Een nieuwe studie van het INBO bevestigt dat meerdere factoren bijdragen aan de achteruitgang van de patrijs in Vlaanderen. Sommige factoren spelen daarbij een grotere rol dan andere.
De studie stelt dat beheermaatregelen in de eerste plaats moeten focussen op de factoren met de grootste impact op de populatiegroei: de overleving van de hen tijdens het broedseizoen, het nestsucces en de overleving van de kuikens. Voor maximaal effect adviseren de onderzoekers deze drie factoren gelijktijdig aan te pakken.
Uit de studie blijkt bovendien dat het stopzetten van bejaging op zich onvoldoende is om de verdere daling van de Vlaamse patrijzenpopulatie te voorkomen.
Wat werd onderzocht?
De studie had twee doelstellingen: nagaan welke factoren het meest bijdragen aan de achteruitgang van de patrijs in Vlaanderen en bepalen op welke factoren het beheer zich het beste kan richten voor populatieherstel.
Hiervoor gebruikten de onderzoekers een gedetailleerd populatiemodel dat alle levensfasen van de patrijs in rekening brengt. Voor de benodigde populatiegegevens werden 126 patrijzen (67 hanen en 59 hennen) van een zender voorzien in drie studiegebieden: Middelkerke en Roeselare (West-Vlaanderen) en Bekkevoort (Vlaams-Brabant), in samenwerking met lokale WBE’s. De gezenderde dieren werden wekelijks gevolgd gedurende 2022–2024.
Wat werd gevonden?
De studie vond grote jaarlijkse verliezen bij patrijzen: de jaarlijkse overleving bedroeg amper 35% voor hennen en 22% voor hanen. Predatie was de belangrijkste doodsoorzaak: 71 dieren (64%) werden gepredeerd.
Predatie was de belangrijkste doodsoorzaak. Maar liefst 64% van de patrijzen werden gepredeerd.
Bij de hen is het broedseizoen de periode met de hoogste sterfte. Predatie door roofvogels en zoogdieren was in deze fase met 76% de belangrijkste doodsoorzaak. Het verhogen van de overleving van de hen gedurende het broedseizoen vormt dan ook een belangrijke pijler voor populatieherstel.
Om de overleving van de hen en haar legsels te verhogen, adviseren de onderzoekers maatregelen die de predatiedruk verminderen. Daarbij pleiten ze voor een multisoortenstrategie, omdat meerdere predatoren bijdragen aan de predatiedruk. Ook biotoopbeheer om het nesthabitat te verbeteren is in deze fase belangrijk.
Het verhogen van het nestsucces van het eerste legsel vormt de tweede belangrijke pijler voor populatieherstel. In de studie was slechts 40% van de eerste legsels succesvol en bracht kuikens voort.
Naast predatie zijn maaiverliezen de belangrijkste oorzaak van mislukte nesten. In een uitgekleed landbouwlandschap nestelen patrijzen vaak in akkerranden, bermen en langs waterlopen. De uitkomstpiek van legsels ligt tussen 21 en 28 juni. Daarom adviseren de onderzoekers om maaien uit te stellen tot minstens 15 juli, en bij voorkeur tot 1 augustus.
De derde belangrijke pijler is het verbeteren van de kuikenoverleving. Om dat te bereiken, raden de onderzoekers maatregelen aan die focussen op het creëren van geschikt kuikenhabitat en het verminderen van predatiedruk.
Voor effectief populatieherstel moeten beheermaatregelen zich in eerste instantie richten op deze drie pijlers, omdat die nog veel kunnen verbeteren en daardoor de grootste impact hebben. Volgens de onderzoekers zal een geïntegreerde aanpak, waarbij de drie pijlers tegelijk worden aangepakt, het meeste effect opleveren.
Daarnaast onderzocht de studie de impact van bejaging. Hieruit blijkt dat het stopzetten van afschot, bij de in het onderzoek gemeten jachtdruk, de daling van de Vlaamse patrijzenpopulatie niet voorkomt. Volgens HVV is dit niet verrassend: ook in Nederland, Zwitserland en Luxemburg bleef de patrijzenpopulatie afnemen nadat een jachtverbod werd ingevoerd.
Standpunt van HVV
De nieuwe INBO-studie ondersteunt de theorie van de GWCT (Game & Wildlife Conservation Trust). Die omschreef al in de jaren 70, op basis van decennia veldonderzoek, de drie hoofdredenen van de achteruitgang van de patrijs — sterk afgenomen hen- en kuikenoverleving en een lager nestsucces — als de ‘driepotige stoel’. Moderne landbouw en predatie beïnvloeden vaak alle drie de poten van die stoel of hebben een zo groot effect op één van de poten dat de hele stoel wankel en instabiel wordt.
Studies en praktijkvoorbeelden uit het Verenigd Koninkrijk laten zien dat patrijzenbescherming en moderne landbouw verenigbaar zijn wanneer de theorie van ‘de driepotige stoel’ wordt toegepast.
HVV onderschrijft deze theorie van de GWCT al jaren. De resultaten van de nieuwe INBO-studie maken opnieuw duidelijk dat de patrijs in een cultuurlandschap zoals Vlaanderen voor haar voortbestaan afhankelijk is van actief beheer.
Daarom vraagt HVV:
- ruimere bejagingsmogelijkheden voor predatorcontrole:
- nachtjacht en bouwjacht op de vos buiten de schoontijd
- de opening van de jacht op de steenmarter
- opname van zwarte kraai en ekster in artikel 3 van het jachtdecreet en een jachtopeningstijd op deze soorten
- werkbare regeling voor de jacht op de verwilderde kat
- verruiming van de perimeter waarbinnen landbouwers beheerovereenkomsten met de VLM kunnen afsluiten voor het creëren van nest- en kuikenhabitat voor de patrijs;
- maaiverbod in beheerovereenkomsten en in bermen langs wegen en waterlopen tot 1 augustus.