Sedert 2018 pleit Hubertus Vereniging Vlaanderen consequent voor een soepelere en werkbare regeling rond het gebruik van jachtkansels. Niet alleen vanuit administratieve vereenvoudiging, maar vooral vanuit een essentieel veiligheidsprincipe: schieten vanop een jachtkansel verhoogt de veiligheid. In een context waarin jagers steeds nadrukkelijker worden gevraagd om de toenemende druk van overlastsoorten in te dijken, is het evident dat zij over de juiste middelen en methoden moeten kunnen beschikken. Want zoals men geen huis kan bouwen zonder degelijke fundering, kan men ook geen doeltreffend en veilig faunabeheer voeren zonder aangepaste middelen en methoden.
Daarom herhaalde Hubertus Vereniging Vlaanderen haar beleidsaanbeveling in haar Memorandum naar aanleiding van de verkiezingen van 9 juni 2024 voor het vrijstellen van omgevingsvergunning voor het plaatsen van jachtkansels in alle ruimtelijke gebieden. De vraag vond weerklank bij Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns en op zijn voordracht keurde de Vlaamse regering op 6 februari 2026 de aanpassingen aan het Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is (Vrijstellingenbesluit) van 16 juli 2010 definitief goed. Het gewijzigde besluit trad in werking op 1 maart 2026. Het nieuwe artikel 12/1.4 bepaalt dat U voor jachtkansels die buiten woongebied geplaatst worden voortaan geen omgevingsvergunning meer dient aan te vragen bij uw lokaal bestuur.
Voor jachtkansels die buiten woongebied worden geplaatst, hoeft voortaan geen omgevingsvergunning meer te worden aangevraagd bij het lokaal bestuur.
Het vroegere artikel 5.2 van hetzelfde Vrijstellingenbesluit stelde het plaatsen van een jachtkansel vrij van omgevingsvergunning in agrarisch gebied in ruime zin. Dat betekende dat het plaatsen van een jachtkansel in alle andere ruimtelijke gebieden slechts toegestaan is nadat een omgevingsvergunning werd afgeleverd door het lokale bestuur. Bovendien bestond ook een juridisch onduidelijke situatie op het terrein. Immers, er bestaan zonevreemde landbouwpercelen, die volgens het gewestplan niet de ruimtelijke bestemming van agrarisch gebied hebben. Ofschoon de jager een kansel plaatste in landbouwgebied, dan nog was hij gehouden om een omgevingsvergunning aan te vragen in dergelijke gevallen. Dat leidde tot rechtsonzekerheid. Ook in bossen was een dergelijke omgevingsvergunning steeds vereist.
Jagers dragen bij tot faunabeheer, waaronder het inperken van schade aan landbouwgewassen, schade aan eigendommen en schade aan wilde fauna en ecologische processen, zowel van overlastsoorten als van invasieve uitheemse soorten. Het gebruik van dergelijke jachtkansels is daarbij in heel wat gevallen noodzakelijk, zeker in vlakke gebieden. Bovendien steeg de overlastproblematiek van everzwijn en invasieve uitheemse soorten de laatste jaren hand over hand en heeft de jachtsector de verplichting de verdere verspreiding van deze problematiek binnen de perken te houden. Ook reewild komt sedert een aantal decennia gebiedsdekkend voor in Vlaanderen. Grof wild en bepaalde soorten overig wild en invasieve uitheemse soorten wordt bejaagd met kogelmunitie, en om veiligheidsredenen mag daarbij enkel geschoten worden wanneer er sprake is van ‘kogelvang’. Om die kogelvang te garanderen wordt dus in veel gevallen best geschoten vanop een jachtkansel, wat dus zorgt voor een verhoogde veiligheid voor de medemens en de omgeving tijdens de jacht.
De nieuwe bepaling zorgt dus voor een grote verruiming en een vermindering van de administratieve lasten voor jagers.
Bedankt Jo Brouns!