Hubertus Vereniging Vlaanderen veroordeelt de tendentieuze communicatie van Jan Loos en Sil Janssen: ‘Een anoniem telefoongesprek bewijst helemaal niets. Dit begint langzamerhand te lijken op een lastercampagne.’

Geert Van den Bosch, directeur van Hubertus Vereniging Vlaanderen, reageert op drie prangende vragen in dit dossier.

 1) Iemand dreigde aan de telefoon met het neerhalen van Naya. Volgens Jan Loos van Welkom Wolf het sterkste bewijs van de betrokkenheid van de jachtsector. 

‘Een anoniem telefoontje of een opname van een ingesproken bericht op een voicemail bewijst helemaal niets’, aldus Van den Bosch, die oproept tot conceptuele hygiëne in dit dossier. ‘Het bewijst enkel dat iemand naar het antwoordapparaat van Welkom Wolf belde en een boodschap achterliet. En daar stoppen de feiten. Zelfs de identiteit van de beller is niet duidelijk. Gaat het effectief om een jager? Geen idee. En als de identiteit wel duidelijk is, dan moet Welkom Wolf maar een klacht indienen bij de officiële instanties, namelijk de Natuurinspectie van het Agentschap voor Natuur en Bos, in plaats van op een doorzichtige manier een hele sector in diskrediet te brengen.’

Maar de beller dreigde toch met een actie tegen Naya? Van den Bosch: ‘En dan? Een bedreiging uiten is niet hetzelfde als een bedreiging ook daadwerkelijk uitvoeren. Dat is een wereld van verschil, zowel in ethische, juridische als feitelijke zin. Trouwens, over bedreigingen gesproken: op de Facebookpagina van Welkom Wolf en andere anti-jachtsites staan ook meerdere grove bedreigingen richting de jachtsector –gaan de online beheerders zich nu ook distantiëren van de uitspraken die oproepen tot geweld en vergelding? Moeten jagers nu vrezen voor hun leven? Neen toch?’

2) Maar los van de kritiek van Jan Loos, Sil Janssen en consorten: heeft een jager de wolf Naya geschoten?  

Van den Bosch pleit ervoor om vooral bij de feiten te blijven, en de feiten vooreerst af te wachten. ‘In het wilde weg fantaseren, helpt niemand vooruit’, zegt hij.

Maar wat is er geweten tot nu toe? ‘Jagers in het gebied waar Naya actief was, bevestigen inderdaad dat het dier al geruime tijd geen teken van leven meer gaf’, aldus de directeur van Hubertus Vereniging Vlaanderen. ‘En ja, ook de jachtsector vreest het ergste. Helaas, want het blijft een prachtdier. Maar zonder concreet en tastbaar bewijs, blijft het bij speculeren. Zeker wat de mogelijke doodsoorzaak betreft. Alles kan, niemand weet het –en al zeker niet de zelfverklaarde wolvenexperts. Zelfs in het geval dat een kogel het einde zou hebben betekend van Naya –waar geen enkel bewijs voor is, het is puur een hypothese voorlopig– dan nog is dat helemaal geen afdoende verklaring voor de betrokkenheid van een jager. Wat met stropers en houders van illegale wapens? Wat met een bezorgde burger die het recht in eigen handen nam? Wat met sectoren uit de buurt met veel grotere economische belangen in dit verhaal dan de jachtsector? De eenzijdige focus op de jachtsector getuigt van de kant van Jan Loos en Sil Janssen vooral van ideologische vooringenomenheid, gedreven door een virulente afkeer voor de jacht. De twee gebruiken de onduidelijkheid in dit dossier om dat gevoel aan te wakkeren. Een heel kwalijke tactiek.’

Van den Bosch benadrukt dat iedereen eerst het Agentschap voor Natuur en Bos en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek hun werk moeten laten doen. Mogelijk geven die morgen of overmorgen meer tekst en uitleg. ‘Hoe sneller klaarheid in dit dossier komt, hoe beter.’

3) Hoe zal de jachtsector reageren op die beschuldigingen richting zijn adres?

Van den Bosch: ‘In plaats van de feiten en de officiële verklaringen af te wachten, schieten Jan Loos en Sil Janssen in het wilde weg. Eigenlijk totaal ongehoord, en intellectueel hoogst verwerpelijk. Daarom onderzoekt Hubertus Vereniging Vlaanderen of ze stappen kan ondernemen tegen deze vorm van laster en roddel, en stelt ze zich ook de vraag of een organisatie zoals Landschap vzw nog op een serene manier kan deelnemen aan het Wolvenoverleg. Temeer omdat de jachtsector, ondanks haar kritische bedenkingen bij de komst van de wolf, altijd actief heeft meegewerkt met de monitoring van het wolvenkoppel, en dat trouwens zal blijven doen in de toekomst.’