Een tekenbeet is amper enkele millimeters groot, maar de gevolgen kunnen dat allerminst zijn. Jagers brengen door de aard van hun activiteit veel tijd door in tekenrijke gebieden, zoals hoog gras en bossen, en lopen daardoor een verhoogd risico op beten. Dit artikel zet op een rij wat je moet weten over Lyme, TBE en alfa-gal.
Lyme: minstens één op de tien teken draagt de bacterie
De ziekte van Lyme (borreliose) is de bekendste tekenziekte. In België draagt ongeveer 10 tot 15% van de teken de Borrelia-bacterie. Niet iedereen die besmet raakt, wordt ook ziek.
Ontwikkelt de ziekte zich wel, dan is de rode kring (erythema migrans) het typische signaal. Hij verschijnt 2 tot 30 dagen na de beet, meestal na 7 tot 14 dagen. De kring groeit langzaam vanaf de beetplaats, terwijl het centrum vaak lichter wordt. Vandaar de bijnaam ‘bullseye’. Soms komen daar koorts, vermoeidheid en spier- of hoofdpijn bij.
Een lokale reactie op de beet is iets anders. Die roodheid verschijnt zeer snel, blijft meestal klein en breidt niet uit. Zie je wel een erythema migrans, dan schrijft de arts antibiotica voor.
Blijft de infectie onbehandeld, dan kan de bacterie zich door je lichaam verspreiden. Dat kan leiden tot artritis (een pijnlijk, rood, warm en gezwollen gewricht, vaak de knie) of tot neurologische problemen, zoals een ontsteking van een zenuwwortel.
TBE: het virus dat oprukt
Tekenencefalitis (TBE) is minder bekend, maar wel steeds relevanter. Het virus veroorzaakt een ontsteking van de hersenen en/of de hersenvliezen. Ongeveer twee derde van de besmettingen verloopt zonder symptomen. Soms volgt een milde, griepachtige ziekte (koorts, vermoeidheid, hoofdpijn) die gemiddeld een vijftal dagen duurt en vanzelf verdwijnt.
Daarna volgt een periode zonder klachten van ongeveer een week tot 20 dagen. Dan kan een tweede, zwaardere fase toeslaan met een ontsteking van hersenvlies of hersenen. De meeste patiënten genezen volledig. Bij de patiënten met ernstige klachten houdt 10% restletsels over en overlijdt 1 à 2%.
Het virus zit in de speekselklieren van de teek, dus besmetting kan al binnen enkele minuten na de beet gebeuren. Dat is het cruciale verschil met Lyme, want een tekencontrole na afloop van de jacht beschermt je hier niet.
Er bestaat ook geen specifieke behandeling. Antibiotica helpen niet tegen een virus. Vaccinatie voorkomt de ziekte wel.
Voor wie in België blijft, is vaccinatie momenteel niet nodig, want besmetting is hier uiterst zeldzaam. Voor wie regelmatig gaat jagen in risicolanden zoals Hongarije, Tsjechië, Slovenië, Zuid-Duitsland of Oostenrijk, raden we vaccinatie wel aan.
Toch bewijzen enkele recente gevallen dat “zeldzaam” niet “onbestaande” betekent. In 2018 raakten twee patiënten uit Oost-Vlaanderen en Limburg besmet, mogelijk in België. Omdat ze rond de incubatietijd ook in het buitenland waren geweest, was een lokale besmetting toen nog niet met zekerheid te bewijzen. In de zomer van 2020 stelden artsen drie bevestigde gevallen vast bij mensen die in België besmet raakten. In 2023 waren er twee gevallen, beide opgelopen in Oostenrijk. In heel Europa stijgt het aantal gemelde TBE-gevallen en breiden de risicogebieden uit.
Alfa-gal: als je eigen oogst je ziek maakt
Teken kunnen naast Lyme en TBE ook een vleesallergie uitlokken. Bij het alfa-galsyndroom reageert je lichaam allergisch op rood vlees en andere zoogdierproducten, zoals zuivel en gelatine, die de suikermolecule galactose-α-1,3-galactose (alfa-gal) bevatten. Voor jagers is dat extra wrang. Net het grofwild dat op tafel komt, zoals wild zwijn, ree en hert, bevat alfa-gal en kan dus een reactie uitlokken. Wild gevogelte zoals fazant, patrijs en eend blijft wel veilig, want vogels bevatten geen alfa-gal.
Volgens Sciensano pikken teken alfa-gal op wanneer ze bloed zuigen bij een zoogdier. Bijten ze daarna een mens, dan brengen ze de stof via hun speeksel over. Het lichaam kan daar antistoffen tegen aanmaken, die dan bij het eten van zoogdiervlees een allergische reactie uitlokken. Het gaat om dezelfde teek als bij Lyme, de schapenteek (Ixodes ricinus), die overal in België voorkomt en die het syndroom hier ook effectief kan veroorzaken.
Het venijn zit in de vertraging. Netelroos of jeuk verschijnen vaak pas twee tot zes uur na de maaltijd, soms samen met maag en darmklachten. In bijzonder ernstige gevallen kan een anafylactische shock volgen, en dan is onmiddellijke medische hulp nodig. Precies door die vertraging wordt het verband met een tekenbeet vaak gemist, want veel mensen denken eerder aan bedorven vlees dan aan een allergie.
Alleen al in de VS zouden tot 450.000 mensen het syndroom hebben. Toch blijft de kans op een effectieve allergie relatief klein, al ligt het risico voor wie veel buiten is een pak hoger. Een studie bij 300 Duitse boswachters en jagers, gepubliceerd in het vakblad Allergy in 2017, toonde aan dat 35% van hen antistoffen tegen alfa-gal in het bloed droeg. Dat betekent niet dat ze allemaal ook klachten kregen want slechts een deel van hen ontwikkelde effectief een vleesallergie. De antistoffen zijn dus vooral een teken van blootstelling, niet automatisch van ziekte. Ook in België duiken gevallen op. Volgens Didier Ebo, specialist immunologie en allergologie aan het UZ Antwerpen, ziet zijn dienst alleen al jaarlijks vier à vijf nieuwe patiënten met het syndroom.
Toch is de diagnose niet noodzakelijk levenslang. Blijven nieuwe tekenbeten uit en vermijd je rood vlees, dan verdwijnen de antistoffen vaak na verloop van tijd, meestal na 1 tot 5 jaar. Voor jagers is dat echter zelden een definitieve opluchting, want net zij lopen elk jaar opnieuw het risico om gebeten te worden, en een nieuwe beet kan de gevoeligheid meteen weer aanwakkeren.
Zo houd je teken van je lijf
Preventie is je beste wapen. Hoe beter je jezelf tegen tekenbeten beschermt, hoe kleiner de kans dat je met Lyme, TBE of alfa-gal te maken krijgt.
- Trek een lange broek en iets met lange mouwen aan als je de natuur in trekt.
- Gebruik een insectenwerend middel.
- Controleer thuis je hele lichaam, vooral hoofd, nek, oksels, ellebogen, liezen en knieholtes.
- Controleer ook honden op teken die nog kruipen.
- Pak een teek zo dicht mogelijk bij de huid vast met een tekentang, een tekenkaart of een pincet. Trek langzaam en volledig, bij voorkeur zonder de teek te pletten. Ontsmet daarna de beetplaats.
- Blijft de teek niet volledig weg, krijg je griepachtige klachten of zie je een ringvormige vlek, dan ga je naar de arts.
Tot slot
Wie vaak en lang in de natuur zit, loopt meer risico op teken. Dat hoort bij de jacht. Controleer je lichaam elke dag, neem klachten na een beet serieus, en meld je ook na een jachtreis naar het buitenland bij je arts als je je niet goed voelt.
Tekst: HVV Kenniscentrum
Bronnen:
https://eostrace.be/artikelen/allergisch-voor-rood-vlees-kaas-en-snoep
https://www.pirsch.de/news/fleischallergie-durch-zecken-bald-auch-deutschland-37407
https://tekennet.sciensano.be/diseases/tick-borne-diseases
Fischer, J et al. “Prevalence of type I sensitization to alpha-gal in forest service employees and hunters.” Allergy vol. 72,10 (2017): 1540-1547.