn relictpopulaties van de oorspronkelijke verspreiding, de overige zijn geherintroduceerd. De totale Europese populatie (exclusief Rusland en Wit-Rusland) wordt geschat op 9.000–10.000 individuen [2].

België behoort momenteel niet tot het verspreidingsgebied van de Europese populaties. Tussen 2020 en 2022 werd echter in de Semoisvallei een mannelijk lynx meerdere keren op beeld vastgelegd [3]. Eerdere meldingen in België konden nooit sluitend worden bevestigd. Hoe het dier precies in de Semoisvallei is terechtgekomen, valt niet te achterhalen. De dichtstbijzijnde wilde populatie bevindt zich op ongeveer 200 km afstand, in de Vogezen en het Paltserwoud. Zulke dispersieafstanden zijn uitzonderlijk voor lynxen in gefragmenteerde landschappen, maar niet onmogelijk. Genetisch onderzoek wijst uit dat dit dier tot de Karpatische afstamming behoort, dezelfde genetische lijn als de uitgezette lynxen in Duitsland en Frankrijk. Of het dier nog steeds in de regio aanwezig is, is niet bekend.

Geschiktheid van Vlaanderen voor de lynx

Een eerste cruciale vraag is of de lynx zich op eigen kracht in Vlaanderen kan vestigen.
Via natuurlijke verspreiding is die kans klein. De dichtstbijzijnde populaties in de Harz, de Vogezen en het Paltserwoud zijn sterk geïsoleerd en omgeven door barrières. De kans neemt toe als het Waals Gewest tot uitzettingen overgaat; WWF-België onderzoekt momenteel de mogelijkheden. In het huidige Europese landschap is het echter zelden voorgekomen dat lynxen op eigen kracht een nieuwe populatie stichten.

De trage uitbreiding kan worden verklaard vanuit de soortspecifieke ecologie van de lynx: vrouwelijke individuen vertonen een geringe neiging om gefragmenteerde landschappen en fysieke barrières te doorkruisen. Mannelijke individuen zijn hiertoe beter in staat [4]. Daarnaast leidt een hoge mortaliteit tijdens dispersie over grote afstanden, vooral als gevolg van verkeersslachtoffers, tot een verdere beperking van de natuurlijke verspreiding van de lynx in Europa.

Een tweede cruciale vraag is of Vlaanderen voldoende geschikt leefgebied voor een levensvatbare lynxpopulatie biedt. Een recente studie in Nederland laat zien dat het land te weinig aaneengesloten bos heeft om een levensvatbare populatie te ondersteunen [5].

Grote, samenhangende bosgebieden zijn essentieel, omdat lynxen grote territoria nodig hebben. De grootte van een individueel territorium varieert: bij vrouwtjes meestal tussen 100–800 km², bij mannetjes tussen 170–1.400 km² [6]. Deze verschillen hangen vooral samen met de beschikbaarheid van prooidieren. Bovendien gebruiken lynxen vrijwel uitsluitend bosrijke corridors om zich te verplaatsen en nieuwe gebieden te koloniseren.

De resultaten van de Nederlandse studie zijn toepasbaar op Vlaanderen: ook hier zijn de bossen klein, versnipperd en ingesloten door landbouw, bebouwing en een dicht wegennet. De ecologische draagkracht van Vlaanderen is daardoor te beperkt; er zijn onvoldoende uitgestrekte en verbonden leefgebieden voor een levensvatbare populatie. Volgens de IUCN moet een lynxpopulatie uit minstens 250 volwassen dieren bestaan om minstens 100 jaar levensvatbaar en zelfvoorzienend te blijven.

De sterke isolatie van Europese lynxpopulaties en het gebrek aan genetische uitwisseling worden door experts gezien als de grootste uitdaging voor het behoud van de soort op lange termijn [6]. Op basis van wetenschappelijk onderzoek en ecologische kennis is herintroductie in Vlaanderen momenteel niet haalbaar.

Standpunt van HVV

  • HVV benadrukt dat Vlaanderen niet over voldoende leefgebied beschikt voor het in stand houden van een duurzame lynxpopulatie. Het Vlaamse landschap is sterk versnipperd en beschikt over te weinig grote, aaneengesloten bosgebieden die beantwoorden aan de territoriale vereisten van de lynx.
  • Een duurzame natuurlijke terugkeer is weinig waarschijnlijk: lynxen die grote afstanden afleggen zijn hoofdzakelijk mannelijke dieren, waardoor zonder de aanwezigheid van vrouwelijke dieren geen levensvatbare populatie kan ontstaan.
  • HVV verwerpt daarom het voorstel tot herintroductie. Herintroductie is niet haalbaar, gezien het gebrek aan geschikt leefgebied en het ontbreken van ecologische verbindingen met omliggende populaties.
  • HVV pleit voor een rationeel en realistisch beleid rond de lynx, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten en de ruimtelijke realiteit van Vlaanderen.

Bronnen

  1. Breitenmoser, U.: Large predators in the Alps: The fall and rise of man’s competitors. Biol. Conserv. 83, 279–289 (1998). https://doi.org/https://doi.org/10.1016/S0006-3207(97)00084-0
  2. Kaczensky, P., Ranc, N., Hatlauf, J., Payne, J.C., Acosta-Pankov, L.: Large carnivore distribution maps and population updates 2017 – 2022/23. Report to the European Comission under contract N° 09.0201/2023/907799/SER/ENV.D.3 “Support for Coexistence with Large Carnivores”, “B.4 Update of the distribution maps.” (2024)
  3. Service Public de Wallonie (SPW): Le suivi du lynx, https://biodiversite.wallonie.be/home/evaluation-biologique/monitoring-des-especes/mammiferes/lynx.html
  4. Port, M., Henkelmann, A., Schröder, F., Waltert, M., Middelhoff, L., Anders, O., Jokisch, S., Port, M.: Rise and fall of a Eurasian lynx (Lynx lynx) stepping-stone population in central Germany. Mammal Res. 66, 45–55 (2021). https://doi.org/https://doi.org/10.1007/s13364-020-00527-6
  5. Lelieveld, G., van Bodegom, P.M., Wamelink, W.: No place to hide: Limited forest cover hampers the availability of suitable habitat for lynx in the Netherlands. Lutra. 62, 31–38 (2019)
  6. Arpin, I. (coord. ., Sarrazin, F. (coord. ., Bal, G., Drouet-Hoguet, N., Dumez, R., Pichon, L., Regnier, A., Renault, G., Barnaud, C., Bauduin, S., Bessa-Gomes, C., Billet, P., Breitenmoser-Würsten, C., Duchamp, C., Gimenez, O., Mathevet, R., Mounet, C., Robert, A., Vandel, J.-M., Young, J., Zimmermann, F.: Expertise scientifique collective sur la viabilité des populations de lynx boréal en France. (2024)