Het bijeendrijven van honderden ganzen tegelijkertijd en de watervogels daarna in speciale wagenunits vergassen: van 1 juni tot 15 juli mag het weer. ‘Een absurde situatie’, zegt Geert Van den Bosch, directeur van Hubertus Vereniging Vlaanderen. ‘In plaats van in te zetten op duurzaam beheer door jagers, worden op vele plaatsen de grove middelen bovengehaald zonder het probleem echt op te lossen. Weinig ethisch.’

Niet toevallig vinden de ganzenafvangstacties van zaterdag 1 juni tot zondag 15 juli plaats: in die periode komen de dieren in de rui –door het wisselen van de vleugelpennen–, waardoor ze tijdelijk niet meer kunnen vliegen. Om zich toch te beschermen tegen belagers zwemmen de ganzen, samen met hun jongen, in groep op grote wateren. Een bootje van de verdelgingsdienst drijft de tomen echter naar de kant, waar de vogels tegen een gespannen net aanlopen, en daarna voor lange tijd in kratten worden opgesloten.

De dieren effectief elimineren gebeurt doorgaans ter plekke in speciale tanks: in containers die vollopen met koolstofdioxide of een ander gasmengsel, waarbij de dood na een halve minuut intreedt. De vernietiging gebeurt in de meeste gevallen door Rato, een Oost-Vlaamse intercommunale.

Vorig jaar verwerkte Rato 1587 ganzen via twintig acties in Oost-Vlaanderen, drie in Vlaams-Brabant en twee in Antwerpen (op totaal 29 domeinen). Dat zijn er 249 meer dan in 2015. In iets meer dan de helft van de gevallen rukte de dienst uit voor het afvangen van Canadese ganzen (825 exemplaren), en in tweede instantie voor de brandgans (614 stuks).

Gecontesteerde praktijk

Hubertus Vereniging Vlaanderen ontkent de noodzaak niet om in te grijpen bij veel te grote populaties. ‘Een kolonie broedende ganzen kan aanzienlijke schade veroorzaken’, erkent Geert Van den Bosch, directeur van de jachtorganisatie. ‘Ik denk aan het vernielen van gewassen van landbouwers door hun graasgedrag. Ik denk aan het vervuilen van zwemwateren door hun uitwerpselen. Ik denk aan het vernietigen van zeldzame bloemen en het agressief uitvallen naar inheemse soorten. Ik denk ook aan de overlast soms in recreatiegebieden.’

Maar of vergassen de juiste methodiek is om de problemen op te lossen, durft Van den Bosch te betwijfelen. ‘Om te beginnen: er bestaat absoluut geen maatschappelijk draagvlak voor. Uit een peiling bij meer dan tweeduizend Vlamingen, uitgevoerd door onderzoeksbureau Zest Marketing in juni vorig jaar, blijkt dat voor die optie maar 4,8 procent voorstanders zijn. Een absolute minderheid dus.’

Maar naast een gebrek aan steun vindt de jachtsector het vergassen vooral geen duurzame oplossing. ‘Het probleem herhaalt zich elk jaar opnieuw, wat het failliet van de methodiek bewijst’, aldus Van den Bosch. ‘Plus komen daar nog de werkingskosten bij. Het prijskaartje schommelt al snel tussen de 1000 en de 1253 euro per actie. Tel dus zelf maar op.’

Van den Bosch verwijst tot slot –maar daarom niet minder belangrijk voor een jager – naar de onmogelijkheid om de dieren nadien culinair te benutten. ‘De kadavers verdwijnen rechtstreeks naar het vilbeluik. Het gebruik van gas maakt de ganzen ongeschikt voor menselijke consumptie. Wat elke keer neerkomt op een gigantische verspilling van duizenden kilo’s natuurlijk en lekker vlees, zeker in de vorm van filets of paté.’

Laat reguliere jacht toe

Dé oplossing bestaat niet, weet Van den Bosch. En het hangt natuurlijk van situatie tot situatie af. Maar een verderzetting van de huidige manier van werken noemt hij evenmin opportuun. ‘Temeer omdat de Europese Vogelrichtlijn verbiedt om ganzen in hun meest kwetsbare periode aan te pakken. En temeer ook omdat de Vlaamse decreetgever het beheer van wildsoorten heeft vastgelegd volgens een logisch opgebouwd cascadesysteem: eerst via reguliere jacht, dan via bijzondere jacht, tenslotte door het rechtsmiddel van bestrijding. Afvangst en vergassen behoort tot die laatste vorm. Maar merkwaardig genoeg, op vele plekken waar dat nu toegepast wordt, heeft de normale jacht nooit plaatsgevonden. De beheerders grijpen meteen naar het meest extreme middel.’

Vandaar de oproep van Hubertus Vereniging Vlaanderen: laat in de plassen met problemen (bijvoorbeeld het Schulensmeer, de Paalse Plas…) tijdens het jaar de normale jacht op waterwild toe.

Concreet: betrek de lokale jagers, aldus de belangenorganisatie. ‘Maak hen tot medestanders, tot actieve partners’, zegt Van den Bosch. ‘Want het zijn gediplomeerde vrijwilligers, die tijdens de herfst en de winter en de rest van het jaar de dieren op een kordate manier kunnen beheren, en die het ganzenvlees bovendien op een weidelijke manier gebruiken, zodat niets verloren gaat. Het kost de beheerders en de samenleving niets, en volgens een derde van de bevolking wekt dood door de kogel veel minder afkeuring en aversie op dan dood door vergassing. Dat zijn de feiten. Wie die ontkent, ondergraaft zijn eigen draagvlak. Wie de kans tot samenwerken afslaat, is gedoemd keer op keer dezelfde fout te maken.’