
De wasbeer is een invasieve exoot die zich het voorbije decennium in Vlaanderen heeft gevestigd. Omdat deze uitheemse predator een gevaar vormt voor de inheemse wilde fauna, roept Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV) haar leden op om actief bij te dragen aan de bestrijding van de wasbeer, en bij uitbreiding van andere invasieve exoten. Tegelijk pleit de vereniging voor een ruimer wettelijk kader om de efficiëntiegraad van de bestrijding van de wasbeer en andere nachtactieve exoten te verhogen.
De wasbeer (Procyon lotor) is van oorsprong afkomstig uit Midden- en Noord-Amerika. In de eerste helft van de twintigste eeuw werd de soort ten behoeve van de pelsindustrie of als gezelschapsdier, in verschillende fasen en op verschillende plaatsen naar Europa en Azië overgebracht. Onder meer ontsnappingen uit kwekerijen en dierentuinen lagen aan de basis van blijvende vestiging in het wild buiten het natuurlijke verspreidingsgebied.
Vervolgens heeft de wasbeer zich sterk over Europa verspreid. De grootste populaties bevinden zich in Centraal-Europa. In Duitsland wordt de populatie momenteel geschat op circa 1,6 miljoen dieren. Ook in Nederland wordt de wasbeer steeds vaker waargenomen, vooral in het oostelijk grensgebied. Sinds eind 2017 komt er een wasberenpopulatie voor in de provincie Limburg.
In België is de wasbeer sterk aanwezig in Wallonië. Daar werd de populatie in 2024 geschat op 50.000 tot 70.000 dieren. Ook in Vlaanderen zit het aantal waarnemingen in de stijgende lijn. Inmiddels is voortplanting vastgesteld in alle Vlaamse provincies [1].
De opmars van de wasbeer in Vlaanderen maakt deel uit van een bredere areaaluitbreiding van de soort in West- en Centraal-Europa. België ligt op het kruispunt van grote populaties in Duitsland en Noord-Frankrijk. Nadat de wasbeer zich ten zuiden van de Samber-Maas-lijn had gevestigd, breidde de soort zijn verspreidingsgebied uit naar Vlaanderen.
De wasbeer heeft een opportunistisch omnivoor eetgedrag en wordt gezien als een cultuurvolger die menselijke bewoning en stedelijke gebieden niet schuwt. Van nature komt de soort vooral voor in bosrijke en bij voorkeur waterrijke gebieden, zoals riet- en struikmoerassen en langs de oevers van waterlichamen. Dankzij zijn behendigheid in klimmen en zwemmen kan de wasbeer toegang krijgen tot een breed scala aan voedselbronnen en zijn bepaalde soorten daardoor extra kwetsbaar voor predatie.
Het dieet van de wasbeer is zeer divers en bestaat zowel uit plantaardige als dierlijke componenten, met een samenstelling die varieert afhankelijk van het seizoen en de lokale omstandigheden. In stedelijke omgevingen benut hij bovendien (keuken)afval, dierenvoer en kan hij pluimvee buitmaken. Deze ecologische flexibiliteit, gecombineerd met zijn opportunistische foerageergedrag, maakt de wasbeer tot een soort die grote impact op populaties van prooisoorten kan hebben.
Wasberen zijn belangrijke predatoren van grondbroedende vogelsoorten, in het bijzonder van zeevogels en watervogels [2, 3]. Onderzoek in het natuurlijke verspreidingsgebied van de wasbeer toont aan dat zelfs een klein aantal wasberen een aanzienlijke impact kan hebben op kolonies van in holen broedende zeevogels. Wasberen prederen op eieren, kuikens en (sub)adulte vogels, waardoor zij een grote invloed kunnen uitoefenen op vogelpopulaties [4].
Eveneens boombroedende vogelsoorten en soorten die gebruikmaken van nestkasten zijn kwetsbaar voor predatie door wasberen [5]. Dankzij hun uitstekende klimvermogen zijn wasberen in staat dergelijke nesten goed te bereiken en te prederen.
Ook amfibieën en reptielen vallen regelmatig ten prooi aan wasberen. Predatie door wasberen versterkt reeds bestaande milieudrukken en brengt daardoor de instandhouding van populaties van amfibieën en reptielen verder in gevaar [6, 7].
Een ander voorbeeld van een schadelijk effect dat wasberen kunnen hebben op beschermde Europese fauna betreft Italië. In de Apennijnen heeft de vestiging van wasberen ertoe geleid dat populaties van de inheemse witklauwkreeft (Austropotamobius fulcisianus) vrijwel volledig zijn verdwenen of sterk zijn afgenomen [8].
Naar verwachting zal de wasbeer extra predatiedruk uitoefenen op populaties van grondbroedende vogelsoorten in Vlaanderen. Een recent rapport van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek stelt dat de populaties van grondbroedende akker- en weidevogels reeds sterk negatieve effecten ondervinden van predatie [9]. De aanwezigheid van een extra predator met een breed-opportunistisch foerageergedrag zal naar verwachting leiden tot een verdere toename van de predatiedruk en de instandhouding van deze kwetsbare soorten verder in gevaar brengen.
Ten slotte vormt de wasbeer ook een risico voor inheemse fauna doordat hij drager kan zijn van verschillende ziekteverwekkers die overdraagbaar zijn op andere wilde dieren. Zo kan de wasberenspoelworm (Baylisascaris procyonis), een veelvoorkomende parasiet bij wasberen, ernstige ziekten veroorzaken bij zoogdieren en vogels (bijvoorbeeld bij konijnen en fazanten), waaronder centrale zenuwstelselstoornissen die fataal kunnen zijn. De lijst van ziekteverwekkers die door wasberen op andere wilde dieren kunnen worden overgedragen, is uitgebreid [10].
De wasbeer kan drager zijn van verschillende ziekteverwekkers die overdraagbaar zijn op de mens (o.a. rabies en baylisascariasis) en vormt daardoor een gevaar voor de volksgezondheid [10–13].
De wasbeer fungeert als belangrijke gastheer van de wasberenspoelworm (Baylisascaris procyonis), een parasitaire rondworm die via de ontlasting eieren verspreidt. Deze eieren kunnen lange tijd in de omgeving overleven. Worden ze door mensen ingenomen, dan ontwikkelen larven zich die door het lichaam kunnen migreren, onder andere naar de hersenen. Dit kan leiden tot ernstige neurologische klachten, soms zelfs fataal, en ook oogproblemen zijn beschreven.
In de Verenigde Staten, waar de wasberenspoelworm waarschijnlijk veel vaker voorkomt, zijn ten minste tien fatale gevallen bekend bij jonge kinderen met ernstige schade aan het zenuwstelsel. Tot op heden zijn in Europa slechts enkele gevallen van de zoönose baylisascariasis bij mensen gerapporteerd: één niet-fatale infectie en vier personen met serologische aanwijzingen voor infectie (allen in Duitsland).
In een onderzoek in Nederlands Limburg werd de wasberenspoelworm aangetroffen in 14 van de 23 onderzochte wasberen (61%) [11]. Ook in Midden-Duitsland is de wasberenspoelworm wijdverspreid en komt zij met een hoge prevalentie voor [14]. In 2024 meldde de Waalse overheid dat bij zes wasberen op het Waalse grondgebied de wasberenspoelworm was vastgesteld [15].
Omdat de Europese wasberenpopulatie groeit en eveneens in stedelijke gebieden voorkomt, beschouwt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) baylisascariasis als een zoönose met toenemende impact in Europa.
In 2016 is de wasbeer opgenomen op de Unielijst van zorgwekkende invasieve uitheemse soorten (EU-verordening 1143/2014). Uit de wetenschappelijke risicobeoordeling die aan deze opname ten grondslag lag, komt naar voren dat de soort een ernstige bedreiging vormt voor de inheemse biodiversiteit [1, 16].
De EU-verordening 1143/2014 verplicht lidstaten om maatregelen te nemen voor het beheer en, waar mogelijk, de uitroeiing van de soort. Vlaanderen is dus wettelijk gehouden om actief op te treden tegen de verspreiding van de wasbeer.
Sinds opname op de Unielijst is het in Vlaanderen verboden de wasbeer te houden, te kweken, te vervoeren, te gebruiken of uit te wisselen. Daarnaast is het verboden invasieve exoten die op de unielijst staan te importeren, te verhandelen of in het wild vrij te laten.