Elk jaar doen meer dan vijfhonderd kandidaten mee met het theoretisch jachtexamen. Nico Declerck en Lisa D’Haenens studeren momenteel de verschillende hoofdstukken om tegen zaterdag 13 juni klaar te raken. Een gesprek over hun motivatie, hun reden om jager te worden, en de reacties van de omgeving. ‘Pa, dit moest ge al veel langer gedaan hebben.’

 

 

Nico Declerck (45):

‘Eerst mijn diploma van sportschutter gehaald’

 

‘Ik woon in Vichte, deelgemeente van Anzegem. Hartje West-Vlaanderen dus. Ben opgegroeid in een klein boerderijtje, tussen de dieren en dwalend tussen de akkers en landerijen. Als klein mannetje nog meegemaakt hoe de kippen en de varkens thuis geslacht werden. Die tijd dus.’

‘In de tuin zag ik vaak jagers in de verte bezig. Ik vond dat een normaal beeld. Ik liep dan met een speelgoedgeweer langs de draad. Maar zelf jagen? Neen, dat kwam destijds niet in mij op. Ik ging wel vissen, nog steeds trouwens. Een verwoede hobby. Mijn specialiteit? Karper en roofvis, twee verschillende disciplines.’

‘Nu volg ik de jachtopleiding. Mijn dochter van eenentwintig zei, toen ik mijn beslissing meedeelde aan het gezin: eindelijk – had ge al veel langer moeten doen. Slimme meid. Ik weet inderdaad waar het wild in de buurt zit, omdat ik meer buiten dan binnen leef. Geef mij maar het geluid van de natuur boven het lawaai van de televisie. Toch leer ik nog veel bij in de lessen. Bijvoorbeeld over wildziektes. Of over roofvogels. En natuurlijk over de wetgeving, de lastigste brok.’

‘Ik vind onderricht krijgen van een lesgever een absolute meerwaarde. Doordat ik de zaken hoor en eenvoudig uitgelegd krijg, kan ik het beter verwerken en onthouden. Als ik trouwens een tip mag geven wat het praktische gedeelte betreft: haal vooraf het diploma van sportschutter. Goed voor het vertrouwen en de ervaring. Want wie voor de eerste keer in zijn leven een wapen vastpakt, voelt zich niet altijd zeker.’

‘Jacht dient in mijn ogen om te oogsten of te bestrijden. Een tableau van twee hazen en een fazant vind ik persoonlijk al ruim voldoende. Hopelijk mag ik het ooit zelf ervaren. Als trouwens alles meteen lukt, volg ik volgend jaar ook de cursus voor Gekwalificeerd Persoon.’

 

 

 

 

Lisa D’Haenens (34)

‘Altijd anti-jacht geweest, tot ik mijn vriend leerde kennen’

‘Eigenlijk ben ik al heel mijn leven anti-jacht. Dat komt door een man die vroeger in de straat van mijn ouders woonde, en die mijn kat heeft doodgeschoten. Dat soort acties, nochtans perfect te vermijden, zorgen voor veel onbegrip bij buurtbewoners en zadelen de sector met een negatief imago op.’

‘Maar vorig jaar leerde ik mijn vriend kennen, een jager. Doordat ik een paar keer meeging en begon te babbelen over welke maatregelen hij allemaal nam in zijn revier, kreeg ik een ander beeld. Ik schreef me tenslotte in bij het Instituut voor de Jachtopleiding – om nog beter de visie en de logica achter jagen te begrijpen.’

‘Wat ook meespeelt in mijn beslissing: mijn twee kinderen. Ik wil het verschil tussen een fazant en een patrijs kunnen uitleggen; ik wil die kennis doorgeven. Weten wat in Vlaanderen aan fauna leeft, en het kunnen herkennen, vind ik een absolute meerwaarde. Jagen in de puurste zin van het woord – namelijk: met het wapen aan duurzaam beheer doen – moet er tegelijkertijd voor zorgen dat de generaties na mij het wild nog in
levenden lijve kunnen ervaren.’

‘Bestrijding van kraaien, eksters en duiven: dat spreekt mij het meeste aan – meer dan bijvoorbeeld grofwildjacht. Dat lijkt me vooral een mannending. En toegegeven: ik heb gewoon ook schrik van everzwijnen. Eén brok spierenbundel.’

‘Ik werk als zelfstandig verpleegkundige en ik verstop voor niemand dat ik de cursus volg. Sommige patiënten vonden het aanvankelijk vreemd – ik, een meisje-meisje, met een geweer in mijn handen? Maar ondertussen leeft iedereen keihard mee. Ook de leerkrachten en de ouders van de andere kinderen op school weten het – en opvallend: het valt heus mee met de kritiek.’

Dit nieuwsartikel delen: