‘Welke meerderheid op Vlaams niveau ook wordt gevormd na 26 mei, wat jacht betreft blijft de boodschap van Hubertus Vereniging Vlaanderen klaar en duidelijk: in ons vindt de overheid een bereidwillige gesprekspartner.’ Dat schrijft het bestuur van de jachtorganisatie in het voorwoord van het mei-nummer van De Vlaamse Jager, dat in teken staat van de verkiezingen.

Vorige maand, tijdens Hunting Gent in Flanders Expo, organiseerde Hubertus Vereniging Vlaanderen het Grote Politieke Debat. Een unicum in de geschiedenis van de jachtsector. Nooit eerder zette onze organisatie alle partijen samen op een podium, om ze daarna aan de tand te voelen. Welke plaats neemt jacht in de samenleving in volgens Groen, SP.A, CD&V, Open VLD, N-VA en Vlaams Belang? Wat met de geluidsdemper: toestaan of blijven verbieden? En moet de overheid de jachtmogelijkheden verruimen?

Aanleiding voor het panel vormen de verkiezingen van zondag 26 mei. Dan moet de bevolking naar het stemhokje om voor drie parlementen tegelijkertijd te stemmen: het Europese, het federale, en het Vlaamse. En vooral dat laatste niveau – het regionale – verdient extra aandacht. Want als het om jachtwetgeving gaat, dan beslist grotendeels de Vlaamse decreetgever.

Daarom stond zowel Hunting Gent als de mei-editie van De Vlaamse Jager in het teken van het maken van een geïnformeerde en onderbouwde keuze. En daarom vindt u ook verschillende interviews met de deskundigen van de verschillende fracties in het magazine, en een handige oplijsting met partijstandpunten over de jacht.

Hubertus Vereniging Vlaanderen stelde daarnaast een memorandum op; dat is een lijst met beleidsprioriteiten, concrete vragen en praktische suggesties voor de volgende Vlaamse regering. Ook dat behoort tot het takenpakket van een belangenorganisatie met een prominente rol in de samenleving: wijzen op de noden uit het veld, zodat – hopelijk – de wetgeving volgt.

In de vorige legislatuur verliep die samenwerking met het verantwoordelijke kabinet (eerst Joke Schauvliege, nadien Koen Van den Heuvel) goed tot uitstekend. De oprichting van het Jachtfonds, de snelle reparatie van het Soortenbesluit, het toestaan van de betonbuisval: allemaal voorbeelden van een constructieve samenwerking, op basis van wederzijds vertrouwen en een gedeelde, vaak pragmatische visie.

Liep het daarom allemaal van leien dakje? Natuurlijk niet. Door besparingen allerhande verminderde de handhavingscapaciteit, waardoor stropers vrij spel kregen. Ook het opentrekken van de ‘fazanteneierenregeling’ naar patrijzen en beschermde vogelsoorten ligt politiek nog steeds te gevoelig – terwijl dat net een brug kan slaan naar de natuursector.

En op de krakkemikkige regeling van de stroomhalsband (een bevoegdheid van minister Ben Weyts) werd in het aprilnummer al gewezen.

Op federaal niveau moest de jachtsector vooral het debat voeren met Koen Geens, als minister van Justitie bevoegd voor de wapenwetgeving. Maar deze zag het toelaten van geluidsdempers, ondanks alle aantoonbare voordelen, niet zitten, en blokte dus elke discussie. Spijtig.

Wat de verkiezingen deze maand brengen, blijft – om een cliché te gebruiken – koffiedik kijken. Alles kan, alle gespeculeer van mogelijke coalities ten spijt. Veel zal van de campagne afhangen, en de onderwerpen die het debat beheersen. Niettemin, welke meerderheid op Vlaams niveau ook wordt gevormd, wat jacht betreft blijft de boodschap van Hubertus Vereniging Vlaanderen klaar en duidelijk: in ons vindt de overheid een bereidwillige partner, die waakzaam de belangen verdedigt van de 12.000 jagers in Vlaanderen, zowel leden als niet-leden.

Een tijd terug stonden in dit magazine de resultaten van een bevraging onder meer dan 2.000 Vlamingen, die peilde naar hun houding tegenover de jacht. Op de vraag of de politiek de jacht mag afschaffen antwoordde slechts achttien procent ‘ja’ – wat betekent: de sector geniet ruim steun, mits het volgen van de wettelijke en weidelijke regels.

Met andere woorden: wie ook op zondag 26 mei de verkiezingen wint, moet beseffen dat voor jacht een breed draagvlak bestaat – een draagvlak met een electoraal gewicht.