Nieuws

Boogjacht: expert ontkracht een aantal misvattingen

Hoewel boogjacht een meerwaarde kan betekenen voor het moderne wildbeheer, bestaan over de tactiek een aantal misvattingen bij het grote publiek en jagers. Frank Siedentopf, voorzitter van de Flemish Bowhunting Association en expert in de materie, ontkracht deze één voor één.

We kennen allemaal de beelden die te pas en te onpas circuleren op het wereldwijde net: watervogels, vee of zelfs huisdieren met een pijl door het lichaam. Dit is één van de redenen waarom er zoveel misvattingen rondgaan over de jacht met pijl en boog. Wanneer men dan in detail deze gevallen analyseert, kom je al snel tot de conclusie dat het hier om pijlen gaat uit sportwinkels, voorzien van simpele oefenpunten, of in het slechtste geval pijlen van goedkope kruisbogen van Chinese makelij. Dit heeft niets met jacht te maken, maar eerder met vandalisme en  geëxperimenteer van deugnieten.

We staan met onze vereniging, De Vlaamse Boogjacht Vereniging (FBA), regelmatig op events, jacht gerelateerd of niet, en daar tonen we hoe efficiënt en accuraat een geoefend jager met een jachtboog kan omgaan. Het is de ideale plek om mensen die twijfelen te overtuigen.

Enkele voorbeelden dan? In Afrika kan je zonder problemen de ‘big five’ bejagen met de boog, dus evengoed een Kaapse buffel van 1000 kg plus. In Noord Amerika zijn er vorig jaar 1 miljoen dieren gestrekt met de boog. En ook in 17 landen van de EU, kan men met de boog jagen. Dit zonder noemenswaardige incidenten. Wallonië laat sinds 4 jaar de boog toe als jachtwapen voor alle mogelijke jachtmethodes en voor alle wild.  De enige restrictie is het verbod op het gebruik tijdens drijfjachten op de lijn van de jagers met vuurwapens, om de simpele reden dat de boog niet geschikt is om op snellopend wild te schieten.

Ook in de Europese habitatrichtlijnen wordt de boog niet uitgesloten als jachtwapen in de lidstaten.

De handboog: het ideale stroperswapen?
Laten we beginnen met één van de voornaamste misvattingen en één van de grootste bezorgdheden van veel jagers, namelijk stroperij. Als ik denk aan stropers, dan lijken me dat goed georganiseerde bendes te zijn die met nachtkijkers of artificiële lichtbronnen bij nacht, vanuit een voertuig, met vuurwapens (klein kaliber) op pad gaan. Bendes die op een nacht een koffer vol klein wild schieten of op zijn minst enkele stukken gewild. Dit is praktisch onmogelijk met een handboog.

Bewijslast is reden nummer 1: een kogel is zeer moeilijk terug te koppelen aan zijn eigenaar. Een pijl daarentegen is een zeer groot stuk bewijs. Een boog is ook nog eens zeer onpraktisch (lees maar onmogelijk) wanneer het op gebruik vanuit een wagen aankomt en al zeker bij nacht. Schotsafstanden worden zeer klein (onder de 15 meter) wanneer het donker wordt. Reken dan nog eens dat je toch flink moet trainen om accuraat te zijn en dat het wild in veel gevallen toch nog enkele meters zal kunnen vluchten vooraleer het valt.

Stropers hebben heel andere middelen die beter aansluiten bij hun illegale activiteiten, wat ook blijkt uit het materiaal dat stropers bij zich hebben wanneer ze tegen de lamp lopen. Zelden dat daar een handboog bij zit.

Een boog kan nooit efficiënt of accuraat genoeg zijn om mee te jagen? 
Indien de moderne jachtbogen niet accuraat zouden zijn, bedenk dan even dit: de Nederlandse kampioen Compound, Mike Schloesser, schiet op 90 meter, consecutief, 36 pijlen in een groep van 10 centimeter.

Voor veel jagers, zelfs met een degelijke richtkijker, is dat al een hele opgave. De gemiddelde jachtafstanden met de moderne compound boog liggen tussen de 10 en de 25 meter. Op die afstanden schieten geoefende schutters regelmatig eigen pijl op pijl tijdens het trainen. Wat mij ook opvalt, is dat een jager met de boog meer berust op zijn kwaliteiten als scherpschutter, dan dat hij vertrouwt op de kracht van zijn ‘kaliber’. Je hebt als boogjager meestal ook maar één kans, en dan moet het ook perfect raak zijn. Vandaar de opgave om als boogjager zo kort mogelijk tot bij het wild te komen om een perfect geplaatst schot te geven.

Is de boog wel efficiënt genoeg om humaan en snel te doden? 
Het eerste onderdeel van efficiëntie en waar de meeste twijfels over bestaan, is de dodelijke werking van een moderne jachtpijl die voorzien is van een jachtpunt. Veel jagers staan met open mond te kijken wanneer je als boogjager in een gemengde drukjacht met karabijnjagers een dikke keiler of een hert strekt.

Om dit uit te leggen moeten we misschien eerst een andere misvatting de wereld uit helpen, namelijk de term ‘schokdood’ of ‘schokwerking’ die bij een pijl niet voorkomt. Kogels voor de jacht zijn gemaakt om hun kinetische energie bij impact zo snel mogelijk af te geven. Vanwaar komt de term schokdood dan? Wanneer een dier neervalt na de impact van een kogel, dan is dit door trauma of uitgebreide schade aan het centraal zenuwstelsel. Dit gebeurt enkel wanneer de nekwervels, delen van de ruggengraat of de hersenen zijn geraakt, dus niet bij een zogenaamd bladschot.

Bij een bladschot zal het dier bij bewustzijn en mobiel blijven tot het zal sterven door bloedverlies, schade aan interne organen of hypoxie. Dus schokdood of schokwerking is in vele gevallen onbestaand bij een weidelijk schot op het blad. Dit even om de vergelijking op neutrale basis te kunnen maken met de manier waarop een pijl werkt.

Een moderne jachtboog is zeer efficiënt in het omzetten van zijn energie naar het projectiel, de pijl. De meeste jagers schieten met bogen die tussen de 85 en 120 Joule produceren en schieten met pijlen van ongeveer 500 gravin of 30 gram aan gemiddelde snelheden van 300 km/uur. De efficiëntie zit hem niet enkel in de kinetische energie, maar in de combinatie van Joules (gewicht van de pijl en snelheid), accuraatheid van de schutter en het gebruik van vlijmscherpe jachtpunten.

In de meeste gevallen zal een pijl los door de thorax van het wild gaan en zich in de grond boren. Hiermee weerleggen we nog een andere bezorgdheid of misvatting, namelijk dat de pijl in het dier blijft zitten en ergens te velde sterft om dan als jachtslachtoffer te worden bestempeld door een toevallige voorbijganger. De moderne jachtboog heeft enkel genoeg energie nodig om door longen en hart te gaan. Alle extra energie die in een pijl wordt overgezet, dient alleen om de pijl nog dieper in de grond te boren. Het doorsnijden van de bloedvaten in hart en longen resulteert in een zeer snelle bloeddrukval waardoor het dier bewustzijn verliest en sterft. Hoe snel dit gaat en hoe ver het dier zal lopen hangt af van verschillende parameters zoals de grootte van het dier, alertheid en diameter van de jachtpunt, maar gemiddeld mag men 3 tot 5 seconden stellen. Ribben zijn geen probleem en worden ofwel gebroken bij impact of opzij
geduwd en dit aan weerszijde. Een dier zal dus in de meeste gevallen zijn natuurlijke reflex om te vluchten kunnen inzetten, wat resulteert in een nog snellere bloeddrukval. Het is niet ongebruikelijk dat wild soms maar enkele meters vlucht en stopt, zonder het besef dodelijk te zijn geraakt.

Is de boog dan wel efficiënt genoeg om aan wildbeheer te doen? 
Sinds een viertal jaar worden in Wallonië meer en meer boogjagers ingezet op drukjachten, zoals in de Oostkantons, door hen op de posten te plaatsen waar een vuurwapen niet of moeilijk kan ingezet worden. Dichte dekking, in de nabijheid van wandel- of fietspaden, plaatsen dus waar de korte schietafstand beter van toepassing is. In Frankrijk, een land met ongeveer 15.000 boogjagers, worden op veel plaatsen drukjachten georganiseerd uitsluitend voor boogjagers. De gemiddelde tableau moet daar niet onderdoen voor de traditionele drukjacht.

Sinds een zevental jaar beheren we samen met 10 andere boogjagers een jachtgebied in de Franse Ardennen en dit exclusief met de boog. Waar we in het begin moeite hadden om ons afschotplan te halen, werd het afschot de laatste twee seizoenen behaald nog vóór de laatste jachtdag. Het vergt een andere manier van organiseren en planning, maar het is zeker mogelijk.

De hamvraag die sinds enkele maanden ook door de media regelmatig werd gesteld: gaan we met de boog het everzwijnprobleem in Limburg kunnen oplossen? 
Het korte antwoord is uiteraard neen. Het zou onmogelijk zijn om de enorme inspanningen van de Limburgse jagers en de aantallen gestrekte everzwijnen te evenaren. Maar waar het vuurwapen misschien niet van toepassing is, daar zou de handboog, aanvullend toch verschil kunnen maken. Ook dit is reeds bewezen en goed gedocumenteerd. In de voorsteden van Madrid en sinds enkele weken ook rond Alicante worden de everzwijnen met succes bestreden met de jachtboog.

De bedoeling is door middel van jachtdruk de dieren terug te dringen naar hun natuurlijk habitat waar er aan wildbeheer kan gedaan worden.

Wordt er niet veel meer gekwetst met de boog dan met het vuurwapen? 
Ook hier spreekt wetenschappelijk onderzoek dit tegen. In de Deense studie die meer dan 5 jaar liep en de jacht op reewild onderzocht, was het verwondingspercentage nagenoeg gelijk met het vuurwapen en lag rond de 5 procent. Ook de Franse en Finse studies rond boogjacht kwamen deze op ongeveer dezelfde cijfers uit.

Andere cijfers uit de studie rond bijvoorbeeld penetratie, gaven aan dat van de 555 dieren er bij 485 de pijl volledig door het dier gingen en bij 10 de pijl volledig door de vitale delen van het dier gingen, maar bleven steken in bijvoorbeeld de tegenovergestelde schouder.

Uit een onderzoek van UNUCR, (Union Nationale pour l’Utilisation de Chiens de Rouge), de Franse nationale zweethonden en nazoekorganisatie, bleek dat hun teams meer werden opgeroepen door boogjagers dan door andere jagers. Bij de nazoeken op wild geschoten met pijl, dat het aantal dieren die werden teruggevonden hoger was en dat ze meestal dood werden teruggevonden. Het is zeker niet dat nazoek steeds noodzakelijk is. Het toont vooral aan dat een boogjager, vanwege de korte schietafstand, de kwaliteit van zijn schot beter lijkt te kunnen inschatten.

Zoals ik al eerder aanhaalde is het grote verschil met het vuurwapen de effectieve draagwijdte of schietafstand van een pijl. Een compound boog zal accuraat zijn tot zelfs 100 meter, maar vanwege lage snelheid zullen de meeste jagers niet verder schieten dan gemiddeld 20 tot 30 meter. Een traditionele boog, recurve of longbow, zonder katrolsysteem, zal op nog kortere afstanden worden gebruikt. Deze laatste is ideaal om op klein wild of veerwild in vlucht mee te jagen en er wordt, net zoals met het hagelgeweer, op een meer instinctieve manier mee gemikt.

Indien men dit in acht neemt kan men met de handboog in principe op dezelfde manier jagen als met het vuurwapen. Pirschen, aanzit- of drukjacht is perfect mogelijk. Men schiet echter enkel op traag bewegend of stilstaand wild. Het maakt niet uit of het nu een keiler, een Kaapse buffel of de dieren van de Noord Amerikaanse Grand Slam zijn, het kan allemaal. En in veel gevallen is de uitdaging alleen maar groter en aantrekkelijker. Het meest uitdagende is bersen met de jachtboog en veel jagers beginnen met de boog enkel en alleen voor deze uitdaging.