Hubertus Vereniging Vlaanderen nodigt Mieke Schauvliege (Groen) uit voor een terreinbezoek, om te laten zien welke inspanningen de jagerij allemaal doet voor de patrijs. ‘Een jachtverbod helpt de populatie geen meter verder.’

In een interview in De Morgen pleit Vlaams parlementslid Mieke Schauvliege (Groen) om de jacht op de patrijs te sluiten. Maar is dat de oplossing? Helemaal niet –het creëert een nog groter probleem voor het akkervogeltje.

 

 

  • Een jachtverbod haalt niets uit. Kijk naar Nederland. Daar is de jacht afgeschaft en blijven de populaties verder dalen. Een verbod is vooral een symbolische maatregel, om politiek mee te scoren, maar pakt de echte redenen van de achteruitgang niet aan.
  •  Schauvliege vergist zich van vijand. Dé belangrijke oorzaak van de achteruitgang is het systematische verlies aan geschikt leefgebied (door lintbebouwing, monotone en grootschalige landschappen, intensieve teeltmethoden), en door het verlies van leefelementen waar het krioelt van de insecten (nodig om de kuikens te voeden).
  • Als de jacht op de patrijs stopt, gaan jagers al hun maatregelen om een lokaal wildbestand uit te bouwen allicht achteruit schroeven (het aanleggen van fauna-akkers, van landschapselementen, van heggen en struweel, het bijvoederen in de winter, maaiverliezen tegengaan –overigens vaak in de vrije tijd gedaan en op eigen kosten aangelegd). Dan is de patrijs nog slechter af. Ook de jachtdruk op de predators van de patrijs, zoals de vos of de kraai, zal verminderen. Dat betekent meer ‘vijanden’ voor de patrijs in het veld, dus minder kans om te overleven.
  • Jagers onderhouden een goede band met de landbouwer. Resultaat is regelmatig dat jagers landbouwers kunnen overtuigen om beheerovereenkomsten af te sluiten, hier en daar een hoekje te laten liggen en een rand in te zaaien, en dat speciaal voor het akkervogeltje. Wie gaat deze taak overnemen als de jacht op patrijs wordt stopgezet? Natuurverenigingen en landbouwers zijn tot vandaag niet de beste vriendjes.
  • Globaal gezien daalt de populatie in Vlaanderen, dat is een feit. Maar ligt dat aan de jagers? Verre van. In heel wat revieren slagen jagers er net in door extra maatregelen te nemen en door een verstandig en duurzaam beheer de populatie op peil te houden. Een jachtverbod smoort net hun motivatie in de kiem en doet die inspanningen teniet.

In het interview staan nog enkele feitelijke fouten.

  •  De patrijs is niet met uitsterven bedreigd. Op de Vlaamse Rode Lijst staat ze met status ‘kwetsbaar’ aangeduid. Niet zomaar een semantisch detail.
  • Er zijn wel degelijk recentere gegevens dan na 2016. Zowel de tel- en afschotcijfers van de wildbeheereenheden (WBE) als de tellingen in het kader van de broedvogelmonitoring blijven doorlopen. De jachtsector zet sinds vorig jaar in op open en gestandaardiseerde tellingen op een wetenschappelijk verantwoorde manier.
  • Schauvliege beweert dat in de huidige jachtwetgeving de hoeveelheid aanwezige patrijzen bepaalt hoeveel er geschoten mogen worden. Dat is niet het geval. Op basis van de voorjaarsstand van de afgelopen drie jaar wordt bepaald of er voldoende patrijzen zijn om een afschot uit te voeren of niet. Enkel WBE’s die gemiddeld over de laatste drie jaar meer dan drie koppels patrijzen per honderd ha open ruimte telden, krijgen de toestemming om te jagen. De hoeveelheid patrijzen die mag geschoten worden ligt echter niet vast. Jagers voeren het afschot uit op een voorzichtige manier. Als een jager dit jaar te veel patrijzen schiet, kan hij de patrijzenjacht in de volgende jaren vergeten. Dat is schieten in eigen voet; een jager wil net een zo bloeiend mogelijke populatie. Dus wordt het afschot logischerwijs beperkt gehouden.
  • Volgens Mieke Schauvliege zou in 2016 driekwart van de patrijzen in het najaar zijn geschoten. Die berekening houdt geen steek. Ze baseert zich onder meer op de cijfers van de Vlaamse Broedvogelatlas, waarvan algemeen geweten is dat dit waarschijnlijk een ferme onderschatting is, omdat het telprotocol helemaal niet geschikt blijkt voor de patrijs. Als we kijken naar het rapport van INBO, dan luidt het besluit daar trouwens ook dat het moeilijk is de jachtintensiteit exact te berekenen of te interpreteren.

 

Geert Van den Bosch (directeur Hubertus Vereniging Vlaanderen): ‘De jacht op patrijs heeft nog een toekomst, als de jacht de toekomst van de patrijs is. Dat wil zeggen: wanneer jagers de dialoog willen voeren, en samen met de verschillende partners gaan nadenken over een gezamenlijke strategie. Van de andere kant wil dat zeggen: de tegenstanders moeten ook de openheid van geest hebben om de inspanningen van de jacht in dit dossier te erkennen. Daarom nodigt Hubertus Vereniging Vlaanderen Mieke Schauvliege, en de andere indieners van het wetsvoorstel, uit voor een terreinbezoek. Op die manier kan de politica zien dat Hubertus Vereniging Vlaanderen een medestander is, en constructief wil nadenken over het voortbestaan van de patrijs.’

Dit nieuwsartikel delen: