Het bijvoederen van kleinwild (patrijs en fazant) met voedertonnen tijdens de winter is ook in Vlaanderen een vaak toegepaste maatregel met het oog op het verhogen van de winteroverleving en de lokale voorjaarsstand van deze soorten. Ook potentiële overlastsoorten, zowel in ecologische als economische context, kunnen echter mee profiteren van het aangeboden voeder. Om de consumptie van het voeder door de doelsoorten te maximaliseren en door de overlastsoorten te minimaliseren, werden in het buitenland richtlijnen opgesteld voor het correct beheren van voedertonnen. In samenwerking met Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV) onderzocht het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) de effectiviteit van deze en enkele nieuwe richtlijnen in Vlaanderen.
Code Goede Praktijk voor de inzet van voedertonnen
Dit project onderzocht niet rechtstreeks de voor- en nadelen, noch de effectiviteit van bijvoederen voor het verhogen van winteroverleving of voorjaarsstand. Wel richtte het zich op welke soorten hiervan gebruik maken en of dit gebruik gestuurd kan worden door richtlijnen. Op basis van deze bevindingen doen we aanbevelingen over het goed beheren van voedertonnen, namelijk een Code Goede Praktijk voor de inzet van voedertonnen in functie van kleinwildjacht.
Voor dit onderzoek namen jagers in 47 jachtterreinen verspreid over Vlaanderen deel aan een simultane test waarbij twee type voedertonnen in elkaars buurt opgesteld werden: één uniforme voederton die beheerd werd volgens de richtlijnen van het onderzoek en één voederton zoals die nu gebruikt wordt door de jagers en die dus de richtlijnen niet specifiek volgt. We monitorden alle tonnen met behulp van cameravallen.
Voedertonnen worden vnl. bezocht door fazanten en ratten
De resultaten tonen aan dat beide types voedertonnen vooral bezocht worden door fazanten en ratten. Hierdoor zou bijvoederen met voedertonnen gedurende de wintermaanden vooral een geschikte maatregel zijn voor fazant. Patrijzen en zangvogels bezoeken de voedertonnen veel minder frequent. Het is dan ook onduidelijk in welke mate deze soorten hieruit voordeel zouden halen. Hoewel de richtlijnen het gebruik kunnen reduceren, blijven ratten toch een belangrijke bezoeker. Door de negatieve impact die hoge densiteiten van ratten kunnen hebben op o.a. grondbroedende vogels (inclusief patrijs en fazant) door een verhoogde predatiedruk, vormt dit een aandachtspunt bij de inzet en het beheer van voedertonnen.
Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) met steun van het Jachtfonds. We zijn ook zeer dankbaar voor de medewerking van de deelnemende jagers die instonden voor het beheren van de voedertonnen en de monitoring met behulp van cameravallen op het terrein.
Klik hier voor de samenvatting van het rapport.
Klik hier voor de conclusie van het rapport.
Klik hier voor inzage in het volledige rapport.