Dat Groen, bij monde van Mieke Schauvliege, alweer uithaalt naar de jacht is helaas geen verrassing meer. Wie haar laatste bijdrage in Het Nieuwsblad leest, merkt dat het opnieuw niet om natuurbeheer gaat, maar om een ideologische kruistocht tegen de jacht. De cijfers worden selectief gebruikt, de context ontbreekt, en de conclusie staat op voorhand vast: de jacht moet verdwijnen.
Neem de patrijs. Ja, de soort staat onder druk. Dat ontkennen jagers niet. Integendeel. Maar wie het probleem ernstig neemt, weet dat een jachtverbod geen oplossing is. In Nederland (jachtverbod sinds 1998), Luxemburg (jachtverbod sinds 1982) en Zwitserland geldt al decennialang een verbod op de jacht op patrijs. Toch bleven de populaties daar achteruitgaan. In Zwitserland is de soort zelfs verdwenen. Het echte probleem ligt bij habitatverlies door o.a.. intensieve landbouw en een hoge predatiedruk, zoals ook het INBO bevestigt in haar rapport.
In Zwitserland is de jacht op patrijs verboden.
De patrijs is er nadien volledig verdwenen.
Als Groen werkelijk begaan is met de patrijs, waarom horen we dan geen oproep tot een brede, sectoroverschrijdende samenwerking om Vlaamse akker- en weidevogels te beschermen? Omdat het debat voor hen niet over de patrijs gaat, maar over de jacht.
Als Groen werkelijk begaan is met de patrijs, waarom horen we dan geen oproep tot een brede, sectoroverschrijdende samenwerking?
Jagers trachten zoveel als mogelijk bij te dragen aan het behoud van de akkerfauna door samen te werken met landbouwers om leefgebied aan te leggen en te vrijwaren, en doen aan beheer van groeiende predatorenpopulaties. Stuk voor stuk maatregelen die cruciaal zijn voor grondbroeders.
Wie de patrijs en andere akkersoorten écht wil helpen, kiest voor samenwerking en degelijk beheer, en niet voor symbolische verboden die vooral goed scoren bij de achterban, maar de soorten waar het om draait geen stap vooruithelpen.