Het Koninklijk besluit tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden bij het opslaan, het voorhanden hebben, het vervoer en het verzamelen van vuurwapens, munitie of laders van 24 april 1977, heeft tot doel de openbare veiligheid te waarborgen door duidelijke en bindende veiligheidsvoorwaarden vast te leggen voor het opslaan, voorhanden hebben, vervoeren en verzamelen van vuurwapens, munitie en laders.
Het besluit wil voorkomen dat wapens of munitie gemakkelijk in onbevoegde handen terechtkomen en beoogt het voorkomen van diefstal, misbruik en ongevallen door bindende minimale beveiligingsvereisten op te leggen aan wie dergelijke goederen bezit of beheert. Tot slot voorziet het Koninklijk Besluit ook een uitzonderingsregime met lichtere veiligheidsmaatregelen wanneer het transport tijdens de jacht op het eigenlijke jachtrevier plaatsvindt.
De basisregel is dezelfde: wapens moeten altijd ongeladen bewaard worden, buiten het bereik van kinderen blijven, munitie mag niet samen en onmiddellijk toegankelijk zijn met het wapen, en alles moet discreet bewaard worden zonder dat van buitenaf zichtbaar is dat er wapens aanwezig zijn.
Daarbovenop gelden extra maatregelen naargelang het aantal wapens dat je bewaart:
De extra beveiligingsmaatregelen kunnen vervangen worden door andere en als gelijkwaardig beschouwde maatregelen, na een controle en goedkeuring van een door de gouverneur aangestelde dienst, die u kan terugvinden in het Provinciaal Bestuursmemoriaal.
Kort gezegd: hoe meer wapens je bewaart, hoe zwaarder de beveiliging die van U verwacht wordt — met als constante rode draad dat wapens nooit zomaar toegankelijk mogen zijn voor kinderen of onbevoegden.
Particulieren mogen een vuurwapen alleen vervoeren als ze daartoe een wettige reden hebben, zoals naar een erkende schietstand of op jacht gaan, of om een vuurwapen te laten herstellen.
Tijdens het vervoer moeten volgende maatregelen in acht genomen worden:
Voor jagers met een geldig jachtverlof geldt een soepelere regeling wanneer zij zich effectief op een jachtterrein of tussen aangrenzende jachtterreinen verplaatsen. Voor hen gelden op dat moment de eerste drie bovenstaande maatregelen.
Er bestaat ook een categorie van vrij verkrijgbare vuurwapens. Daaronder vallen antieke vuurwapens van vóór 1897 die niet geschikt zijn gemaakt voor het gebruik van moderne munitie, reproducties daarvan die uitsluitend met zwart buskruit en losse lading werken, en traditionele éénschotsvoorladers. Voor het vervoer van deze wapens gelden punten 4 en 5 niet, al blijven de algemene veiligheidsvoorwaarden en de vereiste van een wettige reden wel van toepassing.
De gecoördineerde tekst van het Koninklijk Besluit kan u via deze link terugvinden.
De Wapenwet van 8 juni 2006 regelt het bezit en de verwerving van vuurwapens in België. In het algemeen geldt dat particulier bezit van vuurwapens enkel is toegestaan wanneer daartoe een legitieme reden bestaat, zoals jacht, sportief schieten of andere door de wet aanvaarde doeleinden. Een vergunning voor het bezit van een vuurwapen is in principe vereist voor vergunningsplichtige wapens. De wet maakt daarbij een belangrijk onderscheid tussen o.a. bezit, vervoer en dracht van wapens: een vergunning tot bezit geeft niet automatisch het recht om een wapen in het openbaar te dragen.
Voor jagers en sportschutters voorziet de wet een specifiek uitzonderingsregime. Personen met een geldig jachtverlof mogen bepaalde voor de jacht toegelaten lange vuurwapens en enkel voor dat type vuurwapen geschikte munitie verwerven en voorhanden hebben zonder vooraf telkens een aparte wapenvergunning te moeten aanvragen. De aankoop van deze wapens worden geregistreerd via het model 9 en hun rechtsgeldigheid is gekoppeld aan de geldigheid van het jachtverlof. Wanneer het jachtverlof vervalt, vervallen ook de daaruit voortvloeiende dracht en vervoer, maar niet onmiddellijk het bezit. Immers artikel 13 van de Wapenwet voorziet een passief bezit, weliswaar zonder behoud van munitie, van tien jaar na het vervallen van het laatste rechtsgeldige jachtverlof.
Ook houders van een geldige sportschutterslicentie mogen bepaalde categorieën vergunningsplichtige wapens verwerven en bezitten die zijn opgenomen op lijsten die bij ministerieel besluit worden vastgesteld, zonder voor elke aankoop eerst een individuele vergunning aan te vragen. Naast jagers en sportschutters kunnen ook andere personen (bv. personen die een beroep uitoefenen waarbij een verhoogd risico bestaat, zoals bepaalde professionele bewakingsfuncties) onder specifieke voorwaarden een vergunning verkrijgen, maar voor hen gelden aanvullende procedures en criteria.
Jagers moeten het model 9 opsturen naar de gouverneur van de provincie waarin zijn/haar hoofdverblijfplaats heeft. De legaliteit van de aankoop/overdracht wordt gecontroleerd door de Provinciale Wapendienst, die het wapen vervolgens opneemt in het Centraal Wapenregister op naam van de verwerver. Daarna ontvangt de jager een door de provincie afgestempeld model 9 ten bewijze van registratie uit handen van de lokale politie waar de verwerver woonachtig is. De lokale referentieambtenaar bevoegd voor wapens van die politiezone zal dan een finale controle doen of alle gegevens van het vuurwapen correct zijn opgenomen.
Antwerpen
Limburg
Oost-Vlaanderen
Vlaams-Brabant
West-Vlaanderen
Brussel-Hoofdstad
Henegouwen (Hainaut)
Luik (Liège)
Namen (Namur)
Luxemburg (Luxembourg)
Waals-Brabant (Brabant Wallon)