Rudi Van Decraen en Geert Van den Bosch, respectievelijk voorzitter en directeur van Hubertus Vereniging Vlaanderen, schrijven in een open brief naar alle jagers een duidelijke boodschap: ‘Wie de wet niet volgt, hoort niet thuis in het moderne jagen.’

De verdwijning van Vlaanderens bekendste wolvin benadrukt een ongemakkelijke waarheid: de jagerij kampt met een negatief imago, en moet dat maar eens durven toegeven.

Zeker na deze week. Zelfs al ontbreekt iedere vorm van bewijs, en lijkt enige voorzichtigheid geboden in het trekken van staalharde conclusies omtrent de daders, dan nog verdenkt iedereen spontaan de jagers –de mannen in het groen. Wat de sector ook aan tegenkantingen opwerpt, het oordeel bij een groot deel van de publieke opinie luidt bij voorbaat: schuldig. Geen discussie mogelijk. Dat moet aan het denken zetten: hoe komt dat? En wat eraan te doen?

Vooreerst (en voor alle duidelijkheid): het verdwijnen van Naya is een drama. In de eerste plaats voor het dier zelf. Het blijft een prachtig wezen, en de aanwezigheid ervan duidt op een rijke biodiversiteit. Degene die de wolvin eventueel om het leven bracht, moet de juridische en strafrechtelijke gevolgen dragen van zijn illegale actie. Werkelijk niets kan de daad vergoelijken. Hubertus Vereniging Vlaanderen zal zich dan ook burgerlijke partij stellen indien de dader bekend is. Jager of geen jager: maakt niet uit. Tegelijk roept de organisatie zijn leden op, en vooral degenen actief in en rond het wolvengebied, om elke mogelijke bruikbare tip over te maken aan Natuurinspectie.

Want de waarheid moet onverwijld naar bovenkomen. Ook als dat (potentieel) in het nadeel van de sector kan uitdraaien. Anders dreigt de wolf, en de hele sfeerschepping eromheen, het verhaal te veel te worden.

De jachtsector kan de recente aanvallen richting zijn adres, hoewel niet allemaal even intellectueel eerlijk gespeeld, niet minnetjes afdoen als een zoveelste uiting van anti-jachtsentiment. Anders gezegd: het is natuurlijk ook anti-jachtsentiment, en soms heel bitter geformuleerd, maar het feit dat het zo luid en zo makkelijk doorklinkt wijst op een grotere maatschappelijke onbereidwilligheid om afwijkend gedrag nog langer te tolereren. En terecht. De samenleving verandert, en ook het overgrote merendeel van de jagers in Vlaanderen zit op die lijn: jagen is de wet volgen en het naleven van de innerlijke ethische codes (de zogenaamde weidelijkheidregels). Maar helaas, en tot frustratie van diegenen die het goed menen: een deel vergalt het voor de rest. En dat deel –dat bijvoorbeeld nog steeds denkt dat het uitzetten van fazanten mag, en dat zowel online als offline arrogant tekeer gaat– hoort niet thuis in het moderne jagen en in een organisatie zoals Hubertus Vereniging Vlaanderen.

Een jager trekt in het veld om te beheren, om habitat te creëren en een gezonde wildpopulatie te krijgen. Kijk naar het succes van de reeën in Vlaanderen. Maar die positie –een uitzonderlijke positie, want een jager is een burger die met een vuurwapen mag rondlopen en die rechtstreeks oogst uit de natuur– komt met rechten en plichten. In het geval van de wolf komt dat neer op: blijvend constructief samenwerken met de bevoegde instanties, maar niet zonder kritische insteek (al wil de jagerij, in tegenstelling tot het uitreiken van een premie voor de gouden tip, eerder een inzamelactie organiseren om de introductie van een nieuwe wolf te bekostigen). Maar het betekent vooral: zich gepast, ordentelijk en bovenal correct gedragen. Zo zal de jacht zijn, of niet zijn.