Wat als ik dezer dagen een ree aanrijd: moet ik die laten liggen aan de kant, of mag ik het kadaver mee naar huis nemen om te versnijden en culinair te verwerken?

De vraag lijkt absurd, maar is het niet. Zeker niet deze periode, waarin de reebokken (en dan vooral de jonge mannetjes) actief op zoek gaan naar nieuw territorium en daarbij blindelings straten en wegen oversteken. In de maanden mei en juni piekt daarom niet toevallig het aantal aanrijdingen. Ook corona zorgde uitzonderlijk voor een groter aandeel vluchtende reeën, zowel in Vlaanderen als in Nederland.

Maar wat als een exemplaar uit het niets tegen de wagen spring en sterft? Mag ik dan als bestuurder het kadaver mee naar huis nemen, om te versnijden en te verwerken tot een lekkere ragout of filets?

Wat zegt de regelgeving?

In de rechtspraak wordt aanvaard dat een automobilist, die toevallig een stuk wild doodt dat de rijbaan oversteekt, geen jachtdaad pleegt. Een wild dier heeft geen eigenaar, het is een res nullius. Het gedode wild wordt eigendom van diegene die het aanreed. Belangrijk om te weten: de lokale jachtrechthouder kan het karkas bijgevolg niet opeisen.

Omdat er geen schade aan een derde wordt veroorzaakt, bent u als autobestuurder ook niet verplicht om de politie te bellen. Niettemin, deze schijnbaar eenvoudige situatie is juridisch toch complexer dan ze op het eerste gezicht lijkt: hoewel de chauffeur geen jachtdaad pleegt, zijn verschillende aspecten uit de jachtregelgeving toch van belang.

 

Situatie 1: u rijdt een ree dood in open tijd

Volgens het Jachtopeningsbesluit zijn de reegeit en reekitsen bejaagbaar van 1 januari tot en met 31 maart. De reebok is bejaagbaar van 1 mei tot en met 14 september.

Een doodgereden ree moet u niet van een label voorzien. Artikels 20 en 62 van het Jachtvoorwaardenbesluit schrijven immers enkel voor dat elk ‘geschoten’ specimen grofwild onmiddellijk moet worden gemerkt met de daarvoor bestemde labels die het ANB heeft uitgereikt. U kan mijn uitgebreide bijdrage over dat onderwerp nalezen in De Vlaamse Jager van februari 2020.

Bij een controle zal u waarschijnlijk niet al te veel problemen hebben om te bewijzen dat het niet-gelabelde stuk een verkeersslachtoffer is. Geen enkele regel verbiedt u echter om een label aan valwild te hangen. Of dat wenselijk is, is een andere discussie waar ik in het kader van dit artikel niet over uitweid.

Volgens artikel 26 van het Jachtdecreet mag u wild vervoeren van de dag van de opening tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op deze wildsoort. Het karkas kan dus probleemloos meegenomen worden. U mag het consumeren, maar niet in de handel brengen.

Situatie 2: u rijdt een ree dood in gesloten tijd

Alles blijft zoals hierboven uiteengezet, met dat verschil: u mag het karkas niet vervoeren. Deze eigenaardige situatie wordt gecreëerd door artikel 26 van het Jachtdecreet (zie hierboven).

De werking van artikel 26 van het Jachtdecreet is immers niet beperkt tot geschoten stukken en laat daarom geen vervoer toe van wild in gesloten tijd (buiten de eerste 10 dagen ervan).

Wat moet u dan wel met het karkas doen?

Ondanks de hardnekkige mythe die daarover blijft bestaan in jagersmiddens, moet u het karkas niet aanbieden aan de burgemeester of het OCMW. U kan best de politie bellen, die het dode dier zelf kan verwijderen of een bevel kan geven aan de gemeente (of andere wegbeheerder) om tot ruiming over te gaan.

Situatie 3: u rijdt een ree aan en het dier is gewond

Indien u (in open of gesloten tijd) meent dat het gewonde dier nog te redden valt, kan u een erkend Vlaams opvangcentrum voor vogels en wilde dieren (VOC) contacteren. Volgens het Soortenbesluit zijn zij bevoegd om het dier te vervoeren, te verzorgen en na revalideren bij voorkeur terug vrij te laten.

Het kan ook zijn dat het aangereden dier zieltogend ter plaatste ligt en beter afgemaakt wordt. Wat dan te doen? Dat is niet helemaal klaar; het betreft een grijze zone in de wetgeving. In open tijd zou een lokale jager nog kunnen overwegen om het genadeschot te geven. Voorafgaand overleg met de politie daarover lijkt aangewezen. Maar wat dan in gesloten tijd?

Indien het ree na een aanrijding nog is afgesprongen, is het uw plicht om een getrainde zweethond te laten komen. De leden van Het Nazoekteam en de Vlaamse Zweethondengroep beschikken over een vergunning van het Agentschap voor Natuur en Bos om ook buiten de openingstijden van een wildsoort het gewonde stuk op te sporen, zo nodig te doden en te vervoeren.

Conclusie

Er zijn nog heel wat grijze zones in de regelgeving. We missen een draaiboek. Er zou een werkbare en duidelijke regeling moeten komen voor valwild.

Ook een heldere regel over het geven van vangschoten lijkt mij nodig. Een jager die zijn weidelijke plicht vervult om een gewond wild dier niet langer te laten afzien, riskeert nu hierop afgerekend te worden. Of er op dit ogenblik politieke wil is om hier iets aan te verhelpen, is nog maar de vraag.

Tekst: Erik Nauwelaerts, advocaat

 

Dit nieuwsartikel delen: