
De goudjakhals is een predator die zijn verspreidingsgebied in Europa uitbreidt, ook naar gebieden waar hij historisch niet voorkwam. In onze buurlanden wordt de soort al regelmatig waargenomen, en men verwacht dat hij zich op korte termijn ook in Vlaanderen zal tonen. Omdat de areaaluitbreiding van de goudjakhals niet door menselijk toedoen gebeurt, is de soort per definitie geen ‘exoot’. De mogelijke vestiging van een nieuwe predator in Vlaanderen wekt bezorgdheid bij wildbeheerders en vormt de aanleiding voor dit standpunt van Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV).
De goudjakhals (Canis aureus) is een hondachtige die qua formaat tussen een vos en een wolf in zit (voor een vergelijking tussen de goudjakhals, de vos en de wolf, zie hier). Tot 1950 liep haar verspreidingsgebied van Indochina tot de Balkan. Sinds 1980 breidt de soort zich noordwestwaarts in Europa uit. In onze buurlanden wordt de soort regelmatig waargenomen. In Nederland zijn er bijvoorbeeld sinds 2016 al twaalf geregistreerde meldingen van goudjakhalzen. Verwacht wordt dat de soort zich op korte termijn ook in Vlaanderen zal tonen.
De goudjakhals is een nieuwe verschijning in grote delen van Europa. Volgens de definities van het Biodiversiteitsverdrag en de Europese Exotenverordening (EU-verordening 1143/2014) wordt hij niet beschouwd als een ‘exoot’ of ‘uitheemse soort’ [1]. Die termen gelden uitsluitend voor soorten die door menselijk toedoen buiten hun natuurlijke historische en actuele verspreidingsgebied zijn gebracht. Omdat de goudjakhals zich in Europa op eigen kracht verspreidt, valt de soort niet onder deze internationale definities.
De goudjakhals is opgenomen in Bijlage V van de Habitatrichtlijn van de Europese Unie. De Habitatrichtlijn beperkt de vrijheid van nationale overheden bij het vaststellen van beleid ten aanzien van de soort. Hoewel Bijlage V een flexibel regime toelaat, brengt deze status nog steeds verplichtingen met zich mee. Bejaging van een Bijlage V-soort is toegestaan, mits dit het bereiken en behouden van een gunstige staat van instandhouding niet in de weg staat. Daarnaast zijn EU-lidstaten verplicht de populatie op hun grondgebied systematisch te monitoren en elke zes jaar te rapporteren over de staat van instandhouding aan de Europese Commissie.
In Vlaanderen is de goudjakhals een beschermde soort onder het Soortenbesluit.
De goudjakhals is, net als de vos, een voedselgeneralist en voedselopportunist. Hij heeft een flexibel, omnivoor dieet en voedt zich vooral met kleine zoogdieren. Daarnaast eet hij regelmatig landbouwhuisdieren, wilde hoefdieren, vogels, haasachtigen en plantaardig materiaal.
Studies uit Oost-Europa, waar de soort al langer voorkomt, laten zien dat goudjakhalzen jachtwild, vooral everzwijnen, reeën en hazen, regelmatig als belangrijke voedselbron gebruiken. In een studie in Noord-Italië bleken everzwijnen en reeën het hele jaar door de belangrijkste prooi van goudjakhalzen [2]. In Hongaars onderzoek waren in het voorjaar frislingen de op één na belangrijkste voedselbron [3], en in intensief agrarisch gebied in Bulgarije waren hazen de op één na belangrijkste component van het dieet van goudjakhalzen [4]. In Kroatië zijn in de magen van goudjakhalzen zelfs resten van edelhertkalveren gevonden [5]. Goudjakhalzen jagen meestal solitair, maar kunnen, in tegenstelling tot vossen, ook grotere prooien bemachtigen door in groepsverband te jagen.
Dat goudjakhalzen een bedreiging kunnen vormen voor beschermde fauna is aangetoond in Estland. Uit een studie met cameravallen blijk dat goudjakhalzen, en vossen, de belangrijkste nestpredatoren van grondbroedende weidevogels zijn, en zo bijdragen aan de lage overleving van nesten [6].
Dat de goudjakhals in inmiddels dertien Europese landen (waaronder Hongarije, Slovenië, Slowakije, Roemenië, Kroatië en Bulgarije) volgens de nationale wetgeving bejaagbaar is, dat in Oostenrijk een toenemend aantal deelstaten de bejaging toestaat en dat de soort in nog eens vier Europese landen geen beschermde status heeft en het doden ervan dus niet verboden is, wijst erop dat de soort een belangrijke impact kan hebben op populaties van prooisoorten [1]. Ter illustratie van de omvang van het afschot in Hongarije: in de periode 2019–2021 werden daar volgens officiële cijfers jaarlijks tussen de 10.000 en 12.500 goudjakhalzen geschoten [7].
De goudjakhals is een uitgesproken habitatgeneralist die voorkomt in vele typen landschappen. Hoge dichtheden worden bereikt in gebieden met een ruim voedselaanbod en voldoende dekking. Op de Balkan varieert de dichtheid van 1 tot 10 roedels per 100 km², met uitschieters tot wel 50 roedels per 100 km² in heterogene agrarische gebieden met voldoende dekking en in moerasgebieden. Stedelijke gebieden worden nog niet het hele jaar door bewoond, maar maken soms wel deel uit van hun foerageergebied.
Een recente draagkrachtstudie toont aan dat Nederland voldoende geschikt leefgebied heeft om minstens 1.432 roedels te herbergen, goed voor een populatie van ongeveer 5.728 goudjakhalzen. Volgens de onderzoekers is dit waarschijnlijk een onderschatting, en ligt het werkelijke aantal nog hoger [8]. Op basis van deze Nederlandse bevindingen mag worden aangenomen dat ook Vlaanderen over voldoende ecologische draagkracht beschikt voor een omvangrijke populatie goudjakhalzen.