Overdreven en onsamenhangend, zo noemt HVV-directeur Geert Van den Bosch de mogelijke beslissing om de jacht voor minstens vier maanden te verbieden op alle gebieden van het militaire domein in Leopoldsburg en Houthalen-Helchteren, zodat de wolf kan werpen. ‘Beste Zuhal Demir: treed in overleg, beslis niet eenzijdig.’

Donderdagochtend vindt in Genk een speciaal ‘wolvenoverleg’ plaats tussen enerzijds Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA), die voor de gelegenheid zelf de vergadering zal leiden, en anderzijds betrokkenen uit het veld, zoals de natuurverenigingen, de landbouwers en de jachtsector. Het belangrijkste punt op de agenda? Het afkloppen van een set nieuwe maatregelen ter bescherming van de wolf, specifiek het nestgebied.

Het nestgebied vormt een secuur uitgekozen omgeving waar een wolvin haar welpen werpt en de maanden daarna probeert groot te brengen, afgeschermd van pottenkijkers. De kwestie is hangende, nu Vlaanderens bekendste wolvenpaar mogelijk een koppel vormen en het paarseizoen volop loopt.

De jachtsector begrijpt maar al te goed dat in dat gebied, dat makkelijk enkele honderden hectares kan bedragen, best geen verstorende activiteiten plaatsvinden. In die zin toont de jagerij zich een constructieve en begrijpende bondgenoot. Maar de hardnekkige suggestie die momenteel de ronde doet in overheidsmiddens –namelijk een jachtverbod van minstens vier maanden op alle militaire domeinen van Leopoldsburg en Houthalen-Helchteren, plus mogelijk nog het Pijnvenbos, met ingang van donderdag 12 maart– vindt Hubertus Vereniging Vlaanderen compleet overdreven en totaal ongepast.

  1. Indien de Vlaamse overheid –in casu minister Demir– die beslissing donderdag tijdens het overleg als een voldongen feit meedeelt, dan vindt de jachtsector dat een laakbare manier van werken. De jachtgroepen actief in het werkingsgebied werden namelijk niet betrokken, gehoord, gewaarschuwd of eventueel een alternatief voorgesteld. Dat zet het draagvlak voor de wolf onder druk, terwijl het wolvenplan zelf duidelijk aangeeft dat de aanwezigheid van de wolf de jacht in de regel niet hypothekeert en dat in specifieke situaties, zoals een nestgeval, ‘wederzijdse afspraken’ zullen worden gemaakt. Wat hieruit af te leiden: dat jagers plots niet meer meetellen voor Demir?
  2. Hoe consequent zal de Vlaamse overheid het verbod nastreven? Als de jacht niet meer mag wegens zogezegd verstorend, wat dan bijvoorbeeld met recreatie door ruiters, wandelaars met honden en natuurexcursies in dezelfde gebieden –ook verbieden en streng naleven, desnoods met boetes? En wat met luidruchtige militaire activiteiten –eveneens terugschroeven? Voor een wolf maakt het immers weinig uit of een geweerschot uit de loop van een jachtgeweer dan wel uit een vuurwapen van een soldaat komt. Meer nog: bij jacht gaat het om een occasionele knal (via een hoogzit), bij druk bijgewoonde militaire exercities om aanhoudend gedonder en gerommel. Vanwaar die twee maten en gewichten?
  3. Door de jacht in de militaire gebieden te verbieden tussen 12 maart en 30 juni (de voorgestelde periode) valt de druk op de aanwezige everzwijnenpopulaties weg. Noodzakelijk nochtans om de snelle groei van wilde varkens in Limburg te stremmen en de problemen ermee niet verder te laten escaleren. De Vlaamse overheid neemt op dat punt een groot en onverantwoord risico –en gaat bovendien regelrecht in tegen de wens van de bewoners, de landbouwers, de veeteeltbedrijven en de lokale besturen om jagers alle mogelijkheden te geven om aan intensief beheer te doen en schade te voorkomen. Beseft Demir welke groepen ze, naast de jagers, nog in de wind zet?

Om die redenen, en nog vele andere, hoopt Hubertus Vereniging Vlaanderen dat het overleg van morgen op een eerlijke manier gebeurt. Dat wil zeggen: met open vizier en zonder verborgen agenda. Alleen zo kan begrip ontstaan tussen alle partners in het wolvenverhaal –nu en in de toekomst.

Dit nieuwsartikel delen: