Wat vinden de verschillende politieke partijen van de jacht? Hubertus Vereniging Vlaanderen vroeg het aan Groen, SP.A, CD&V, Open VLD, N-VA en Vlaams Belang, naar aanleiding van de verkiezingen op zondag 26 mei. ‘Als politici de volgende legislatuur over jacht zullen discussiëren, raad ik aan eerst een keer mee te lopen, te drijven, om te leren hoe het werkelijk in elkaar zit.’

 

 

 


 

 

Bart Caron
Groen
Lijstduwer provincie West-
Vlaanderen (Vlaams Parlement)

‘Ik verklap geen geheim als ik vertel: de jacht vindt in mij niet meteen de grootste verdediger. Ik zie niet altijd de noodzaak ervan in. Ook al omdat niet iedereen perfect schiet, terwijl de aandacht voor dierenwelzijn – terecht – sterk steeg.’

‘Toch denk ik dat jagers en de groene beweging elkaar op bepaalde punten kunnen vinden als objectieve medestanders, zoals in de strijd tegen stroperij, of in de oproep naar meer controle en handhaving in het veld.’

‘Niettemin, een absoluut werkpunt voor de sector blijven de jachtplannen. En meer specifiek de jachtplannen opgemaakt vóór 2014, waarvoor niet noodzakelijk een schriftelijk akkoord nodig blijkt te zijn van de eigenaar. Dat moet eigenlijk anders, explicieter. Veel burgers en besturen, die niet weten dat ze ingekleurd staan, pikken dat soort arrogantie niet langer. Enige bescheidenheid past op dat vlak. Daarom, probeer voor alle jachtterreinen over een duidelijk akkoord te beschikken. Daarmee valt veel sympathie te winnen, in plaats van als sector zich lastig te verzetten tegen transparantie.’

‘Een ander te voeren debat de komende legislatuur: de patrijs. Moet die bejaagbaar blijven, gezien de lage populaties? Op dat punt zit ik op dezelfde lijn als Vogelbescherming Vlaanderen: geen troep ermee. En ik weet: de dreiging komt ook door het gebrek aan leefterrein, door de landbouw, en ik weet ook: jagers proberen nieuw territorium te maken voor het vogeltje. Maar ik weet niet of de lage aantallen de jacht nog verantwoorden.’

‘Over Vogelbescherming Vlaanderen gesproken en de jachtsector, vertegenwoordigd door Hubertus Vereniging Vlaanderen: aan beide kanten is weinig begrip voor elkaar. De een ziet de ander als de baarlijke duivel. Toch delen beide organisaties hier en daar dezelfde belangen. Probeer daarom, op basis van ratio, elkaar te vinden. En die verantwoordelijkheid ligt bij diegene die dieren doodt, niet bij diegene die dieren wil beschermen. Toon dat de jachtsector open is en de regels volgt. Anders kalft het maatschappelijk draagvlak verder af.’


 

Bruno Tobback
SP.A
Lijsttrekker provincie
Vlaams-Brabant
(Vlaams Parlement)

‘Hoewel jacht geen prominente plaats inneemt in de politieke debatten, kwam het de afgelopen legislatuur toch geregeld ter sprake in de bevoegde commissie: door de komst van de wolf, door de problemen met everzwijnen in Limburg. Het blijft echter een randfenomeen in het grotere geheel.’

‘Voor alle duidelijkheid: ik heb niet a priori iets tegen de jacht. Ik koester niet per definitie negatieve gevoelens tegenover de sector, ondanks mijn inborst als eerder natuurbeschermer. Maar toch zie ik graag een aantal zaken structureel veranderen. Zoals de geslotenheid van het wereldje. Misschien ten onrechte, maar ik heb vaak het gevoel dat jagers van de filosofie vertrekken: laat ons met rust, maak het ons niet nog moeilijker. Maar in een klein bevochten dorp als Vlaanderen gaat die vlieger niet op. Samenwerken blijft voor mij als progressieveling de basis, en al zeker als het om gemeenschappelijke gronden gaat, of andermans terrein.’

‘Wat ook anders moet: Hubertus Vereniging Vlaanderen moet meer veroordelen en aankaarten. Ik geloof niet dat alle jagers cowboys zijn, of het allemaal slecht menen. Maar net de figuren die in de fout gaan, lopen met alle aandacht weg en bepalen grotendeels het imago van de club. Vandaar, naar communicatie toe: sluit niet meteen de rangen, doe niet elk geval af als niet-representatief. Maar zeg waar het op staat. Wees strenger. En ga het debat niet uit de weg.’

‘Kijk, iedereen heeft recht om zijn hobby uit te oefenen. Ik zeil, anderen jagen. En dat mag, zolang het bewust gebeurt, en in overeenstemming met de rest van de samenleving.’

 


 

Piet De Bruyn
N-VA
Vierde plaats provincie Vlaams-
Brabant (Vlaams Parlement)

‘Ik krijg van sommige jagers op mijn Facebook-wall soms heel harde en brute commentaren te slikken. Ik weet: die groep vertolkt niet het standpunt van Hubertus Vereniging Vlaanderen, maar het bepaalt wel voor een stuk het imago van de sector. Naar communicatie toe kan de organisatie misschien nog een extra inspanning leveren, om de roepers niet de overhand te geven.’

‘Tegelijk pleit ik om het vijandsbeeld over Natuurpunt en Vogelbescherming Vlaanderen te verlaten. Zoek eerder een gedeelde grond, een gezamenlijke basis, in plaats van de kloof ideologisch verder uit te diepen. Dat helpt niemand verder.’

‘Inhoudelijk dan. Een debat dat ik volgende legislatuur mogelijk zie terugkeren, is dat over de vos. Welke impact heeft het diertje op de grondbroeder? Dat blijft een moeilijk onderwerp, omdat de wetenschap geen uitsluitsel brengt.’

‘Waar in de toekomst ook meer aandacht naar mag, is de strijd tegen stroperij. Een actiever parket, meer milieu-inspecteurs, het  opwaarderen van het ambt van veldwachter: het moet allemaal helpen. Ik vind ook dat het takenpakket van de arrondissementscommissaris een stuk uniformer mag. Nu lijkt het van provincie tot provincie wat af te hangen, wat eigenlijk niet kan.’

‘Ja, jacht heeft een plaats in de samenleving, tenminste als jagers zich houden aan de beperkingen, opgelegd door de overheid. Het gaat immers niet zomaar om een risicoloos tijdverdrijf. Zelf beleef ik weinig plezier aan de krachtmeting tussen dier en mens. Wat niet wil zeggen dat ik nog nooit met een jachtpartij mee geweest ben, of zelf geen wild eet.’

 


 

Frans Wymeersch
Vlaams Belang
Lijstduwer provincie
Oost-Vlaanderen
(Federaal Parlement)

‘Inzetten op de jeugd: dat moet de jachtsector doen. Door bijvoorbeeld scholen aan te schrijven en educatieve middagen te organiseren. Want kinderen kennen tegenwoordig het verschil niet meer tussen een mus en lijster, of een edelhert en een ree. Daardoor weten ze ook geen barst van de jacht, en zeggen ze stommiteiten. Dat beschouw ik als een duidelijke tekortkoming van het onderwijs. Vroeger, in mijn tijd, moest ik nog het vak natuurkunde volgen. Nu vind ik dat allemaal veel te vaag.’

‘Daarom moeten kinderen eigenlijk meer naar Plattelands TV kijken. Op die zender worden rake dingen gezegd waar ik niet altijd mee akkoord ga, maar het is altijd onderbouwd. De uitzendingen, zowel die over jacht als landbouw, getuigen van grote opvoedkundige waarde.’

‘Vervult jacht nog een meerwaarde in de samenleving? Natuurlijk. In den beginne moest de jacht de mens van vlees voorzien, nu nog deels, maar daar kwam een extra functie bij: namelijk de natuur corrigeren. Jacht maakt vandaag integraal onderdeel uit van natuurbeheer, en kan zelfs ter promotie dienen.’

‘Bovendien, doordat het milieu en de natuur veranderen, wijzigen ook de evenwichten tussen de wildsoorten. Daarom pleit ik voor een flexibele oplijsting, waar meer à la carte bepaald kan worden welke soort meer of minder bejaging moet. Wat bijvoorbeeld in streken met te veel roofvogels? En wat met de strikte openingstijden? Voor mij is dat allemaal voor discussie vatbaar. Maar geen idee of het beleid wil volgen. Zeker omdat de overheid de laatste jaren vooral luisterde naar de natuurorganisaties.’

