
De wasbeerhond is een invasieve uitheemse predator die zich de voorbije decennia snel over Europa heeft verspreid. In buurland Duitsland is de soort wijdverspreid aanwezig, en in Nederland en Frankrijk zit het aantal waarnemingen in de stijgende lijn. Een verdere uitbreiding richting Vlaanderen lijkt dan ook slechts een kwestie van tijd. Gezien zijn opportunistisch omnivoor eetgedrag vormt de wasbeerhond een reëel risico voor de inheemse fauna. In deze nota licht Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV) haar standpunt over de wasbeerhond toe.
De wasbeerhond is een carnivoor uit de familie van de hondachtigen. Het inheemse verspreidingsgebied van de soort is Oost-Azië en omvat onder andere Zuidoost-Siberië, China, Noord-Vietnam, Korea, Mongolië en Japan.
In de eerste helft van de 20e eeuw werden duizenden wasbeerhonden uitgezet in de voormalige Sovjet-Unie, voornamelijk ten westen van de Oeral, om de wilde fauna te verrijken met een waardevol pelsdier. Van daaruit koloniseerde de soort snel nieuwe gebieden [1].
Tegenwoordig is de wasbeerhond talrijk aanwezig in Noord-, Oost- en Centraal-Europa. In Finland en de Baltische staten behoort hij qua aantallen inmiddels bij de top van de carnivoren. In Duitsland worden sinds 2013 jaarlijks tussen de 20.000 en 30.000 wasbeerhonden geschoten [2].
De wasbeerhondenpopulatie in Centraal-Europa breidt haar verspreidingsgebied uit naar West- en Zuid-Europa. In onze buurlanden Nederland en Frankrijk is inmiddels reproductie in het wild vastgesteld, en het aantal waarnemingen zit in de stijgende lijn. Voorlopig lijkt de soort zich vooral te hebben gevestigd in de noordelijke provincies van Nederland en het noordoosten van Frankrijk.
In België blijft het voorlopig bij losse waarnemingen van wasbeerhonden en is er nog geen reproductie in het wild waargenomen. In Vlaanderen dateert de laatste bevestigde waarneming van 2021. Tussen 1986 en 2021 werden in totaal 22 waarnemingen bevestigd en geregistreerd in de databank van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Dit aantal is waarschijnlijk een onderschatting door de nachtelijke levenswijze van de soort [3].
Gezien de snelle uitbreiding van de soort in Duitsland, Nederland en Frankrijk is de kans groot dat de wasbeerhond op korte termijn Vlaanderen zal koloniseren en dat zich hier wilde, zich reproducerende populaties zullen vestigen. De soort is immers al gevestigd in meerdere buurlanden die geografisch en ecologisch vergelijkbaar zijn met Vlaanderen.
De sterke verspreidingscapaciteit van de wasbeerhond is te verklaren door zijn grote ecologische flexibiliteit. Hij heeft een opportunistisch omnivoor eetgedrag en kan zich daardoor in uiteenlopende omgevingen handhaven.
De soort beschikt bovendien over een hoog voortplantingsvermogen: in Europa werpen vrouwtjes 1 tot 16 jongen (gemiddeld 6 tot 9). Dat is hoger dan in het inheemse verspreidingsgebied en ook hoger dan bij andere middelgrote carnivoren.
Daarnaast heeft de wasbeerhond een groot dispersievermogen. Jonge dieren uit snelgroeiende populaties, zoals in Europa, leggen daarbij tot wel 300 kilometer per jaar af op zoek naar nieuwe leefgebied.
Ook de snelheid waarmee populaties zich uitbreiden is erg hoog: doorgaans 20 tot 40 kilometer per jaar. Uit de invasiegeschiedenis van de wasbeerhond in Duitsland, Litouwen en Polen kunnen we afleiden dat de soort slechts één decennium nodig heeft om het volledige grondgebied van België te koloniseren [4].
De wasbeerhond is een predator met een opportunistisch omnivoor eetgedrag. Onderzoek wijst uit dat zijn dieet een grote overlap vertoont met dat van de inheemse carnivoren vos en das, maar dat hij een nog ruimer dieet heeft [5]. In tegenstelling tot de vos jaagt de wasbeerhond minder actief op prooien en wordt hij voornamelijk omschreven als een opportunistische verzamelaar.
Uit dieetstudies blijkt dat vogelprooien steeds een belangrijk aandeel vormen in het dieet van de wasbeerhond in Noord-Europa. De soort kan zich tijdelijk op één voedselbron richten, wat vooral op kleine vogelpopulaties grote effecten kan hebben [6].
De wasbeerhond predeert in belangrijke mate op nesten van grondbroedende vogelsoorten. Bewijs hiervoor komt onder andere uit een studie in Duitse polders, waarin de wasbeerhond als belangrijke nestpredator van de grutto, een typische grondbroedende weidevogel, werd waargenomen. Van de 405 gemonitorde nesten werd 46,1% gepredeerd door vossen en 27,6% door wasbeerhonden. Daarmee was de wasbeerhond de op één na belangrijkste nestpredator. Predatie had een grote impact op het broedsucces van de grutto: meer dan de helft van de nesten mislukte, en in 92% van deze gevallen was predatie de directe oorzaak [7].
Verder bewijs voor de impact van de wasbeerhond op grondbroedende vogelsoorten komt uit een studie in Denemarken en Finland. In beide landen werden 418 artificiële nesten met echte eendeneieren aangelegd in wetlands, die gedurende zeven dagen met cameravallen werden gemonitord. De wasbeerhond was de meest frequent waargenomen nestpredator en was verantwoordelijk voor 44% van de nestpredatie door zoogdieren [8].
De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat de wasbeerhond wijdverspreid voorkomt in broedbiotopen van watervogels in Noord-Europa. Zijn aanwezigheid kan een grote impact hebben op het broedsucces van de soorten die hun nest op de grond maken en vormt daarmee een extra bedreiging voor deze reeds kwetsbare soorten.
Daarnaast toont een studie op de Norrbotten‑archipel, in het uiterste noordoosten van Zweden, aan dat nestpredatie door wasbeerhonden additief was bovenop de predatie door inheemse predatoren. Met andere woorden: de predatiedruk op nesten was hoger op eilanden waar zowel wasbeerhonden als inheemse predatoren voorkwamen, dan op eilanden waar uitsluitend inheemse predatoren aanwezig waren [9].
Hoewel de ecologische omstandigheden in het Zweedse studiegebied verschillen van die in Vlaanderen, zouden vergelijkbare predatie-effecten kunnen optreden bij de aanwezigheid van de wasbeerhond en inheemse predatoren zoals de vos in Vlaanderen. Door de fragmentatie van hun leefgebied zijn sommige broedpopulaties van grondbroedende vogels, zoals weidevogels, in Vlaanderen sterk geïsoleerd geraakt en daardoor kwetsbaar voor effecten vergelijkbaar met die in de Norrbotten-archipel.
In Europa vertonen populaties van grondbroedende vogelsoorten al decennialang een negatieve trend, die onder meer wordt toegeschreven aan een verhoogde predatiedruk door inheemse en uitheemse generalistische predatoren. Een recent rapport van het INBO stelt dat hoogstwaarschijnlijk grondbroedende akker- en weidevogels actueel in Vlaanderen een limiterend effect ondervinden van predatie [10]. Verwacht wordt dat de vestiging van de wasbeerhond de instandhouding van deze reeds kwetsbare soorten verder in gevaar zal brengen.
Na een toegenomen aanwezigheid van de wasbeerhond in de lidstaten heeft de Europese Unie de soort in 2017 opgenomen in de Unielijst van zorgwekkende invasieve uitheemse soorten (EU-verordening 1143/2014). Uit de wetenschappelijke risicobeoordeling die ten grondslag lag aan de opname van de wasbeerhond op de Unielijst blijkt duidelijk dat de soort een gevaar vormt voor de inheemse biodiversiteit.
De EU-verordening 1143/2014 verplicht lidstaten om maatregelen te nemen voor het beheer en, waar mogelijk, de uitroeiing van de soort. Vlaanderen is dus wettelijk gehouden om actief op te treden tegen de verspreiding van de wasbeerhond.
Sinds opname op de Unielijst is het in Vlaanderen verboden de wasbeerhond te houden, te kweken, te vervoeren, te gebruiken of uit te wisselen. Daarnaast is het verboden invasieve exoten die op de unielijst staan te importeren, te verhandelen of in het wild vrij te laten.