‘Een algemeen jachtverbod op de patrijs zou wel eens nadelig kunnen uitdraaien voor de soort als geheel.’ Dat stelt het bestuur van Hubertus Vereniging Vlaanderen in het voorwoord van het oktobernummer van De Vlaamse Jager, het ledenmagazine.

Opnieuw de patrijs? Opnieuw de patrijs.

In deze editie staan, net zoals in de vorige, verschillende artikelen over het akkervogeltje. Niet omdat grof wild minder aandacht verdient. Verre van. Maar omdat de patrijs symbool staat voor een ruimer debat over de functie en de meerwaarde van jacht vandaag in onze samenleving.

Hoezo?

Wie met het ene oog de dalende evolutie van de wildsoort volgt, en met het andere het politieke leven in de Wetstraat, weet dat het spannend kan worden de komende legislatuur. Want het is best mogelijk dat verschillende politieke partijen de discussie willen starten over het al dan niet sluiten van de jacht op de patrijs. En zelfs als de fracties van Groen en SP.A, koele minnaars van de jacht, op de oppositiebanken belanden, door de vorming van een Zweedse coalitie tussen de N-VA, Open VLD en CD&V, dan nog blijft de kwestie hangende. Onderschat de maatschappelijke druk niet, aangevoerd door organisaties zoals Vogelbescherming Vlaanderen.

Een eerste schot voor de boeg werd reeds gelost door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, dat in juli een rapport over de impact van de jacht op de patrijzenpopulatie publiceerde. In dat document – tot stand gekomen zonder input van de jachtsector en gebruik makend van onvolledige datasets – kunnen zowel voor- als tegenstanders munitie vinden om hun punt te maken. Maar de grondtoon van het ambtelijk document blijft toch vooral sceptisch. De auteurs stellen namelijk dat ‘het duurzaam karakter van de jacht op patrijs momenteel in vraag [moet] worden gesteld’ en formuleren op het einde, op basis van ‘de opgedane kennis’, een aantal ‘beleidsaanbevelingen’ zoals een algemeen verbod.

En dat is ironisch. Want de achteruitgang van de patrijs valt hoofdzakelijk te wijten aan verlies van leefgebied en aan fel toegenomen predatie, door de vos, maar evengoed door de plotse komst van de marter en de uitbreiding van het roofvogelbestand. Toch krijgt de jager als enige de rekening gepresenteerd.

Een verbod is om nog een tweede reden ironisch: geen enkele andere groep in het buitengebied zet zich zo hard en zo specifiek in voor de patrijs als de jager. Al was het maar omdat hij als spil de belangen van de dierensoort met die van de landbouwsector en die van de natuurverenigingen tracht te verbinden – een niet altijd even makkelijke oefening, maar wel een noodzakelijke. Een verbod ontkent simpelweg die faciliterende en diplomatische rol.

Bovendien, uit het buitenland blijkt dat een verbod niet per definitie gunstig uitdraait voor de soort. Kijk naar Nederland: ondanks het sluiten van de jacht, blijft het aantal dalen, en mogelijk gaat het nog verder achteruit nu de Perdix perdix niet langer meer als ‘wild’ erkend wordt.

Hubertus Vereniging Vlaanderen neemt al geruime tijd het initiatief in tal van patrijsprojecten, zowel lokaal als internationaal. Ook de open tellingen afgelopen zomer, samen georganiseerd met de betrokken wildbeheereenheden, getuigen van verantwoordelijkheidszin, net als het sleutelen aan een vernieuwde telprocedure. Die inspanningen dreigen nu een maat voor niets te worden.

Vandaar de verhoogde communicatieve aandacht voor het akkervogeltje. Om aan te tonen dat de jacht op patrijs nog een toekomst heeft, als de jacht de toekomst van de patrijs is. Dat wil zeggen: wanneer jagers de dialoog willen voeren, en samen met de verschillende partners in het veld gaan nadenken over een gezamenlijke strategie, dan is er nog toekomst.

Van de andere kant wil dat ook zeggen (en het volgende is vooral een boodschap voor de tegenstanders): het helpt niet om een hele groep te straffen en te diaboliseren wegens een paar uitzonderingen die aan overbejaging doen. Veel beter is om Hubertus Vereniging Vlaanderen te steunen in haar modern wildbeheer en medestander te maken in haar strijd tegen de excessen. Want het verlies van steun van een hele sector – een verlies aan middelen, mankracht en onbetaalbaar enthousiasme – is misschien nog erger dan de misbruiken van enkelingen, waarbij de impact al met al beperkt en lokaal blijft.

Om de kwestie scherp te stellen: wie wordt eigenlijk het zwaarst getroffen met een algemeen verbod? De individuele jager of de patrijs als soort? Ironisch of niet, maar het antwoord is eigenlijk bittere ernst.