Damhert

Achtergrond

  • Meldingen van kleine groepen damherten verspreid over het Vlaamse land
  • Maatschappelijke discussies rond het beheren van plaatselijke populaties (bv. Kluisbergen en Huldenberg)
  • Potentieel tot landbouwschade van damhert
  • Damhert is conform art. 3 van het jachtdecreet een jachtwildsoort (grofwild)
  • Damhert wordt door het ‘Belgian Forum on invasive species’ beschouwd als een exoot
  • De overheid wordt door Europa (EU 1143/2014) aangespoord tot een beleid (exotenbeheer)

Inleiding

Damhert wordt in de Vlaamse jachtregelgeving beschreven als een jachtwildsoort waarop een duurzame jacht mogelijk is mits het indienen van een afschotplan. In het zog van de Europese verordening Nr. 1143/2014 ter preventie en beheer van invasieve uitheemse soorten, die van kracht is sinds 1 januari 2015, plaatste het ‘Belgian Forum on Invasive Species’ het damhert op de waarschuwingslijst. Het damhert wordt daarmee beschouwd als een exoot in Vlaanderen waarvoor in dat kader maatregelen kunnen worden uitgevoerd.

Men voelt onmiddellijk aan dat de twee stellingen niet met elkaar stroken. In dat kader wil de Hubertus Vereniging Vlaanderen, in naam van de Vlaamse jachtsector, in onderstaande tekst zijn standpunten betreffende het toekomstig beheer van damhert verduidelijken.

Visie

Als jagers streven wij steeds naar een duurzaam gebruik van de natuur, waaronder de wilde fauna. Hierbij werken we beheeractiviteiten uit gericht op het behouden en ondersteunen van natuurlijke populaties van het jachtwild.

De focus ligt hierbij op de jachtwildsoorten waarvoor er een openingstijd is voorzien. In de tweede plaats wordt ook aandacht geschonken aan de ‘andere’ jachtwildsoorten en in bredere zin de faunasoorten opdat de plaatselijke ecosystemen zelfbedruipend kunnen zijn en zo voor een bredere biodiversiteit kunnen zorgen.

Een belangrijk punt bij dit beheer is de duurzaamheid. Artikel 1 van het jachtadministratiebesluit van 23 april 2015 beschrijft in punt 13 wat dergelijk duurzaam gebruik inhoud.

13° duurzaam wildbeheer: het wildbeheer dat gericht is op de instandhouding en de verbetering van de kwaliteit van de leefgebieden van de soorten jachtwild, op het beheer van de populaties van het jachtwild en op het voorkomen en inperken van maatschappelijk onaanvaardbare schade door jachtwild, als onderdeel van een breder faunabeheer.

Gezien het damhert in de eerste plaats gecatalogeerd staat als jachtwildsoort (art. 3 van het jachtdecreet) en gezien er openingstijden werden voorzien in het jachtopeningsbesluit 2013-2018, wordt van de jagers in principe verwacht dat zij voor deze soort een duurzaam wildbeheer voeren, rekening houdend met de maatschappelijk aanvaardbare schade. Dit duurzaam wildbeheer conform de jachtwetgeving is geenszins gericht op de uitroeiing van de soort in Vlaanderen.

Het damhert werd door het ‘Belgian Forum on Invasive Species’ op de bewakingslijst geplaatst op basis van het ISEIA-protocol en daar gecatalogeerd als een ‘weinig verspreide soort met matige impact in België’. Het ISEIA-protocol houdt daarbij rekening met de volgende paramaters:

  • Het dispersiepotentieel
  • De kolonisatie van gebieden met natuurbehoudswaarde
  • De impact op inheemse soorten
  • De impact op ecosysteemfuncties

Verder bouwend op deze categorisering geeft het INBO-advies ‘INBO.A.3214’ een overzicht van onder andere de wettelijke status, de actuele verspreiding, de mate van invasiviteit, de huidige impact van damhert in het buitenland op basis van wetenschappelijk onderzoek en een inschatting van de potentiële impact in functie van het beheer. Uit het INBO-advies (INBO.A.3214) blijken de volgende zaken:

  • Het damhert wordt in de meeste ons omringende landen als inheems of ingeburgerd beschouwd of staat er in ieder geval niet als exoot geclassificeerd.
  • Het damhert was tot in het laatste interglaciaal verspreid aanwezig in Europa (ook op onze breedtegraad), maar verdween daar tijdens de ijstijd. In de middeleeuwen werd de soort terug ingevoerd voor de jacht en werd ze voor dat doeleinde gehouden binnen parken en warandes.
  • De dispersiesnelheid van damhert werd berekend op 0,8 (±0,15) km per jaar op basis van een wereldwijde review. Op basis van gegevens uit Groot-Brittannië was de populatie-expansie per jaar gelijkaardig aan deze van ree in de periode 1972-2002. Deze populatie-expansie was niet-continu, maar bedroeg gemiddeld 100m-1km per jaar en moet als matig worden beschouwd. Ontsnappingen en uitzettingen van damherten kunnen dus een potentieel grote rol spelen bij het koloniseren van nieuwe gebieden.
  • Impact op fauna (o.a. reewild) en flora en ecosystemen in het geheel werden in verschillende studies beschreven. Deze impact kan zowel positief als negatief zijn afhankelijk van de omstandigheden (onder andere habitat) en de populatiedensiteit van de damherten.
  • Damherten kunnen (soms aanzienlijke) schade veroorzaken aan landbouw en bosbouw. De populatiedensiteit van de damherten speelt hierin een rol, naast kenmerken van het bos (leefgebied) en het ruimere landschap.

Volgens de conclusie van het advies lijkt het risico op een snelle en moeilijk controleerbare expansie van damherten op basis van enkel natuurlijke uitbreiding van bestaande kernen in Vlaanderen eerder gering. Het advies vermeldt verder dat het in grote gebieden haalbaar lijkt om een populatie damherten te laten bestaan en te reguleren op een gewenst niveau. In dat geval is een actief beheer nodig om in te grijpen op de populatiegrootte en schade te vermijden.

Aangezien het damhert een soort is die duurzaam beheerd kan worden in Vlaanderen en die bovendien slechts in zeer specifieke situaties, voornamelijk bij overpopulatie, zal leiden tot negatieve impact op ecosystemen, is het voor HVV duidelijk dat het damhert geen soort is die thuishoort op een lijst van invasieve exoten. Het is zelfs maar de vraag of het damhert wel degelijk als een exoot moet worden beschouwd. In Nederland wordt het damhert bijvoorbeeld als inheems beschouwd, in Groot-Brittannië als ingeburgerd. In geen enkel van de ons omringende landen krijgt de soort het etiket ‘exoot’ opgeplakt.

Dit neemt echter niet weg dat damherten plaatselijk wel kunnen uitgroeien tot populaties die voldoende hoge densiteiten aannemen, waardoor er impact kan ontstaan op de plaatselijke fauna en flora, en niet te vergeten het omliggende landbouwlandschap. Voor de HVV schuilt de duurzaamheid van het beheer er dan ook in de potentiële schade in rekening te brengen bij het populatiebeheer van damhert.

Jagers en wildbeheereenheden moeten op lokaal vlak inschattingen maken van de mogelijke impact en op basis hiervan doelen en maatregelen voor een beheer vooropstellen. Daarbij is het aangewezen om alle betrokken partijen samen te roepen en in overleg tot een specifiek doel en later maatregel te komen. De HVV denkt hierbij aan:

  • De jagers (WBE)
  • De landbouwsector
  • De burgemeester van de betrokken gemeenten die een stem kan bieden voor de burger
  • De plaatselijke natuurverenigingen
  • De bosbouwsector

Binnen de wetgeving voorziet het jachtvoorwaardenbesluit in een voldoende grote toolbox van middelen om het uitgestippelde duurzaam beheer van damherten op een adequate manier uit te voeren.

In het kader van het everzwijnbeheer werd er in het jachtvoorwaardenbesluit van 25 april 2014 een overlegstructuur met faunabeheerzones uitgewerkt, waarin doelen over een groter gebied worden bepaald in consensus met jacht, landbouw, natuur en provincie.

Hoewel deze structuur momenteel nog niet actief is, is de HVV er rotsvast van overtuigd dat deze manier van aanpak geen bijdrage kan betekenen voor het beheer van damhert. De problematiek van damhert is plaatselijk, met slechts een beperkte impact en dispersie. Door het overleg te herleiden tot grotere zones, zullen vaak mensen/verenigingen betrokken worden die geen kennis van zaken hebben over de plaatselijke situaties.

Tot consensus komen over een doel voor de hele faunabeheerzone lijkt dan ook een moeilijke opgave en van bij het begin gedoemd om te mislukken. Een overleg opstarten met alle plaatselijke betrokken is in die zin een betere piste.

Korte samenvatting

  • Voor HVV hoort het damhert niet thuis op een lijst van invasieve exoten.
  • HVV wenst de mogelijkheid te behouden om damhert duurzaam te beheren.
  • Gezien damhert, net zoals andere grofwildsoorten, een beheer vereist dat verder strekt dan alleen het jachtrevier van een individuele jager of zelfs het werkingsgebied van een WBE, is overleg tussen jagers, WBE’s en ook landbouw, bosbouw, natuur en gemeenten aangewezen bij het uitstippelen van het beheer door WBE’s of individuele jagers. Dit overleg moet gevoerd worden op het lokale niveau en niet op het niveau van een faunabeheerzone zoals de wetgeving voorziet in het geval van everzwijn. Deze manier van aanpak is aangewezen door het beperkte vermogen van expansie die deze damwildpopulatie bezit.
  • HVV wenst in geen geval een algemene ‘bestrijding’ van de soort in Vlaanderen. Het duurzame gebruik en overleg kaderen binnen deze visie.