In Nederland mag al langer niet meer op de patrijs gejaagd worden. “Maar daarom doet de soort het niet beter”, zegt Wim Knol van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging.Wim Knol staat aan het hoofd van de afdeling Ecologie van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging en volgt van nabij het dossier van de patrijs op.

Hoe zit de situatie nu in Nederland?

Tot januari 2017 nog stond de patrijs op de wildlijst, weliswaar gesloten. Dat betekende: het werd maatschappelijk erkend als wildsoort, zoals ook de wilde eend of haas, maar bejaging mocht niet meer. Maar ook die erkenning viel weg door nieuwe wetgeving en politieke besluitvorming. Dus, de patrijs staat niet langer als wild omschreven in de wetgeving.

Gevolg: de betrokkenheid van de jager zal op termijn wegvallen?

Moeilijk te voorspellen. Door de patrijs als wild te catalogiseren, valt het onder de verantwoordelijkheid van de jager om een redelijke stand te bekomen, ook als het minder gaat met de populatie. In dat geval moet de betrokkene inzetten op biotoopverbetering of predatiebeperking. Gaat het goed, dan kan hij een aantal exemplaren schieten. Door het verlies van zijn statuut, raakt de patrijs nu uit beeld. Niet direct, maar geleidelijk aan. En mogelijk, ja, draait dat negatief uit. Want zolang de patrijs als wild door het leven ging, bleef ergens de mogelijkheid tot bejaging.

Anderzijds kunnen veel jagers ook gewoon genieten van het lawaai van de patrijs in de ochtend. En de aanwezigheid van het akkervogeltje duidt doorgaans ook op de aanwezigheid van veel andere bejaagbare soorten, zoals de haas of de fazant. Dus de inzet blijft niet zonder gevolg.

Zegt dat iets over de oprechtheid van het engagement van de jager?

Ik merk dat jagers zich vandaag nog steeds engageren in verschillende patrijzenprojecten, vaak in samenwerking met grondgebruikers en vogelorganisaties. Terzijde, van een lid van die laatste groep hoorde ik ooit de opmerking: “Ik zou blij zijn als de jacht op patrijs terug open mag, want dat betekent dat het goed met de soort gaat.”

De sector moet trouwens strategisch nadenken. Door blijvend in te zetten op de patrijs, zelfs al gaat die niet opnieuw direct open, kan de jagerij wel goodwill creëren. Zie het als een soort voorinvestering. Mogelijk leidt het tot nieuwe politieke afwegingen – bijvoorbeeld een nieuwe soort op de wildlijst, of een verruiming van de openstelling van het jachtseizoen.

Wordt de jager als grote schuldige in Nederland gezien voor de achteruitgang van de soort?

Neen. Want de weidevogels doen het algemeen fors minder, ook de soorten waarop niet gejaagd mag worden. Het is de intensiteit en de grootschaligheid van de landbouw die het meeste schade berokkent. En eenmaal de populatie kleiner wordt, begint ook de predatie een belangrijke rol te spelen. Met als gevolg dat makkelijk 70% van het broedsel verloren gaat. Tegen dat hoge percentage van verlies valt niet tegenaan te broeden; de overleving is dan heel gering.

Zal de populatie zich herstellen nu het niet langer als wild door het leven gaat?

Kijk naar de korhoen. Ook verdwenen van de wildlijst, en praktisch niet meer te vinden in Nederland. Ook de natuurorganisaties lukten er niet in om de soort blijkbaar te redden. Met andere woorden, verbieden leidt niet automatisch tot verbetering. Ik zou het graag willen hoor – een positief effect optekenen. Maar het is niet zo. Niets garandeert dat de patrijs het beter gaat doen door een algemeen verbod, terwijl lokale projecten nochtans successen optekenen en het areaal zelf steeg. Met areaal bedoel ik: het aantal akkerlanden met bloemranden, of het aantal geschikte leefhectares.

Veel mensen begrijpen niet waarom jagers per se het vogeltje willen bejagen.

Als de stand het aankan, zie ik geen probleem om enkele exemplaren toe te eigenen. Het duurzaam benutten van de natuur en een ecosysteem behoort tot de essentie van jacht. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld het gebruik van hout van bosbouw of de jacht om schade tegen te gaan, staat de oogstgedachte maatschappelijk ter discussie. Dat komt deels doordat de natuurbeschermers heel lang riepen dat alles beschermd moest worden. En in die maatschappelijke toon, die het perspectief bepaalt, is het lastig om te handelen. Terwijl het om een eenvoudig en eerlijk gebaar gaat, even oud als de mens zelf.