‘Jagers nemen een overkoepelend standpunt in, waarbij niet ingrijpen leidt tot zwakkere exemplaren die verhongeren in de winter. Is dat wat de actievoerders werkelijk willen?’ Dat schrijft HVV-communicatieverantwoordelijke Maarten Goethals in een opiniebijdrage in De Morgen, naar aanleiding van het beheer van de damherten in Drongengoedbos.

Hoe een jager in het maatschappelijk debat monddood maken? Simpel: noem hem een amateur. Een hobbyist. Een verkapte natuurliefhebber, met bloeddorst in de ogen en een macaber verlangen naar de dood.

Precies wat Sip Van Wieren, wildbioloog aan de Wageningen Universiteit, woensdag deed in De Morgen. Hij vindt niet dat jagers de damherten in het Drongengoedbos moeten elimineren, want dat zijn ‘veelal hobbyisten’ – die taak wil hij eerder uitbesteden aan ‘professionals’.

Hoezo, hobbyisten? Voordat een jager het veld mag intrekken, moet hij eerst drie examens afleggen, afgenomen door de Vlaamse overheid, die als een soort strenge directeur toeziet op zijn studenten (en het kaf daarbij van het koren scheidt).

Het eerste examen peilt naar de theoretische kennis van het vak, gaande van wetgeving en kennis van fauna en flora, tot het correct ethisch handelen. Alles samen een cursus van driehonderd pagina’s. Pas wanneer een kandidaat voor dit onderdeel slaagt, mag hij het praktische gedeelte aanvatten. En dat bestaat uit een veiligheidsparcours en uit het schieten naar een bewegend en vast doel.

De professionals waarop Van Wieren doelt – ik veronderstel ambtenaren – gaan trouwens diezelfde examens moeten afleggen. Hoe dan is de één meer en de ander minder professioneel? En ook: in september nog schoot een Waalse ‘professional’ van het bevoegde agentschap een koe in plaats van een everzwijn.

Bovendien, door urenlang buiten te vertoeven, kennen jagers als een van de weinigen het gedrag van het lokaal aanwezige wild. Die kennis – waarheen de dieren lopen bij gevaar, de vaste wissels, de foerageerplekken – komt bijzonder handig van pas bij het opstellen van een plan van aanpak.

(Nog een handigheidje bij het inschakelen van jagers: het kost de overheid welgeteld een koffie en een broodje. Jagers treden namelijk gratis op. Wie daarentegen ‘professionals’ inschakelt, betaalt voor hun materiaal en voor hun werkuren. Wat kan oplopen, zeker gezien wild zich niet altijd even gewillig komt aandienen en het concept van kantooruren niet kent. In tijden van budgettaire krapte, is elke uitgespaarde Vlaamse euro een gewonnen euro.)

Maar dus, hobbyisten? Eerder: realisten. Het is niet omdat iemand tegen de jacht is – en denkt het morele en emotionele gelijk aan zijn kant te hebben – dat hij daarom ook de waarheid in pacht heeft. Vaak schuilt het ware amateurisme bij de tegenstanders van de jacht, die ziende blind blijven voor sommige ongemakkelijke feiten. Eén: alternatieven zoals vangen, anticonceptie en castratie klinken in theorie goed, maar blijken vaak in de praktijk aartsmoeilijk en onbetrouwbaar, soms met onvoorziene neveneffecten.

Twee: de damherten in Drongengoedbos (en evengoed de reeën in de plantentuin van Meise) richten objectief waarneembare schade aan, en vormen een risico voor de verkeersveiligheid. Dat valt niet te ontkennen. En zelfs als de actievoerders dat geen overtuigende argumenten vinden – een makkelijke positie voor zij die niet moeten opdraaien voor de kosten en geen verantwoordelijkheid dragen – dan nog is een afschot soms de beste oplossing. Natuurlijk niet voor het dier dat gestrekt wordt, maar wel voor de populatie waartoe het behoort, en de ruimere omgeving waarin het zich beweegt.

En dat is de feitelijke tegenstelling in ieder debat over jacht, of het nu gaat over bambi’s, wilde varkens of schattige maar kwalijke exoten zoals de wasbeer: tegenover de overkoepelende visie op beheer (vaak opgedragen door de overheid) komt het individuele leven van het dier te staan (de positie van onder meer Animal Rights).

Voor alle duidelijkheid, ik begrijp de reactie van Dirk De Zutter, de wandelaar die op Facebook opriep om het schieten van de damherten in Drongengoedbos te boycotten. Hij, en velen met hem, vinden elk stuk wild dat valt door de kogel een hoogstpersoonlijk drama.

Maar jagers, en in dit geval ook het Agentschap voor Natuur en Bos en zelfs Natuurpunt, bekijken de zaken totaal verschillend. Die nemen een overkoepelend standpunt in, waarbij niet ingrijpen leidt tot zwakkere exemplaren die verhongeren in de winter. Is dat wat de actievoerders werkelijk willen? Een soort Oost-Vlaamse variant van de Oostvaardersplassen?

Is dat wat ze willen: een scheefgetrokken situatie, waarvan niet alleen de damherten maar ook de reeën en al de andere soorten (zowel planten als dieren) de dupe worden?

Daarom, om precies de reden waarom een Dirk De Zutter regelmatig naar het Drongengoedbos gaat, grijpen de overheid en de jagers nu in: om de immense rijkdom van het domein te vrijwaren.

 

Dit nieuwsartikel delen: