Vogelbescherming Vlaanderen trekt opnieuw naar de rechtbank om de patrijzenjacht te laten stilleggen. Jaar na jaar wordt hetzelfde recept naar voren geschoven: verbied de jacht en de patrijs zal herstellen. En vooral het opportunisme: spijs onze kas met donaties en de patrijs zal gered worden. Alleen tonen ervaringen uit onder meer Nederland, Luxemburg en Zwitserland aan dat zo’n verbod op zichzelf geen oplossing biedt. Ook na het sluiten van de jacht bleven de patrijzenpopulaties er verder achteruitgaan.
Dat populaties van boerenlandvogels waaronder de patrijs onder druk staan heeft veel diepere oorzaken. Door het verlies en de versnippering van geschikt leefgebied én een hoge predatiedruk sneuvelen enorme aantallen nesten, eieren en kuikens. In de Vlaamse cultuurlandschappen van vandaag is grootschalig habitatherstel bovendien onmogelijk. Akkerranden, keverbanken en andere maatregelen blijven absoluut waardevol, maar alleen daarmee zullen we de patrijs er niet bovenop helpen.
Durf nu toch eens de olifant in de kamer te benoemen
Daarom moeten we ook openlijk durven spreken over predatorcontrole. Niet vanuit een afkeer van bepaalde soorten, maar als doelgericht wildbeheer om akkervogels te helpen. Wie een ei wil bakken, moet eerst de schaal durven breken.
Dat betekent onder meer dat nachtjacht op de vos tijdens de periode van de bijzondere jacht mogelijk moet worden. Daarnaast pleit HVV ervoor om ekster en zwarte kraai onder de jachtwildsoorten onder te brengen, met openingstijden in het Jachtopeningsbesluit. Ook voor de steenmarter moeten openingstijden worden voorzien en tenslotte is er nood aan een praktisch uitvoerbare regeling voor de vangst van verwilderde katten. Wie de patrijs écht wil helpen, moet bereid zijn om daarvoor effectieve maatregelen te voorzien.
Wie een ei wil bakken, moet eerst de schaal durven breken. We blijven het herhalen: de patrijs heeft geen ideologische strijd tegen de jacht nodig. Ze heeft actief, consequent en resultaatgericht beheer nodig. En snel!