U heeft ongetwijfeld al gehoord dat bepaalde jagers tijdens een politiecontrole werden geconfronteerd met de vraag hun model 9 van hun jachtwapen voor te leggen. In bepaalde gevallen dreigden de politiediensten met inbeslagname van het wapen. Daartoe bestaat geen enkele wettige reden, aldus minister Geens. Het model 9 is een overdracht- en registratiedocument en vormt geen wettige bezitstitel. U hoeft het model 9 dan ook niet op zak te hebben.

In oktober 2017 ging een Vlaamse jager op drijfjacht in de Ardennen. Het wapen was voorzien van een trekkerslot, keurig opgeborgen in een slotvaste koffer.  De kogelpatronen waren eveneens gescheiden opgeborgen in een slotvast koffertje. Beide koffers lagen in de slotvaste kofferbak van de wagen zoals de wet voorziet. Geen vuiltje aan de lucht zou u denken. Tot een politie-inspecteur bij een wegcontrole de voorlegging van het model 9 van dat wapen eiste. De betrokken jager had dat niet bij waarna de inspecteur dreigde met een tijdelijke inbeslagname van het wapen. In de loop van het jachtseizoen kwamen een aantal analoge meldingen binnen bij Hubertus Vereniging Vlaanderen vzw. De vraag rees of er dus een algemene richtlijn dienaangaande aan de politiediensten was uitgevaardigd. Hubertus Vereniging Vlaanderen vzw trok aan de alarmbel bij de overheid.

Volgens de lezing van Hubertus Vereniging Vlaanderen vzw zijn jagers krachtens artikel 12 van de Wapenwet vrijgesteld van vergunningen en is het model 9 een overdracht- en registratiedocument dat overgemaakt wordt aan de diensten van de Gouverneur, op basis waarvan de inschrijving van het wapen in het Centraal Wapen Register (CWR) gebeurt. Het is dus geen wettige bezitstitel! De wettige bezitstitel voor jagers is en blijft het jachtverlof. Het koninklijk besluit van 20 september 1991 stelt voor de registratie in het centraal wapenregister van een vuurwapen overgedragen aan de houder van een jachtverlof geen andere vereiste dan het opsturen van een model 9.  Er bestaat dus geen enkele wettige verplichting om een model 9 bij de hand te moeten hebben.

Kamerlid Carina Van Cauter stelde hierover op 7 februari ll. een vraag aan de minister van Justitie, dhr. Koen Geens. Het kabinet heeft onmiddellijk contact opgenomen met de vaste commissie van de lokale politie die geen bijkomende informatie kon achterhalen van dergelijke controles. De minister bevestigde in zijn antwoord de lezing van Hubertus Vereniging Vlaanderen vzw en stelde dat er alleszins geen algemene richtlijn werd uitgevaardigd door zijn administratie of door het College van procureurs-generaal die de voorlegging van een model 9 zou vereisen. Het betrof dus waarschijnlijk een eigen en onwettig initiatief van enkele politie-inspecteurs.

De minister stelde dat inbeslagname van jachtwapens wanneer de jager geen model 9 voor die wapens bij zich heeft, volgens zijn diensten en volgens het College van procureurs-generaal dan ook geen enkele wettelijke grondslag heeft. De recente wetswijziging heeft hieraan trouwens niets veranderd. De minister zal verder trachten te weten te komen in welke politiezones het probleem precies rijst en zal deze van zijn standpunt en de vigerende wetgeving in kennis stellen.