Nieuws

Minister Van den Heuvel: ‘Jachtsector is een constructieve partner’

‘Jagers en natuurorganisaties moeten bedreigde nesten van grondbroedende fauna kunnen redden, opkweken en opnieuw vrijlaten.’ Dat zei Vlaams minister van Landbouw en Natuur, Koen Van den Heuvel (CD&V), tijdens Hunting Gent, de jachtbeurs in Flanders Expo.

Zondag, op de laatste dag van Hunting Gent, de jachtbeurs in Flanders Expo, kwam Koen Van den Heuvel (CD&V) speechen, op uitnodiging van Hubertus Vereniging Vlaanderen. Onderwerp van zijn voordracht? De visie van de Vlaamse regering op jacht, en de uitdagingen in de toekomst.

Opvallend, en positief: hij riep op om, in nauw overleg met de sector, ‘de nieuwe jachtregelgeving van 2014 te evalueren en de nodige aanpassingen door te voeren’. Daarbij rekening houdend met ‘de actuele noden van de jager en de maatschappelijke vragen’.

Maar wat houden die ‘noden’ concreet in, volgens de minister? Van den Heuvel wees onder meer op bedreigde nesten van grondbroedende fauna door landbouwwerkzaamheden. Die moeten jager én natuurorganisaties ‘kunnen redden, opkweken en opnieuw vrijlaten’, liet hij verstaan. Wat neerkomt op een aangepaste eierregeling een vraag trouwens van de jachtsector.

Maar, benadrukte Van den Heuvel meteen: niet alles mag zomaar in zijn visie. ‘Belangrijk hierbij zal zijn dat er projectmatig gewerkt wordt, met duidelijke afspraken, en een sluitende controle.’ Waarom dat laatste belangrijk is? Om zeker te zijn dat ‘de uitgezette jongen effectief afkomstig zijn van geredde nesten en geen gekweekte exemplaren.’

 width=

Rudi Van Decraen (voorzitter HVV), Vlaams minister Koen Van den Heuvel (CD&V)

Een tweede ambitie die Van den Heuvel uitte en die massaal instemming genoot van het aanwezige publiek– was die van een ‘uniforme toepassing van de regelgeving’. Op dat vlak stelde hij in de enkele maanden van zijn ministerschap (hij volgde onverwacht in februari zijn partijgenoot Joke Schauvliege op) reeds een zekere discrepantie vast. ‘In de vijf provincies geven gouverneurs en arrondissementsvoorzitters vaak een verschillende invulling aan hun taken.’ Daarom pleit hij, ook wat de administratie betreft, voor een ‘enige verduidelijking en duidelijke afspraken’.

Een andere verzuchting die hij met de jachtsector deelt: de strijd tegen stroperij. Hij wil de handhavingscapaciteit verhogen en ‘kijken hoe het ambt van bijzondere veldwachters een rol kan spelen’.

De minister had ook een compliment veil voor de manier waarop Hubertus Vereniging Vlaanderen met de digitalisering van jachtplannen omging. Hij vond dat er ‘enorme stappen vooruitgezet’ waren, ‘ook inzake correctheid’. Hij sprak zelfs van ‘baanbrekend werk’.

Tot slot sprak Van den Heuvel zijn wens uit om verder te kunnen doen na 26 mei, de Vlaamse verkiezingen. Of in zijn woorden: ‘De laatste jaren hebben we op een constructieve, open manier samengewerkt met de jachtsector en hen als volwaardige partner-beheerder in het buitengebied meegenomen in de verdere uitbouw van het Vlaamse natuur-en bosbeleid. We willen en zullen dat blijven doen.’