Het juiste camouflagepatroon kiezen is een hele uitdaging. Er zijn zoveel mogelijkheden dat je als jager vaak de bomen door het bos niet meer ziet. Daarom geven we hier meer duiding over wat camouflage eigenlijk is en hoe het best te gebruiken.

 

 

Een korte terugblik

Dieren gebruiken camouflage al sinds het begin der tijden. Het natuurlijke vermogen om op te gaan in hun omgeving, en zo hun vorm te verbergen, helpt prooidieren om predatoren te ontwijken, terwijl het predatoren net helpt om ongemerkt dichter bij hun prooi te komen. Het gebruik van camouflage door de mens stamt uit de negentiende eeuw. Omdat het bereik en de precisie van vuurwapens op het slagveld steeds toenam, werd camouflage voor soldaten vitaal, letterlijk, om te overleven. Het gebruik van camouflage voor de jacht kwam eerst voor in de Verenigde Staten, vanwaar het zich verspreidde over de hele wereld. In bepaalde regio’s, zoals bijvoorbeeld Europa, heeft het vrij lang geduurd eer camouflage voor de jacht geaccepteerd werd. Ook nu nog is het dragen van camouflagekleding ‘not done’ voor bepaalde jachtgroepen dietraditie hoog in het vaandel dragen. Anderzijds is het dragen van camouflagekleding voor bersen, aanzitten, hutjacht volledig aanvaard.

Militair versus jacht

Toen Amerikaanse jagers op het idee kwamen camouflagekleding te dragen, sprak het voor zich dat ze naar militaire uitrusting grepen. Er was namelijk niets anders op de markt. Sindsdien zijn camouflagepatronen bedoeld voor militaire doeleinden enerzijds en specifiek ontworpen patronen voor de jacht anderzijds, helemaal uit elkaar gegroeid. Beide toepassingen hebben namelijk heel andere vereisten. Militaire patronen zoals het Amerikaanse Woodland, het Britse DPM (Disruptive Pattern Material), het Duitse Flecktarn en ook de bekende ABL-camouflage van onze Belgische strijdkrachten, werden ontworpen om de goed herkenbare menselijke vorm te breken. Deze universele patronen doen het goed in een veelvoud aan biotopen, zowel dichtbij als vanop grote afstand, tijdens elk seizoen. Ze zijn echter niet uitgesproken geschikt voor één enkele omgeving, seizoen en afstand.

De camouflagepatronen zorgen er niet alleen voor dat de menselijke vorm gebroken wordt, maar ook dat de drager optimaal opgaat in zijn omgeving. Camouflagepatronen ontwikkeld voor de jacht, zoals we ze kennen van onder meer Realtree, Mossy Oak, Optifade, Desolve zijn heel erg gedetailleerd. Vaak maken jachtpatronen gebruik van 3D-achtige vormen, onder meer van bladeren en takken, om diepte en schaduw te creëren. Daarbij zijn ze heel specifiek ontworpen voor welbepaalde biotopen en jaargetijden. Een patroon met veel verse, jonge groentinten mag dan wel ideaal geschikt zijn voor de lente, in de late herfst met overwegend grijze en bruine tinten, val je hiermee beslist uit de toon. Bovendien zijn deze vormen van jachtcamouflage bij uitstek geschikt voor korte tot middellange afstand omdat de vele details overgaan in een grote, monochrome vlek wanneer men ze op grote afstand observeert. Het is echter wel zo dat in welbepaalde, beperkte omstandigheden specifieke jachtcamouflage beter presteert dan de meer universele militaire patronen.

 

Patroonsoorten

Niettegenstaande het feit dat er een enorme verscheidenheid is in camouflagepatronen, zijn deze te rangschikken in een aantal brede categorieën. Dit al naargelang de tijd van het jaar, de omgeving en, ja toch ook, de lokale wetgeving. Kies bewust uit patronen met meer of minder groen, bruin en beige, maar ook uit meer opvallende tinten zoals wit en oranje.

Woud

Densere woudpatronen laten toe om naadloos op te gaan in beboste gebieden. Er zijn onder meer patronen met veel fris, jong groen voor de lente, maar ook donkere aardetinten met veel schaduw en kale takken voor de late herfst en winter. Denk ook aan je manier van jagen. Wanneer je vaak op een open ladder zit, heb je een patroon met veel contrast nodig om je vorm te doen vervagen tegen de hemel. Voor het bersen gebruik je idealiter zachtere tonen om je vorm te verdoezelen in de omgeving.

Riet/maïs

Voor dit type camouflagepatroon worden veel afbeeldingen van lange grassen, stengels, rietkoppen, maïsbladeren… gebruikt in vaak gele en beige tinten. Deze patronen zijn ideaal voor duivenjacht op het graan, in de maïs, maar ook ganzen- en eendenjacht in het riet. De relatief lichte kleuren en uitgesproken lange, verticale vormen op deze patronen maken ze uitermate geschikt voor dit soort biotopen.

Grasland

In tegenstelling tot woudpatronen die verweven zijn met allerhande details, dieptes en schaduwen, zijn camopatronen voor open vlaktes zoals heide, grasland, savanne… vrij open en eenvoudig. Dit is net omdat de begroeiing in het landschap ook monotoon en eenvoudig is. Het enige wat contrast biedt is aarde, dorre planten en grassen, allemaal in heel zachte kleuren.

Sneeuw

Een sneeuwlandschap is zelden maagdelijk wit. In besneeuwde landschappen zit er altijd kleurvariatie, licht en donker, diepte. Daarom is het dragen van volledig witte kleding niet meteen een goed idee omdat het een vlakke, opvallende en contrasterende vorm creëert. Sneeuwcamouflage mengt wittinten met donkere kleuren en zelfs vegetatietinten om veel beter op te kunnen gaan in een besneeuwd landschap en minimaal te contrasteren met de achtergrond.

Oranje

Veel landen verplichten jagers om minimaal één, vaak twee, oranje kledingstukken te dragen uit veiligheidsoverwegingen. Daar veel wild enkel blauw, geel en groene tinten kan waarnemen, maar niet oranje of rood zoals wij, draagt oranje enkel bij tot de zichtbaarheid voor andere jagers. Je camouflage voor het wild zal er niet onder lijden. Vergeet niet ook handen en gezicht te bedekken.

Denk erover na om verschillende camouflagepatronen te mengen. Wanneer je bijvoorbeeld al zittend tegen een boom het wild opwacht, kan je overwegen een broek te dragen in een patroon dat optimaal aansluit bij de bodem en een jas die afgestemd is op de boom. Amerikanen doen dit vaak wanneer ze op kalkoenen jagen om zichzelf zo optimaal te camoufleren. Vergeet bovendien nooit je handen en gezicht te bedekken. Dit zijn bleke oppervlakken die gemakkelijk zonlicht reflecteren en een perfect bedachte camouflage genadeloos verpesten.

Stilte is alles

Ongeacht het feit of je de perfecte camouflage draagt of niet, denk er altijd aan om zo stil mogelijk te blijven en de wind optimaal te benutten. Zelfs het allerbeste camouflagepatroon helpt niets wanneer je door het bos loopt alsof het een winkelstraat is. Denk ook aan het weer. Wanneer je het te warm of te koud hebt, of doorweekt ben van zweet of regen, brengt camouflage geen oplossing. Zorg dus voor de juiste uitrusting voor het seizoen en de omgeving waarin je jaagt om je kansen op succes te vergroten.