In het voorjaar van 2026 werden de Vlaamse WBE’s opnieuw gevraagd om patrijzen te tellen volgens een gestandaardiseerd telprotocol. Van de 176 erkende WBE’s gaven 52 aan deel te nemen. De waarnemingen moesten worden geregistreerd via een overheidsapplicatie en werden vervolgens door INBO verwerkt. De wettelijke drempel voor bejaging bedraagt 3 broedkoppels per 100 ha open ruimte binnen de jachtterreinen van een WBE.
Minder inspanningen en lagere densiteit
Het aantal geregistreerde patrijzenwaarnemingen kende in 2026 een sterke terugval. Waar in 2024 nog 43.325 waarnemingen werden geregistreerd door 58 WBE’s en in 2025 nog 37.940 waarnemingen door 54 WBE’s, daalde dit aantal in 2026 tot 16.818 waarnemingen bij 52 deelnemende WBE’s. Het aantal waarnemingen is daarmee op één jaar tijd meer dan gehalveerd. Volgens INBO zijn hiervoor twee belangrijke verklaringen:
- een lagere telinspanning en
- lagere populatiedensiteiten van de patrijs.
Zonder kwaliteitscontrole zouden 19 van de 52 deelnemende WBE’s de wettelijke drempel halen. Na toepassing van twee datakwaliteitstesten blijven er nog 9 over, 7 West-Vlaamse en 2 Oost-Vlaamse WBE’s. Het INBO verwijderde tellingen op basis van twee testen:
- controle op realistisch aandeel koppelwaarnemingen t.o.v. alle waarnemingen
- controle op afstand tussen waarnemingen (ruimtelijke spreiding van waarnemingen)
De belangrijkste reden voor het uitsluiten van telgegevens van bepaalde tellers was dat meer dan 60% van hun waarnemingen als koppelwaarneming werd aangeduid. Kort samengevat: bij de tellingen werden bijna uitsluitend ‘koppels’ geregistreerd en geen andere type waarnemingen zoals solitaire vogels of groepen. Volgens het INBO strookt dit niet met de realiteit.
In mindere mate werden gegevens uitgesloten omdat de ruimtelijke spreiding van de waarnemingen een sterk afwijkend patroon vertoonde. Die daling kan echter niet gemakshalve bij de tellers worden gelegd. INBO wijst in het rapport zelf op:
- technische beperkingen van de applicatie
- fouten bij het digitaliseren van telgegevens
- onvoldoende en laattijdige communicatie over het gewijzigde telprotocol
Deze beperkingen en tekortkomingen wegen enorm op de motivatie van jagers om jaar na jaar tijd en energie in deze tellingen te blijven investeren.
Een INBO-rapport moet wetenschappelijk blijven
Het INBO verwerkte de telgegevens van de jagers en rapporteerde hierover in een publiekelijk eindverslag. HVV stelt echter vast dat dit eindrapport niet steeds een wetenschappelijke en neutrale toon hanteert. Op verschillende plaatsen gebruikt het INBO formuleringen die suggestief en verwijtend overkomen ten aanzien van de jagerij. Van een onderzoeksinstelling van de overheid mag verwacht worden dat zij haar bevindingen objectief en neutraal rapporteert, zonder de indruk te wekken een bepaald standpunt in te nemen.
Het verzoek van HVV aan Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns voor volgend jaar is eenvoudig en helder :
- ontwikkel de applicatie tijdig
- lever reeds in september of oktober een testversie op
- vermijd dat opnieuw tijdens het telseizoen fundamentele softwareproblemen optreden
- voorzie duidelijke en tijdige communicatie naar de jachtsector
- Zet jagers niet voor een voldongen feit door vooraf duidelijk te communiceren welke telgegevens niet zullen worden weerhouden.
HVV is daarom in overleg met het kabinet van minister Brouns opdat het ANB de jachtsector zou
voorzien van werkbare en eerlijke middelen om het telprotocol patrijs in 2027 op een degelijke manier uit te voeren.
Wat nu voor de patrijs?
Tegelijk moeten we nadenken hoe we voor de patrijs het tij kunnen keren. Biotoopverbetering en een doorgedreven predatorcontrole zijn twee complementaire maatregelen om de patrijs er weer bovenop te krijgen. HVV pleit dan ook voor een ruimer wettelijk kader om de positieve effecten van predatorcontrole te versterken. Zo moet het opnieuw mogelijk worden om zwarte kraai en ekster op ruimere schaal te beheren ter bescherming van wilde fauna. Daarnaast pleit HVV ervoor de nachtelijke bejaging van de vos toe te laten in Vlaanderen. Net zoals bij het everzwijn, eveneens een overwegend nachtactieve soort.
Een jachtverbod helpt de patrijs niet
De roep van Vogelbescherming Vlaanderen om een jachtverbod kan voor leken een eenvoudige oplossing lijken, maar het zijn net de inspanningen van jagers die ervoor zorgen dat de patrijs het in bepaalde delen van Vlaanderen nog goed doet. Zo’n oproep helpt de patrijs hoegenaamd niet vooruit. Wanneer het debat telkens wordt herleid tot een ideologische strijd tegen de jacht, gaat er tijd verloren om constructief na te denken hoe we de patrijs effectief kunnen helpen.
INBO stelt uitdrukkelijk dat jacht niet de hoofdoorzaak is van de achteruitgang van de patrijs, hoog tijd dus voor Vogelbescherming Vlaanderen om het geweer van schouder te veranderen en voor één keer echt in actie te schieten, maar dan in het belang van deze akkervogel, niet uit een doordrongen aversie t.o.v. de jacht.
De patrijs heeft niets aan polarisering,
wel aan mensen die op het terrein werken aan haar herstel.
Ook in andere Europese landen bleek een jachtverbod geen positief effect te hebben op deze iconische akkervogels, wat nogmaals aantoont dat de oplossing niet ligt in een symbolisch verbod, maar in actief beheer, biotoopverbetering, predatorcontrole en samenwerking met mensen die zich daadwerkelijk voor de soort inzetten. De patrijs heeft niets aan polarisering, wel aan mensen die op het terrein werken aan haar herstel.