 


 

Francesco Vanderjeugd
Open VLD
Vierde plaats provincie West-
Vlaanderen (Vlaams Parlement)

‘Wanneer ik ooit de tijd vind, wil ik het jachtexamen afleggen. Want jacht interesseert me al van kindsbeen af. Ik ga vaak ook drijven, met vrienden van me. Dat geeft me rust, die verbondenheid met de natuur, en scherpt mijn kennis over fauna en flora aan.’

‘Onder andere in Staden, waar ik burgemeester ben, zie ik absoluut het nut ervan in, zeker in de strijd tegen schade aan landbouwgewassen. Het organiseren van duiven- of kraaiendagen kan daarom op veel sympathie van de boeren rekenen.’

‘Toch gaat het moeilijker worden om de jacht te verdedigen, denk ik, omdat dieren steeds meer vermenselijkt worden. Kijk bijvoorbeeld naar de kelderende verkoop van konijnenvlees, want een mooi en schattig beestje. Ook dierenwelzijn krijgt meer en meer aandacht. En zelfs als jagers weidelijk te werk gaan, dan nog valt voor velen het doden van wild niet uit te leggen. Ik probeer dat echter telkens in het juiste perspectief te plaatsen.’

‘Daarom zet ik, als ik mee ga drijven, op mijn Facebookprofiel altijd een foto: niet van het tableau, maar van het gebeuren. Een beetje om het taboe rond het onderwerp te doorbreken. Het geeft me bovendien de gelegenheid om het debat erover te voeren met mijn volgers. Als echter de Afrikaanse varkenspest in Vlaanderen mocht uitbreken, door het invoeren van uitheemse exemplaren, vrees ik wel voor de algemene reacties.’

‘Los daarvan moet de jacht sowieso – wat ze nu ook al doet eigenlijk – continue in overleg blijven met alle betrokken stakeholders in het buitengebied. Dat blijft voor mij cruciaal, net als het volgen van de wetten. En de politici die volgende legislatuur over jacht zullen discussiëren, raad ik aan eerst een keer mee te lopen, om te leren hoe het werkelijk in elkaar zit.’

 


 

Lode Ceyssens
CD&V
Lijsttrekker provincie Limburg
(Vlaams Parlement)

‘Wat kan de jacht beter doen? Eén: haar imago bijstellen. Eigenlijk moet de sector veel meer benadrukken dat jagers in feite aan natuurbeheer doen, met aandacht voor de habitat van inheemse soorten. Dat mag prominenter in beeld komen. Als burgemeester van Oudsbergen, een plattelandsgemeente in Limburg, kom ik regelmatig in contact met jagers, en deze stappen niet zomaar de natuur in, om wild af te knallen. Het gaat niet om plezierjacht.’

‘Twee: Hubertus Vereniging Vlaanderen moet veel scherper jachtovertredingen veroordelen. Neem die gruwelijke en walgelijke beelden van vossen in strikken en klemmen. Als blijkt dat een jager dat deed, dan moet de vereniging dat luid veroordelen. Geen twijfelen aan.’

‘Want dat soort praktijken bemoeilijken een eerlijk debat over de jacht, zowel in het parlement als daarbuiten. Tegenstanders gebruiken het, spijtig genoeg, om van de jager een karikatuur te maken. Terwijl dé jager niet bestaat. Maar karikaturen maken een rationeel gesprek tussen voorstanders en tegenstanders bijna onmogelijk. Emotie overheerst vaak.’

‘Everzwijnen: dat blijft voor mij een van de belangrijkste dossiers, met voor de jager een cruciale rol weggelegd. Door het gebrek aan natuurlijke vijanden zie ik ook geen alternatieven dan bejaging, om het overaantal in te dammen. Ingrijpen is daarom noodzakelijk.’

‘Bij deze wil ik ook de mythe ontkrachten dat elke jager in Limburg blij is met de komst van de everzwijnen. Dat klopt helemaal niet. Wie heel zijn leven op konijnen of fazanten jaagde, en plots geconfronteerd wordt met een wild varken, weet niet altijd hoe daarop gepast te reageren. Die kennis ontbreekt hier en daar. Belangrijk daarom is met alle betrokken partners samen te werken.’