Afrikaanse varkenspest

Op 13 september kwam het resultaat van de labo-analyses op twee kadavers van everzwijnen, gevonden in de Provincie Luxemburg (België), aan als een mokerslag: Afrikaanse varkenspest.

Afrikaanse varkenspest is al geruime tijd in opmars in Europa. Tot voor de vaststelling in België echter bleef de ziekte voornamelijk in Oost-Europa circuleren. De ziekte infecteert enkel varkens: zowel tamme varkens als wilde zwijnen worden door de ziekte getroffen. Er is (nog) geen vaccin voor aanwezig. De ziekte is niet overdraagbaar op de mens.

De komst van de Afrikaanse Varkenspest in België is een economische ramp voor de varkenssector. De economische gevolgen zijn enorm. De landbouwsector bericht over verschillende afgezegde bestellingen. De handel richting derde landen komt in het gedrang. Dat is een zware dobber voor een land waar varkensteelt een belangrijke economische sector is én voornamelijk afhankelijk is van de export.

Ook voor de jacht is de impact niet te onderschatten. Linda Dombrovska, van de jagersvereniging uit Letland – waar de Afrikaanse Varkenspest zich manifesteert sinds 2014, verwoordt het als volgt: “Sinds de Afrikaanse varkenspest in ons land werd vastgesteld, leven we in een nachtmerrie. We zien dode everzwijnen – hele groepen dode everzwijnen. Jong, oud, zeugen met frislingen, … Jacht is niet meer hetzelfde als voorheen. Het is een job geworden met verplichtingen rond everzwijnenreductie, kadavers zoeken, …. en niet langer gewoon een passie onder vrienden. Everzwijnen zijn nauwelijks meer te vinden. En nog blijft de ziekte zich manifesteren.”

De Afrikaanse varkenspest werd in ons land vastgesteld in Étalle, in het zuiden van de provincie Luxemburg.

Rond deze besmettingshaard werd in eerste fase een zone afgebakend van 630 km2. In deze zone werd een tijdelijk jachtverbod (op alle soorten) afgekondigd, gold een verbod om in de bossen te komen en werd actief gezocht naar kadavers van everzwijnen. Deze kadavers werden getest op Afrikaanse varkenspesten vervolgens vernietigd. Dit liet toe om meer precies vast te stellen waar de besmettingshaard zich bevond.

Op basis van deze gegevens werd de zone van 630 km2 in tweede instantie ingedeeld in drie zones. Intussen is hier een vierde zone, van ongeveer 280 km2 bijgekomen. Dit gebeurde op basis van Europese wetgeving, en is niet gelinkt aan de detectie van een nieuwe besmettingshaard. De huidige zonering is als volgt:

  • Een kernzone (‘zone noyau’) van 148 km2
  • Een bufferzone (‘zone tampon’) van 270 km2
  • Een versterkte observatiezone (‘zone d’observation renforcée’) van 211 km2
  • Een bewakingszone (‘zone de vigilance’) van 279 km2   

In elk van deze zones zijn verschillende maatregelen afgekondigd. De bedoeling van de maatregelen is om de Afrikaanse Varkenspest binnen de kernzone te houden. In de kernzone en de bufferzone geldt een volledig jachtverbod en een verbod om in de bossen te komen, zodat de everzwijnen zo weinig mogelijk bewegen. Tegelijk wordt er actief gezocht naar kadavers. In de bufferzone komt er een gedeeltelijk hekwerk dat de bewegingen van de everzwijnen moet beperken. In de versterkte observatiezone worden zware inspanningen gedaan om de everzwijnenpopulatie te reduceren, met respect voor strikte bioveiligheidsmaatregelen. Ook in de bewakingszone worden inspanningen geleverd om de populatie everzwijnen te reduceren. De geschoten dieren worden vernietigd. De bioveiligheidsprocedures zijn, wegens het geringere risico in deze zone, minder strikt.

Een volledig overzicht van de van kracht zijnde maatregelen vind je hier.

In de rest van Wallonië (buiten de afgebakende zones) worden ook maatregelen genomen met als doel de everzwijnenpopulatie beter binnen de perken te houden:

  • Het seizoen van de druk- en drijfjachten op everzwijn is verlengd tot eind februari 2019
  • Het is wettelijk verplicht om everzwijnen te schieten tijdens de jacht als de kans zich daartoe leent, ongeacht leeftijd en geslacht
  • Jachtrechthouders moeten verplicht drie collectieve jachten organiseren op everzwijn in de periode januari-februari 2019.

Zeker nu de Afrikaanse varkenspest zo dichtbij is (in het land) is absolute waakzaamheid geboden, ook in Vlaanderen.

Jagers zijn de ‘ogen en oren van het bos’ en hebben een belangrijke rol te spelen om everzwijnenkadavers te melden. Meld ieder kadaver onmiddellijk aan de ophalers. In Vlaanderen zijn dit de VOC’s in afspraak met ANB. Wacht niet op het tweede, derde of tiende kadaver om in actie te schieten. Hoe langer kadavers op het terrein blijven, hoe verder de ziekte kan verspreiden, hoe groter het probleem en hoe langer het zal duren om dit op te lossen na detectie. Raak de kadavers niet aan, en laat ze ophalen door de ophalers, die werken volgens een protocol rond bioveiligheid.

Met het nakende jachtseizoen, is de boodschap voor jagers overduidelijk: ga NIET jagen in besmet gebied of risicogebied, ook niet waar dit wettelijk is toegelaten. Het risico om de Afrikaanse varkenspest te importeren is té groot.

Ook al jaag je in een zone waar Afrikaanse varkenspest nog niet is vastgesteld: aandacht voor wildhygiëne en bio-sanitaire maatregelen (vb. bij het ontweiden, vervoer en verwerken van everzwijn) is geboden.

Zowel met het oog op de beperking van schade door everzwijnen, als met het oog op een eventuele introductie van de Afrikaanse varkenspest, is een reductie van de everzwijnenpopulatie in Vlaanderen aan de orde. HVV roept op om hier actief aan mee te werken.