Hubertus Vereniging Vlaanderen reageert op de komst van de wolvenwelpen in Limburg: ‘tijd om het algemeen jachtverbod in de militaire zones terug te draaien’.

Met de vestiging van een eerste roedel begint een nieuw hoofdstuk in het Vlaams wolvenverhaal. De jachtsector, die biodiversiteit hoog in het vaandel draagt, noemt de ontdekking van de vier welpen ‘een uniek feit’. Dat het wolvenpaar trouwens leeft in gebied waar jagers al jarenlang actief aan faunabeheer doen, mag niet verbazen –want door de niet aflatende inspanningen van de sector, leeft daar een bruisend wildbestand.

Een eerste cruciaal moment zal zijn wanneer de jongen op tien à twaalf maanden het nest verlaten op zoek naar eigen territorium –waar zullen de jongvolwassen dieren heentrekken, en heeft Vlaanderen nog voldoende onbezet terrein? Een tweede cruciaal ogenblik zal de confrontatie met het verkeer zijn.

Sowieso; de jachtsector is en blijft een constructieve partner. Zowel in het begin van het wolvenverhaal, in 2018, als nu wil het lokaal meehelpen met de wetenschappelijke monitoring van de roedel –want jagers komen misschien wel het vaakst in contact met allerhande sporen van het dier. Daarom ook dat Hubertus Vereniging Vlaanderen, gevoelig voor het maatschappelijke debat rond de toppredator, akte nam van het tijdelijke jachtverbod tot 30 juni, omdat jagers dieren alle kansen willen geven in de schoontijd (de zogenaamde voortplantingsperiode).

Een globaal jachtverbod, en zeker in het militaire gebied waar de wolf niet eens komt, is bijgevolg niet langer nodig. Daarom (en in het licht van de groeiende everzwijnenproblematiek) pleit Hubertus Vereniging Vlaanderen om dringend opnieuw met alle actoren aan tafel te zitten om duidelijke afspraken te maken over het lokaal samenleven tussen wolven en alle betrokken partijen uit de ruime omgeving.

 

(Foto: Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek)

Dit nieuwsartikel delen: