Sinds de introductie van de drukjacht als beheermethode voor grof wild hebben we waardevolle inzichten verworven in hun bewegingspatronen, gedrag, en biotoop. Daaruit bleek dat deze jachtvorm ook zeer geschikt is voor het beheer van everzwijnen; een toenemende uitdaging in Vlaanderen. De opgedane kennis laat ons toe om de effectiviteit – en zéker ook veiligheid – van onze toekomstige drukjachtdagen te maximaliseren.
We analyseren de belangrijkste leermomenten en de factoren waarmee in de praktijk rekening gehouden moet worden opdat een drukjacht succesvol zal zijn.
Dit artikel lees je, net als tal van andere boeiende artikels, als lid van Hubertus Vereniging Vlaanderen elke maand in ons professioneel ledenmagazine “De Vlaamse Jager”. Nog geen lid van HVV? Bekijk hier onze lidmaatschappen.
Wat is een drukjacht?
Drukjacht is een jachtmethode waarbij de ‘geweren’ (de jagers, n.v.d.r.) op een verhoog staan, een drukstoel genoemd. Deze drukstoelen staan verspreid over het volledige te bejagen gebied, hetgeen al een eerste wezenlijk verschil is met de traditionele drijfjachten waarbij de geweren rondom het gebied staan opgesteld. Indien het terrein en de omstandigheden het toelaten mag er 360° rondom een post geschoten worden, echter binnen een beperkte afstand. Dit is een tweede verschil met drijfjacht, waar men de 30°-regel hanteert waarin geschoten mag worden.

Foto 2: © Gert Wouters
Drijvers bewegen zich in verschillende kleine groepen door vooraf bepaalde sectoren van het jachtgebied zonder met opzet overmatig lawaai te maken
Het grootste verschil tussen beide jachtvormen zit echter in de werkwijze van de drijvers. Zij bewegen zich in verschillende kleine groepen door vooraf bepaalde sectoren van het jachtgebied, echter zonder met opzet overmatig lawaai te maken. De bedoeling is namelijk om het wild niet op te jagen of te drijven, maar juist rustig in beweging te brengen. Dit maakt dat het wild zich trager zal verplaatsen en niet hoogvluchtig zal worden. Omdat het wild minder snel beweegt, passeert het verschillende geposteerde jagers op een rustige manier. Dit stelt de jager in staat om het wild veel beter kan aangespreken en op korte afstand – met een hoge mate van zekerheid – een veilig bladschot kan plaatsen.
Door deze gecontroleerde en zeer selectieve methode wordt de kans op ziek geschoten wild tot een minimum herleid, terwijl de efficiëntie omgekeerd evenredig toeneemt. Waar er bij traditionele drijfjachten soms meerdere kogels per stuk wild afgeschoten worden, is dat bij een drukjacht doorgaans acht à negen stuks per tien afgevuurde kogels.
We mogen gerust stellen dat deze jachtvorm sterk bijdraagt aan de ethiek van de jacht
De factor biotoop en gebiedsgrootte
De biotoop van het everzwijn is in deze een sleutelfactor. Ze hebben een zeer groot leefgebied waarin ze vooral dichte dekking prefereren. Dit gegeven heeft een directe impact op hoe we de everzwijnen in beweging willen brengen – het ‘opstoten’ – richting een geschikte plaats, waar ze al dan niet gestrekt kunnen worden. We denken hierbij dan vooral aan mooie open plekken in het bos. Dit is echter niet altijd de plaats waar everzwijnen zich naar verplaatsen wanneer ze gedrukt worden. Ze hebben eveneens een aanzienlijke actieradius. Zo kunnen ze op één nacht zonder moeite meerdere tientallen kilometers afleggen.
Aanvankelijk zagen we dus wisselende resultaten. De ene dag was succesvol, de volgende veel minder. Dé bepalende factor hierin bleek samenwerking. Door gezamenlijk met naburige wildbeheereenheden op de aanliggende jachtterreinen gelijktijdig te jagen, hebben jachtheren de trefzekerheid aanzienlijk verhoogd. Gezien everzwijnen ware zwervers zijn en langere afstanden niet schuwen, is de vuistregel: maak het gedrukte gebied zo groot mogelijk.

Foto 3: Schema drukjacht.
Optimale opstelling van de drukstoelen
Bij het posten van de jagers is veiligheid uiteraard prioriteit nummer één. Een veilige kogelvang vereist vaak open plekken in het bos. Echter, zoals reeds vermeld, zijn dit niet altijd de doorgangen die gedrukte everzwijnen spontaan kiezen. Onze ervaring leert dat kleinere doorgangen en zones met lage vegetatie een verrassende meerwaarde kunnen bieden, mits de absolute veiligheid (kogelvang) volledig gewaarborgd is.
Wees ook bedachtzaam met rietgebieden en moeraszones. Wanneer deze tijdens de drukjachtperiode veel water bevatten, verhoogt dit het risico op een ‘ricochet’: restanten van een afgevuurde kogel die – na impact op een voorwerp – afketsen en hierdoor een ongecontroleerd traject beschrijven waarbij ze mogelijk ongewenst iets of iemand treffen.
Een cruciaal element is dat er ook enkele jagers geposteerd worden op strategische locaties buiten het gedrukte gebied, indien de terreincondities dit toelaten. Zij kunnen zich dan focussen op de everzwijnen die vanuit het gedrukte gebied zich verplaatsen naar dekking waar niet gedrukt wordt.
De rol van de drijvers en honden

Foto 4: Als honden ingezet worden, liefst rustige en controleerbare honden. © Gert Wouters
De drijvers, al dan niet vergezeld van hun hond, zijn als het ware de spil van een succesvolle drukjacht.
Vroeger lag de focus op krachtige, luidruchtige honden. Tegenwoordig verschuift dit naar staande honden en, verrassend genoeg, vaak oudere honden met minder loopvermogen, maar met een uitstekende neus. Deze zorgen voor een constantere verstoring. Het gebruik van aangelijnde honden resulteert in een lagere druk, wat in bepaalde omstandigheden zeer effectief kan zijn, mits de terreinbeheersing dit toelaat.
De beste resultaten worden behaald door alle dekkingen gelijktijdig en constant te bezetten gedurende de volledige duur van de drukjacht. De drijfverantwoordelijke moet een uitstekende terreinkennis hebben van het gedrukte gebied. Hij moet de capaciteit hebben om drijvers bij te sturen, bijvoorbeeld door versterking te gidsen wanneer een bepaalde groep moeite heeft evers uit hun dekking te krijgen. Dit coördinerend vermogen heeft in het verleden al tot spectaculaire successen geleid. Wanneer de drijvers gedurende de gehele tijd in het gedrukte gebied aanwezig blijven, is dit een groot voordeel voor zowel het resultaat als de veiligheid.

Foto 5: Op deze keiler kan veilig geschoten worden.

Foto 6: Op dit everzwijn schiet je niet in deze omstandigheden.
Gedisciplineerde jagers
Een groot verschil van drukjacht met de traditionele drijfjacht is de manier waarop de jagers tot schot komen. Waar het bij drijfjachten loont om heel reactief en snel te zijn – met soms meerdere kogels per gestrekt stuk tot gevolg – wordt bij drukjachten meer tijd genomen voor het schot. We streven hierbij één stuk wild per afgevuurde kogel na en schieten enkel op stilstaande of wandelende dieren, het spreekwoordelijke ‘drie van de vier lopers op de grond’.
De ervaren battuejager kan hierbij dus een nadeel ondervinden ten opzichte van de onervaren jongjager. De battuejager zal een eventuele ‘battuereflex’ als het ware moeten afleren op drukjachten. We wensen achter uitdrukkelijk op te willen merken dat dit artikel geenszins een betoog tegen drijfjacht is; enkel een toelichting van drukjacht. Beide jachtvormen hebben hun eigenheid en verdienen elk hun plaats in de jagerij.
De noodzaak van consistentie
De initiële reactie: ‘We zijn daar al gaan drukken, dat is niet meer nodig.’ is een valkuil. Het gaat niet alleen om het in beweging brengen van het everzwijn. Cruciaal is dat wanneer everzwijnen zich van dekking A naar B verplaatsen, er ook in dekking B drijvers aanwezig blijven.
Liever een lage en constante druk in álle dekkingen gelijktijdig, dan een hogere druk in slechts 50% van de dekkingen
Een bijkomend voordeel van een lagere, constante druk in kleinere dekkingen is dat het gevaar voor agressieve confrontaties tussen evers en honden afneemt, omdat de everzwijnen sneller een uitweg zullen vinden.
Conclusies
- Gebiedsgrootte: streef naar een zo groot mogelijk gelijktijdig gedrukt gebied, bij voorkeur in samenwerking met de buurjagers.
- Opstelling: posteer schutters ook op strategische locaties buiten het gedrukte gebied (enkel indien veilig).
- Honden: focus op rustige, standvastige honden die zorgen voor constante verstoring. Gebruik aangelijnde honden waar mogelijk en zinvol.
- Aanpak: elk terrein is uniek. Begin met een testcase en bouw de methode op basis van de lokale observaties verder uit.
Meer info?
Op onze website staat een volledig uitgewerkt draaiboek om stille drukjachten succesvol te organiseren.
Tekst en foto’s: Bruno Coel en Dirk Graind’Orge
Dankzij de jarenlange expertise op het vlak van drukjachten, zowel in de Hoge Venen als in Vlaanderen, heeft Dirk Graind’Orge een gigantische bijdrage geleverd inzake het organiseren van geslaagde drukjachten. Hij testte honderden scenario’s uit om te komen tot een succesvolle drukjacht. Een oprechte dikke proficiat voor deze pioneer is dan zeker ook op zijn plaats.
Dit artikel lees je, net als tal van andere boeiende artikels, als lid van Hubertus Vereniging Vlaanderen elke maand in ons professioneel ledenmagazine “De Vlaamse Jager”. Nog geen lid van HVV? Bekijk hier onze lidmaatschappen.