Om de veiligheid van het luchtverkeer op Zaventem te garanderen, jaagt Jan Geeraerts op vogels en vossen. ‘Het eerste doel is echter om de dieren weg te jagen’, zegt hij in Metro, het gratis dagblad. 

25 mei 2008. Zaventem. Even na de middag krijgt een cargovliegtuig van de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Kalitta Air, een boeing 747, het signaal om te mogen vertrekken richting Bahrein. De piloten starten de machine, komen op snelheid, maar horen net voor het opstijgen een explosie onder de rechtervleugel.

Op tijd remmen lukt maar half op de korte resterende strook. In een poging erger te vermijden laten de piloten het toestel een scherpe bocht maken, waarop het gevaarte in het aanpalende veld verder glijdt, en uiteindelijk –na tweehonderd meter schuiven– tot stilstand komt.

Oorzaak van de ramp? Een torenvalk, opgezogen door een van de vier krachtige straalmotoren. ‘Daarna verscherpte Brussels Airport het toezicht rond de startbanen: op de luchthaven horen geen dieren, net om incidenten zoals met Kalitta Air te vermijden’, zegt Jan Geeraerts.

Geeraerts is, naast jager, de coördinator van Bird Control Unit, een team van acht man dat permanent met jeeps patrouilleert op het 1250 hectare groot luchthavengebied. Zijn job bestaat erin de banen te vrijwaren van dierlijke obstakels. ‘Een voltijdse opdracht’, vertelt hij.

Ongeveer maandelijks komt wel een melding binnen van een ‘contact’, een botsing van een vogel met een vliegtuig. ‘In 99 procent van de gevallen is dat niet spectaculair. Echter, de contacten nemen wel toe. Enerzijds door de toevloed aan vogels, anderzijds door meer vliegtuigen in de lucht’, aldus Geeraerts, die al elf jaar de dienst leidt.

Roofvogels vangen

‘Als ik of een collega een dier spotten, is het doel eerst om het dier weg te jagen’, legt Geeraerts zijn werkwijze uit. Daarvoor gebruikt hij een gaskanon, een knalpatroon of een laserlicht. ‘Sommige soorten, zoals eksters of kraaien, en zeker de oudere exemplaren, kennen van ver al het geluid van de luidsprekers en vluchten automatisch weg.’

Pas als het dier weigert te vertrekken, en de situatie te link wordt, gaat Geeraerts over tot schieten. ‘Ik moet het zekere voor het onzekere nemen. Het gaat immers om de veiligheid van personeel en passagiers.’

Soms, in uitzonderlijke omstandigheden, betekent dat ook het neerhalen van roofvogels, die normaliter bescherming genieten. Maar de luchthaven kreeg een uitzondering. ‘Niemand leest dat graag, maar voor alle duidelijkheid: dat gebeurt maar vier à vijf keer per jaar’, aldus Geeraerts. In de andere gevallen worden de roofvogels gevangen met kooien en netten, en komt het Opvangcentrum van Malderen deze ophalen, ringen, om ze daarna tachtig kilometer verder te lossen.

Andere vogels die soms voor problemen zorgen zijn kokmeeuwen. ‘Wanneer die overvliegen en de landingsbanen blinken van de nattigheid, dan lijkt de glinstering op een kanaal, wat de watervogels aantrekt.’

Hoewel de naam van de dienst –Bird Control Unit– anders doet vermoeden, houdt Geeraerts zich evengoed bezig met vossen en konijnen. ‘Die laatsten moet ik intens beheren, want konijnen ondergraven de antennes die signalen sturen naar de vliegtuigen –signalen nodig om bij te sturen.’ De beestjes gaan naar het vilbeluik, en dienen niet ter consumptie. Een paar keer per jaar krijgen jagers uit de buurt de uitnodiging om mee op pad te trekken.

 

 

Ontsnapte huisdieren

Qua uitzonderlijke dieren moest zijn ploeg een keer uitrukken voor een everzwijn, en af toe verschijnen aan de hekken damherten, afkomstig uit een kwekerij uit de buurt. Maar volgens Geeraerts vormen niet de ‘speciale gevallen’ het probleem, wel de huisdieren. Meer specifiek: de ontsnapte.

Wekelijks moet hij honden of katten achterna zitten, beesten die mee op reis gaan en die ontsnappen uit hun kooitjes. ‘Veel eigenaars gebruiken vaak materiaal dat niet goed sluit, en dat kapot gaat tijdens het transport. Doordat deze dieren stijf van de stress staan, gaat het vangen ervan niet makkelijk. Wat tot vertragingen leidt.’

Kleiduifschieten

Wie het team wil versterken, moet om te beginnen over een jachtverlof beschikken. Daarna dient hij (of zij, maar voorlopig telt Bird Control Unit geen enkele vrouw) nog andere cursussen te volgen, georganiseerd door de luchtmacht. Eenmaal per jaar moeten de medewerkers trainen op precisie, door op kleiduiven te schieten.

En veiligheid. Dat wordt dag in dag uit benadrukt. ‘Wie op en rond de luchthaven met een wapen loopt, en die af en toe gebruikt, moet alle interne procedures strikt opvolgen’, zegt Geeraerts. ‘Zottigheden worden –uiteraard– niet getolereerd.’