Op 25 april werd tot diep in de nacht gedebatteerd over de kwestie om dierenwelzijn op te nemen in de Grondwet. Dit voorstel, waar we ons met Hubertus Vereniging Vlaanderen hevig tegen verzet hebben, vereiste een tweederdenmeerderheid. Met 70 stemmen voor, 23 stemmen tegen en 29 onthoudingen werd deze grondwetswijziging op 2 mei in de Kamer van Volksvertegenwoordigers aangenomen.

Discussie over de reikwijdte van deze grondwettelijke bepaling

Het staat als een paal boven water dat dierenwelzijn en -bescherming een belangrijk gegeven is, maar het feit dat “dierenrechten” opgenomen werden in de Grondwet is verontrustend. Zeker omdat dieren op die manier zelfs meer rechten genieten dan een ongeboren baby van 10 weken oud of particulieren wiens tuintjes omgewoeld worden door wilde everzwijnen.

De lange debatten hebben echter duidelijk gemaakt dat er onzekerheid bestaat of het grondwetsartikel zal gebruikt worden in vergunningkwesties waardoor landbouw, visserij of jacht op termijn in de problemen komen. Een tweede belangrijke vraag die op tafel lag, was of (activistische) rechters wetten met betrekking tot dieren kunnen vernietigen op grond van de bescherming van dieren zoals vastgelegd in de Grondwet. Veel onduidelijkheden en bezorgdheden, en toch werd het voorstel aangenomen, weliswaar met een verklaring per fractie dat er geen sprake kan zijn van een standstillprincipe.

Historiek van het voorstel

Artikel 195 van de Belgische Grondwet stelt dat de federale wetgevende macht het recht heeft te verklaren welke artikelen van de Grondwet voor herziening vatbaar zijn in de volgende legislatuur.  In 2014 dienden Sabine de Béthune (CD&V) en Christine Defraigne (MR) een voorstel in om artikel 7bis van de Grondwet voor herziening open te stellen voor het volgende parlement. Op 23 februari 2017 dienden diezelfde indieners een voorstel (stuk 6-339/1) in om ‘zorg voor dieren als wezens met gevoel’ op te nemen in de Grondwet. Op 15 januari 2018 begon de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden met de bespreking, waarbij de exacte formulering van de bepaling, de plaats in de Grondwet en de juridische implicaties aan bod kwamen. Omwille van een rits onzekerheden werden hoorzittingen gehouden waar – hoe kan het ook anders – de jachtsector, de visserijsector, de houders van neerhofdieren en veel andere belangenverenigingen vakkundig buiten gehouden werden. Boerenbond en Algemeen Boerensyndicaat werden wel gehoord. Op 11 maart 2019 werd het verslag van de hoorzittingen goedgekeurd bij eenparigheid van de 11 aanwezige leden, maar heeft de commissie de bespreking van het voorliggende voorstel van Grondwetsherziening niet voortgezet waardoor het in de koelkast belandde. Op 23 mei 2019 stelde het parlement andermaal artikel 7bis open voor herziening.

In de Senaat werden drie voorstellen tot herziening van de Grondwet ingediend, meer bepaald:

  1. het Vooruit-voorstel tot herziening van artikel 7bis van de Grondwet, om een lid toe te voegen dat het dierenwelzijn regelt van de heer Bert Anciaux en mevrouw Katia Segers (nr. 7-47/1);
  2. het Ecolo-Groen-voorstel tot herziening van artikel 23 van de Grondwet met betrekking tot de erkenning van dieren als wezens met gevoel van de heer Fourat Ben Chikha, France Masai, Rodrigue Demeuse, Chris Steenwegen, Hélène Ryckmans, Soetkin Hoessen, Zoé Genot, Celia Groothedde en Farida Tahar (nr. 7-372/1);
  3. het PS-voorstel tot wijziging van artikel 23 van de Grondwet teneinde er het dierenwelzijn in op te nemen van de heren Julien Uyttendaele en Jean-Frédéric Eerdekens (nr. 7-415/1). Kleine kanttekening, dhr. Uyttendaele is de zoon van Prof. Marc Uyttendaele, de grondwetsspecialist die advies mocht komen geven tijdens de hoorzittingen.

De drie voorstellen werden teruggetrokken en er volgde en nieuw voorstel van indieners Bert Anciaux (Vooruit), Fourat Ben Chikha (Ecolo-Groen), Julien Uyttendaele (PS), France Masai (Ecolo-Groen), Jean-Frédéric Eerdekens (PS), Ludwig Vandenhove (Vooruit), Gaëtan Van Goidsenhoven (MR), Philippe Dodrimont (MR), Stephanie D’Hose (Open Vld) en Rik Daems (Open Vld) (nr. 7-481/1).

Andermaal volgden hoorzittingen, waar GAIA als eerste de bühne mocht bestijgen, gevolgd door een peloton rechtsgeleerden en ambtenaren. Maar andermaal werd een hele reeks sectoren, die beroepshalve of recreatief met dieren bezig zijn, buiten deze hoorzittingen gehouden. Hubertus Vereniging Vlaanderen heeft dit gebrek aan gehoor meermaals aangekaart.

Op 24 november 2023 werd dit voorstel aangenomen met 47 ja-stemmen, 2 neen-stemmen (Steven Coenegrachts en Willen-Frederik Schiltz, beiden Open Vld) en 1 onthouding (Stijn De Roo, CD&V), waarna het werd overgezonden naar de Kamer voor verdere behandeling. Op 20 maart 2024 werd het voorstel in de Kamercommissie Grondwet aangenomen met 13 ja-stemmen en 3 onthoudingen (Patrick Dewael (Open Vld), Servais Verherstraeten (CD&V) en Hervé Rigot (PS)).

Op 25 april 2023 werd het debat gevoerd in de plenaire vergadering van de Kamer. Ondertussen had Hubertus Vereniging Vlaanderen nogmaals bezorgdheden overgemaakt aan alle 150 Kamerleden. Deze grondwetswijziging beoogt namelijk een overheidsbeleid waarvan de gevolgen niet éénduidig ingeschat kunnen worden door specialisten, maar dat verstrekkende gevolgen zou kunnen hebben, o.m. in het kader van de rechterlijke toetsing van overheidsbeslissingen door hoven en rechtbanken. In het verslag 7-481/2 – 2022/2023 staat het volgende te lezen:

Verschillende grondwetspecialisten, die gehoord werden tijdens de hoorzittingen, hebben duidelijk aangegeven dat er dient te worden gestipuleerd wat de correcte interpretatie is van het te herziene grondwetsartikel dat vandaag gestemd zal worden. In die context is het uiterst belangrijk dat de constituante in de meest duidelijke bewoordingen benadrukt dat het gewijzigde artikel van de Grondwet niet als gevolg mag hebben dat de veehouderij en de landbouw concurrentienadeel zouden ondervinden ten opzichte van andere Europese landen, waar een dergelijke wetgeving niet bestaat. Daarnaast mag de voedselvoorziening hier niet onder lijden. Spreker pleit ervoor dat elkeen deze explicitering duidelijk naar voor brengt.”

In het voorstel ontbreekt net die duidelijke benadrukking dat het gewijzigde artikel geen invloed mag hebben op de veehouderij en landbouw, maar eveneens op het houden van neerhofdieren, de valkerij en vinkensport (UNESCO Immaterieel Erfgoed), visserij, jacht, duivensport, …

Ten tweede creëert dit artikel rechtsonzekerheid zonder concreet het dierenwelzijn op het terrein te verbeteren.  Hubertus Vereniging Vlaanderen vraagt om voldoende voorzichtigheid in acht te nemen bij het opnemen van dierenrechten in de Grondwet, ook in artikel 7bis, en om voorafgaande analyse van alle potentiële gevolgen. Die analyse ontbreekt tot op vandaag.

In het advies van Prof. Dr. Em. Velaers staat volgende passage: “Dat alles betekent echter niet dat die bepaling geen juridische meerwaarde heeft. O.i. heeft ze die wel degelijk en wel om twee redenen. In de eerste plaats zal de nieuwe bepaling weliswaar geen rechtstreekse werking hebben, doch dat sluit niet uit dat ze wel een onrechtstreekse werking heeft, doordat ze kan worden ingeroepen voor de rechter als een element waarmee bij de interpretatie en de toepassing van andere rechtsregels dient rekening te worden gehouden. Men kan immers de stelling verdedigen dat artikel 7bis niet alleen aan de politieke overheden van dit land de opdracht geeft om bij het maken van de rechtsregels met deze algemene beleidsdoelstelling rekening te houden, doch dat ze ook aan de rechters de opdracht geeft om, bij het toepassen en interpreteren van die regels, in acht te nemen dat de rechtsorde veel belang hecht aan de bescherming van en de zorg voor dieren. Men zou dit de reflexwerking van artikel 7bis kunnen noemen. Zo zal de rechter bij de beoordeling van de legitimiteit en de proportionaliteit van een beperking van een grondrecht, voortaan ook in artikel 7bis van de grondwet een argument vinden om te stellen dat hij in zijn afweging het belang van het dierenwelzijn dient te betrekken. Dat gebeurt overigens nu reeds, zoals blijkt uit de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof, van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ook wanneer regels uit het burgerlijk recht, het strafrecht, het dierenwelzijnsrecht enz. voor meerdere interpretaties vatbaar zijn, zal de rechter er moeten mee rekening houden dat de zorg voor het dierenwelzijn voortaan een ook door de Belgische grondwetgever uitdrukkelijk erkend belang is.”

Ten derde wegens gebrek aan gehoor van een hele reeks belangenorganisaties. Op 17 maart 2023, 28 april 2023, 26 mei 2023, 9 juni 2023 en 23 juni 2023 werden een hoorzittingen gehouden waarin ENKEL dierenwelzijnsorganisaties, academici en overheidsdiensten gehoord werden. Behoudens één genodigde van Agrofront, werd niemand gehoord vanuit de jachtsector, de landbouw, de valkerij, de vinkensport, (rivier)visserij, duivensport, … Kortom, de belangenorganisaties die door voorliggende voorstel mogelijks geïmpacteerd kunnen worden.

Omwille van het gebrek aan expliciete garanties die de continuïteit van belangrijke sectoren zoals landbouw, veeteelt, jacht, valkerij en vinkensport waarborgen, omwille van de rechtsonzekerheid omwille van de aangehaalde reflexwerking en omwille van het gebrek aan gehoor van een hele reeks sectoren in dit debat vroeg Hubertus Vereniging Vlaanderen om dit voorstel niet goed te keuren.

Gezond boerenverstand bij Open VLD en CD&V

Open Vld, CD&V, Vlaams Belang en N-VA gingen in op de vraag tot een spoedoverleg, waarna de vier voornoemde partijen van koers veranderden. Vincent Van Quickenborne gaf een vurig pleidooi tegen deze grondwetswijziging, gevolgd door een al even bevlogen tussenkomst van Jean-Marie Dedecker (onafhankelijke). Op 30 april en 2 mei volgden nieuwe overlegmomenten in een ultieme poging om N-VA en Vlaams Belang te overtuigen tegen te stemmen, omdat er terecht werd gevreesd dat vergunningen op de helling kwamen te staan en dat er mogelijks juridische gevolgen konden zijn voor jagers, landbouwers, vissers, duivenmelkers of paardenliefhebbers. Op de finale stemming van 2 mei stemden Open Vld en CD&V tegen, terwijl Vlaams Belang en N-VA zich onthielden.

De Vlaamse “Riek” in de rug door het Vlaams Belang en N-VA

De keuze van politieke partijen zoals het Vlaams Belang en de N-VA om zich te onthouden bij de stemming is een slag in het gezicht voor de Vlaamse jager, landbouwer, visser, paardenhouder of duivenmelker. Ondanks het nobele doel om dierenwelzijn in te schrijven in de Grondwet, is er nog steeds teveel onduidelijkheid wat de mogelijke gevolgen zijn voor de betrokken sectoren. De enige juiste stem had een duidelijke ‘neen’ moeten zijn.

Vincent Van Quickenborne (Open VLD) merkte in het parlement terecht op tegen zijn collega’s van het Vlaams Belang: “Haal uw verkiezingsborden met de slogan ‘Red onze boeren’ maar van het veld, want met uw onthouding plant u hen een “riek” in de rug.”

Servais Verherstraeten (CD&V) is tevreden dat het ‘standstill-principe’, dat met een overgrote meerderheid werd verworpen, het niet gehaald heeft. Het standstillbeginsel houdt in dat verleende rechten in de toekomst behouden dienen te blijven en de huidige situatie als norm aangenomen wordt voor de toekomst. Voor het dierenwelzijn en dierenbescherming zou dit betekenen dit dat nieuwe sectorale wetgeving in kwaliteit en kwantiteit geen achteruitgang mag betekenen.

Concreet vertaald naar de jachtpraktijk zou een standstillprincipe betekenen dat de Vlaamse wetgever morgen de jacht op de houtsnip niet kan heropenen, omdat die vandaag niet meer bejaagbaar is. Hubertus Vereniging Vlaanderen heeft ervoor gevochten en gezorgd dat er een uitdrukkelijke verklaring per fractie werd afgelegd dat het verontrustende standstillprincipe niet wordt aangenomen.

Ondanks de onthouding van N-VA gaat ook een bijzondere dank uit naar N-VA kamerlid Sander Loones, die een amendement indiende om dat standstillprincipe wél in te voeren, weliswaar met de duidelijke vermelding dat hij zijn eigen amendement zou afkeuren. Uit de stemming over dit amendement bleek de Kamer unaniem tegen de invoering van een standstill gekant te zijn. De bedoeling van Loones was om een héél duidelijk signaal te krijgen van de voltallige Kamer dat de opname van dierenwelzijn in de Grondwet louter een symbooldossier zou zijn waar rechters niet op kunnen terugvallen als ze art. 7bis willen aftoetsen aan de rechtspraak. Het mag gezegd, een succesvolle tegenzet van Loones.

Met andere woorden, hierdoor kan de Vlaamse wetgever wel nog de jacht op een vandaag niet-bejaagbare soort zoals de houtsnip heropenen. Die politieke stellingname was uitermate belangrijk om het adaptive management niet in gevaar te brengen.

Maar is de kans niet heel groot dat de interpretatie van art. 7bis toch zal doorwerken in de rechtspraak?

Tekst: Dieter De Mets en Christophe Rutsaert

Dit nieuwsartikel delen:
RSS feed