Achtergrond
In de ANB-bewaking van ziekten bij de wilde fauna wordt dood aangetroffen wilde fauna in Vlaanderen opgehaald en onderzocht (cfr. Ziek of dood dier gevonden | Dienstensite Natuur & Bos) en worden noodlijdende dieren in VOCs eveneens onderzocht. Deze ziektebewaking behelst ondermeer alle jachtwildsoorten.
Deze ziektebewaking wordt in april 2026 uitgebreid naar de ophaling en het onderzoek van geschoten jachtwild dat verdachte verzwakking en/of ziekte vertoont (genaamd OSIRIS ziektebewaking). De financiering van de ophaling en standaard autopsie van deze specimens gebeurt met middelen vanuit het jachtfonds, de financiering van eventuele bijkomende analyses gebeurt via de lopende ziektebewaking van ANB.
Onderstaande tabel geeft weer welke kadaverinzameling voor verder onderzoek onder de reguliere ziekte bewaking wilde fauna valt dan wel onder de OSIRIS ziektebewaking:

Belangrijk: Transporteren van dood gevonden (niet geschoten) wilde fauna is niet toegestaan. Dood gevonden wilde fauna dient dus steeds te worden gemeld aan en opgehaald onder de modaliteiten van de lopende ziektebewaking (cfr. Ziek of dood dier gevonden | Dienstensite Natuur & Bos).
Wanneer er indicaties zijn dat een dier het slachtoffer werd van vergiftiging dient contact genomen te worden met de Natuurinspectiediensten van ANB voor het opmaken van een PV en verdere opvolging (zie: Waar kan ik een overtreding melden? | Dienstensite Natuur & Bos).
Het onderstaande beschrijft de werkwijze voor geschoten jachtwild binnen het OSIRIS-project. Het beschrijft de procedure voor jagers om te zorgen voor het correct verpakken van kadavers, het transport naar een jachtophaalpunt, de ophaling van het kadaver door een koerier naar het autopsielaboratorium, de autopsie en de communicatie van de resultaten aan de jachtsector.
Inzameling op het terrein na afschot
De ophaalpunten binnen het OSIRIS-project nemen enkel kadavers van geschoten wild aan. Dit kan jachtwild zijn dat voor het afschot afwijkend gedrag vertoonde (bv. minder schuw, traag, neurologische symptomatologie). Of dit kan geschoten jachtwild zijn waarbij na afschot voor ziekte verdachte kenmerken opgemerkt worden (bv. schurftige vacht, heel mager, opgeblazen buik, onder diarree). Hieronder wordt de werkwijze beschreven na het afschot:
Transporteren naar het ophaalpunt
De bio-hazard stickers, etiketten, stiften, wegwerphandschoenen, kadaverzakken en sluitstrips zijn beschikbaar op het ophaalpunt.
Opgelet!
De gebruikte aanhangwagen, topbox, kofferruimte, folie of doos moet gereinigd worden na gebruik en kan na reiniging (grondig uitspoelen met ontsmettingsmiddel en water) opnieuw gebruikt worden voor andere doeleinden met uitzondering van het transport van voeding.
Na het kadaver te hebben ingezameld en zéker vooraleer voedsel ter hand te nemen, steeds de handen, onderarmen en nagels wassen met zeep of ontsmettingsmiddel (vb dettol) en water.
Ophaling en autopsie
De beheerder van het ophaalpunt vraagt de kadaverophaling en autopsie aan.
Communicatie van de resultaten
De resultaten van de autopsie worden opgenomen in een ziektebewakingstabel waarin alle casussen worden opgenomen met vermelding van: datum en plaats van afschot, autopsie bevindingen.
ANB doet een maandelijkse update van de ziektebewakingstabel. De ziektebewakingstabel wordt via de ANB-website toegankelijk gemaakt: zie Ziek of dood dier gevonden | Dienstensite Natuur & Bos
Wanneer de autopsie zorgwekkende pathogenen aantoont, zal er vanuit het ANB een gerichte communicatie zijn naar de hele jachtsector.
Kosten voor de jager
Alle kosten voor de ophaling en standaard autopsie van het geschoten wild worden gedragen door middelen uit het jachtfonds. De kosten van eventuele bijkomende analyses worden gedragen via de lopende ziektebewaking van het ANB.
Voor de jager zijn er dus geen kosten aan verbonden.
