‘Handhaving moet weer serieus opgevat worden.’ Dat zegt Benny Coulier, voorzitter van het Vlaams Instituut voor de Bijzondere Veldwachters. Hij pleit voor een herwaardering van het ambt. 

De toenemende maatschappelijke druk op het platteland wordt vaak in populaire termen uitgedrukt: meer sport en recreatie, een grotere vraag naar belevenis van landschap, erfgoed en natuur, het uitwerken van uitgebreide toegankelijkheid of nieuwe ruimtelijke verbindingen. De schaarse open ruimte in Vlaanderen moet beantwoorden aan een steeds grotere vraag naar verschillende functies. Dit samenspel van interacties beheren op het terrein is echter geen sinecure. Nieuwe mogelijkheden brengen immers nieuwe uitwassen en problemen met zich mee. Ook eisen de verstedelijking en moderne evoluties hun tol op het vlak van criminaliteit, drugs- en andere afval, sluikstorten, destructieve stroperij, aantasting van natuurwaarden.  Het thema van handhaving op het terrein is terug van weggeweest en de vraag naar een meer effectieve en gestructureerde aanpak klinkt luider. Het is dan ook nodig om rol van de bijzondere veldwachter in Vlaanderen opnieuw te belichten en de toegevoegde waarde ervan in de kijker te stellen. Een gesprek met Benny Coulier, reeds 10 jaar voorzitter van het Vlaams Instituut voor de Bijzondere Veldwachters (VIBV).

Wat is een bijzondere veldwachter (BVW) eigenlijk? Wat moet men onder deze term verstaan?

Onder de term BVW vallen alle personen die zijn aangesteld op grond van het artikel 61 van het Veldwetboek. Op grond van dit artikel worden onder meer de bijzondere wachters, de domeinwachters, de provinciale wachters, de beëdigde jachtwachters en private boswachters aangesteld.

BVW’s kan men onderverdelen in 3 categorieën:
– jachtwachters (houden toezicht op de jachtrechten van de aansteller);
– visserijwachters (houden toezicht op de visrechten van de aansteller, voornamelijk Wallonië);
– domeinwachters (houden toezicht op eigendommen, gebouwen, domeinen en sites van de aansteller).

In 1999 werd er een coördinatie doorgevoerd en werden de termen ‘wachters’, ‘beëdigde jachtwachters’, ‘bijzondere wachters’ en ‘veldwachters’ vervangen door de benaming ‘bijzondere veldwachters’.

Spijtig genoeg is deze coördinatie nog niet in alle wetgeving doorgevoerd. Zo spreken de Wapenwet en het Jachtdecreet over ‘bijzondere wachters’ en vermeldt de douanewetgeving nog ‘beëdigde particuliere wachters’.

BVW’s zijn personen die aangesteld (of aangenomen) zijn door een particulier, een wildbeheereenheid, een natuurgroepering of een openbare instelling, zoals een universiteit of een OCMW, en die toezicht houden op landelijk gelegen eigendommen, terreinen, bossen en jachtgebieden van hun aansteller. Ze zijn belast met het bewaken van de rechten van hun aansteller en sommigen helpen ook bij het onderhoud van de bossen of KLE’s en voederen in de winter het wild bij. Meestal zijn het geen overheidspersonen of ambtenaren (met uitzondering van de provinciale wachters).

Niet iedereen kan BVW zijn. Zo mag men terzelfdertijd geen politiek mandaat uitoefenen, politieagent zijn, het beroep van privédetective, beveiligingsonderneming of dat van wapenhandelaar uitoefenen.

De BVW mag ook niet zelf jagen of vissen op het gebied waarop hij is aangesteld en geen bloed- of aanverwant tot in de derde graad van zijn aansteller zijn, of met de jacht- of visrechthouders die op het gebied jagen of vissen.

Hoeveel BVW’s telt Vlaanderen?

Hoe vreemd ook, er bestaan geen exacte gegevens. Maar via de provinciale administraties weten wij dat er in Vlaanderen vandaag nog een 500-tal BVW’s zijn. De provincie Oost-Vlaanderen telt het hoogste aantal BVW’s. In die provincie waren er in 2013 nog 167 BVW’s actief.

Welke zijn de bevoegdheden van een BVW?

De BVW mag welbepaalde misdrijven opsporen en vaststellen (identiteit opvragen, proces-verbaal opstellen). Hij is een officier van gerechtelijke politie met beperkte bevoegdheid. Deze beperking situeert zich op twee vlakken. Zo is hij alleen bevoegd om misdrijven vast te stellen in zijn aanstellingsgebied en dit voor de toepassing van een reeks bijzondere wetten, die naast het Veldwetboek (bescherming van eigendommen van welke aard ook), het bos, de jacht, het behoud van natuur en milieu en de riviervisserij betreffen.

De eigenlijke omvang van de bevoegdheid van een BVW wordt bepaald in zijn aanstellingsakte. Dit wil dus concreet zeggen dat de inhoud van deze akte de bevoegdheid van de BVW precies omschrijft en bepaalt.

Wordt er bijvoorbeeld in de aanstellingsakte alleen maar melding gemaakt van te bewaken jachtrechten, dan is de BVW alleen maar bevoegd om op te treden op het gebied van jachtmisdrijven en kan hij geen misdrijven in het kader van het Bosdecreet of tegen de natuur vaststellen.

Wordt er in de aanstellingsakte vermeld dat de BVW toezicht heeft op de eigendommen en de goederen en andere rechten van zijn aansteller, dan heeft hij bevoegdheid om op te treden op het gebied van misdrijven tegen eigendommen, die omschreven zijn in het Strafwetboek. In deze gevallen kan de BVW wettelijk optreden tegenover diefstal van veld- en bosgewassen, vernielingen en beschadigingen, het aanrichten van schade aan private wegen en gebouwen, verwoesting van veldvruchten, planten, bomen, enten, granen, voeder en vernieling van landbouwgereedschappen en vernieling van afsluitingen, brandstichting.

Hoe herkent men een BVW? Welke kentekens moeten gedragen worden?

Een heel herkenbaar embleem wordt op alle onderdelen van het typische groene uniform aangebracht. Op de trui en het hemd moeten er ook schouderstukken gedragen worden. De BVW draagt ook een legitimatiekaart tijdens de uitoefening van zijn functie om zijn hoedanigheid te doen blijken.

Soms bemerkt men BVW’s met een geweer over de schouder. Mag iedere BVW gewapend zijn?

Neen. Met het nieuwe KB van 2017 tot regeling van het statuut is het veel duidelijker geworden. Nu kan men stellen dat enkel de BVW’s die beschikken over een jachtverlof (of dit jachtverlof kunnen verkrijgen) mogen gewapend zijn met een lang vuurwapen, toegelaten in het gewest waar het aanstellingsgebied gelegen is. In casu, toegelaten voor de jacht in Vlaanderen. Andere wapens zijn niet toegelaten.

Hoe wordt men officieel tot BVW erkend?

Men wordt pas BVW na erkenning door de gouverneur, waarvoor men eerst een basisopleiding moet volgen. Deze wordt gespreid over
verschillende lesdagen en omvat 80 lesuren. Jaarlijks worden er normaliter een tweetal opleidingen in Vlaanderen door verschillende politiescholen georganiseerd. Tijdens de lessen maken de kandidaat BVW’s o.a. kennis met:
– de bevoegdheden van de BVW;
– de specifieke bijzondere wetten;
– het opstellen van een proces-verbaal;
– het veilig en verantwoord kunnen optreden.

Na de lessen volgt er uiteraard een examen waarvoor men geslaagd moet zijn, en voldoet de kandidaat aan de andere voorwaarden zoals nationaliteit, meerderjarigheid en oefent hij of zij geen functie uit welke niet gecombineerd mag worden met de functie van BVW, dan kan de gouverneur de erkenning verlenen.

De private sector levert heel wat aanstellers van BVW’s aan. Dient de vervanging van de oudere generatie zich met rasse schreden aan?

De vraag naar een verdere en betere motivering van de jongere generatie is derhalve van groot belang. Het lijkt erop dat men hiervoor eerst moet kijken naar de motieven die in het algemeen vrijwilligers aanzet om bergen te verzetten op het terrein: geloof in de opdracht, vertrouwen en gedeelde ervaring met de aansteller, toe-eigening van de activiteiten op of in een bepaald gebied, maatschappelijk respect en erkenning, effectiviteit, zich kunnen toeleggen op de essentie van de functie, de vruchten van zijn werk kunnen zien. Er moet dus vermeden worden dat randfenomenen als verhoogde complexiteit, administratieve druk, onnuttige tijdsroof, uitholling van bevoegdheden (in rechte of in de praktijk) en deconsideratie hier roet in het eten komen gooien. Zeker omdat de toegevoegde waarde van BVW’s op het terrein voor politie, overheden en de maatschappij zeer groot is.

BVW’s zijn en blijven een onmisbare rader in het landelijk netwerk.

Omdat zij een officiële opdracht uitoefenen, zijn zij zeer goed geplaatst om als aanspreekpunt voor politie en overheden te fungeren over alles wat zich in het buitengebied afspeelt. Deze laatsten hebben immers niet altijd de kaders, de tijd of de middelen om een hoge graad van aanwezigheid en toezicht te verzekeren. Aan de andere kant, maken BVW’s ook volwaardig deel uit van de lokale actoren op het platteland, wat bijzonder nuttig is om acceptatie en medewerking (al dan niet rond handhaving) te verkrijgen.

Zij zijn de oren en ogen in het veld om een halt te roepen aan criminaliteit en verstorend gedrag. Door hun aanhoudende buurt- en terreinwerking dragen zij sterk bij tot het veiligheidsgevoel. Zij zijn een rem op inbraken en vernielingen op de buiten, diefstallen, drugsafval, aanhoudende sluikstorting, wildcrossen en -kamperen, destructieve stroperij, illegale lozingen, aantasting van natuurwaarden, illegale aanwezigheden. Vermindering van het toezicht door BVW’s is een uitnodiging tot dergelijke praktijken.

Een niet te onderschatten opkomende rol is eveneens de voorlichting van het bredere publiek.

Net als de lokale politie die het publiek op correcte en geïnformeerde wijze in goede banen moet leiden op het openbaar domein, is deze taak meer en meer weggelegd voor BVW’s op de terreinen waarvoor ze aangesteld zijn en waar ze in de praktijk meestal instaan voor de essentiële aspecten van het terreinbeheer (observatie, beplantingen, onderhoud bossen, wegen en paden, landschapselementen, jacht- en faunabeheer, enzovoort…). Voor de praktische toepassing van de (minimale) toegankelijkheid in het kader van de nieuwe natuurbeheerplannen kan dit van beslissend belang zijn.

Wil men vooral private beheerders stimuleren om ambitieuze beheerplannen aan te gaan en voor meer begeleiding, monitoring en openstelling te zorgen, dan is het element van efficiënte terreinwerking en handhaving een basisvoorwaarde. De overheid kan dit alleen maar van ver garanderen, tenzij de goede werking van BVW’s op het terrein actief ondersteund en gestimuleerd wordt. Dit vormt een (haalbare en betaalbare) oplossing die snel maatschappelijk kan renderen.

Er is ook een duidelijke omslag in communicatie gewenst, zodat het publiek correct geïnformeerd wordt over de bevoegdheden en toegevoegde waarde van de BVW.

Velen, ook binnen de overheid, zijn hierover onwetend of leven nog met de idee dat dit een soort van ‘restant’ uitmaakt uit een louter jachtverleden, waarover niet al te veel gezegd moet worden, omdat dit niet zou stroken met de moderne realiteit. De onwetendheid strekt zich dan ook meestal uit over wat allemaal fout kan lopen op het platteland en wat nodig is om het aan te pakken. Handhaving moet weer serieus opgevat worden. De naïviteit moet eruit.

Eerst hebben wij in Vlaanderen nood aan een reactualisatie en herwaardering van alles wat met de BVW te maken heeft.

Het warm water moet niet opnieuw uitgevonden worden. Herwaardering kan snel voor verbetering en succes zorgen: vlotte steun, erkenning en waardering door Vlaamse, provinciale en gemeentelijke overheden; nauwe contacten en efficiënte informatie-uitwisseling met de lokale politie (ook grensoverschrijdend), gezamenlijke acties en systematische steun van het gerechtelijk apparaat voor efficiënte vervolging; goede opleidingsmogelijkheden op maat van terreinmensen in de verschillende arrondissementen; adequate apparatuur en toegang tot moderne handhavingsinstrumenten; wetgeving aangepast aan de noden op het terrein. Er kan ook gedacht worden aan complementaire werkingsmiddelen om de investeringen door aansteller en BVW te stimuleren en bij te staan. Hiermee komen wij al een heel eind verder.