‘Jagers moeten het gebruik van klemmen voor vossen ten sterkste veroordelen.’ Dat schrijft de raad van bestuur in het voorwoord van het april-nummer van De Vlaamse Jager. Tegelijkertijd moet de sector ‘ook wijzen op het belang van bejaging van de soort.’

Een vos uit een klem bevrijd. Een ziek geschoten vos, met hagel in zijn verlamde achterpootjes. Een vergiftigde vos. Een ingeslapen vos. Een vos met een blauw halsbandje aan, vastgehaakt aan een omheining van een weide en ontsnapt bij een familie, want de paartijd brak aan. Een onfortuinlijke vos in een strop. Tot en met een vos in een Brussels metrostel.

Qua media-aandacht moet de vos de laatste tijd niet onderdoen voor de wolf. Geen week gaat voorbij of ergens –meestal op de lokale pagina’s van een krant– verschijnt een artikel over het vuurrood diertje met parmante, uitdagende pluimstaart. Maar in tegenstelling tot het wolvenpaar in Leopoldsburg, dat een modern liefdessprookje beleeft, toch volgens de communicatie van het Agentschap voor Natuur en Bos, komt de vos doorgaans negatief in beeld.

Voor alle duidelijkheid: niet zozeer door wat hij doet, maar door wat hij wordt aangedaan. In het merendeel van de berichten gaat het om verwonde, gedode, of zwaar verminkte exemplaren, zelden om de andere kant van het verhaal, over de schade bijvoorbeeld die het dier kan aanrichten.

Journalistiek valt makkelijk te scoren met die aanpak. De artikelen schrijven zich bijna vanzelf, en bevatten alle elementen voor een goed verhaal: een hoofdpersonage met een hoge aaibaarheidsfactor, plastische details, gewillige getuigen, en een duidelijke boeman, die alle woede en verontwaardiging opvangt. Namelijk: de jager, zelfs al ontbreekt iedere vorm van bewijs.

Het klopt dat jagers de vossenpopulatie bejagen, in sommige gevallen bestrijden. Maar dat gebeurt legitiem en met een reden. Verschillende studies wijzen namelijk op het positieve effect van predatiecontrole op de aanwezigheid van kwetsbare en bedreigde soorten als hamster, bruine kiekendief, kievit, grutto maar ook hazen en patrijzen. Minder vossen betekent meer klein wild, zowel in hoeveelheid als in verscheidenheid.

Maar daaruit gemakshalve concluderen dat alle wandaden tegenover de vos het werk van jagers is, slaat nergens op. Het diertje maakt wel meerdere mensen kwaad, bijvoorbeeld houders van pluimvee. Soms ook speelt onnozel toeval een rol en eet een vos vergiftigd vlees, daar gelegd door iemand die in ruzie ligt met zijn buren. Evengoed is een dierenbeul aan het werk. Het kan allemaal, maar alleen de jager komt telkens in beeld.

En dat moet stoppen. Omdat het niet klopt; de waarheid heeft zo zijn rechten. Maar vooral omdat tegenstanders die gretig gedeelde berichten gebruiken om het draagvlak van de jacht onderuit te halen. Nederland kan in die zin als waarschuwing gelden, waar een organisatie als Animal Rights reeds een petitie startte tegen ‘de heksenjacht’ op de vos.

Wat te doen dan? In het bieden van een tegengeluid ligt een belangrijke rol weggelegd voor de wildbeheereenheden, en iedereen die zorg draagt voor een jachtrevier met vossen op. Concreet: dra ergens een dergelijk artikel verschijnt, gelokaliseerd in uw werkingsgebied, contacteer de journalist in kwestie en vraag een wederwoord.

Keur vervolgens de daad ten stelligste af, indien u zeker weet dat het geen jager was. Leg uit dat een vos meerdere belagers kent, en vertel terzijde waarom het kort houden van de populatie weloverwogen gebeurt.

Wijs tegelijk naar de inspanningen van de sector, zoals het charter tegen vergiftigd lokaas, mede ondertekend door Hubertus Vereniging Vlaanderen in 2017. En zeg tot slot dat u altijd bereikbaar blijft voor verder commentaar.

Waarom is dat laatste belangrijk? De jachtsector moet in dit debat terug de boventoon voeren, zowel in het veroordelen van de gruwelen, als in het wijzen op het collectieve effect van bejaging, dat het individuele lot van de vos overstijgt. Want als de jager het niet doet, dan niemand.

Of om in het onderwerp te blijven: wat de vos niet weet, weet het haas ook niet.