Nieuws

Factcheck: maakt de wolf de jacht op everzwijn overbodig in Vlaanderen?

Is de wolf efficiënter dan de mens in het beheer van wilde varkens? Hubertus Vereniging Vlaanderen toetste die stelling op haar waarheidsgehalte.

De wolf zal de jacht op everzwijnen in Vlaanderen overbodig maken, omdat de wolf op een natuurlijke manier het bestand gaat decimeren. Dat argument gebruiken tegenstanders van de jacht te pas en te onpas om het beheer op wilde varkens publiekelijk onderuit te halen. Maar klopt de stelling ook? Neen, zo blijkt uit een factcheck van Hubertus Vereniging Vlaanderen. En wel om vier redenen.

1.  De wolf eet liever hertachtigen

Uit een onderzoek van de stoelgang van een Duitse roedel, bleek dat het dieet van een wolf voor iets meer dan de helft – 55 procent – bestaat uit ree, voor 21 procent uit edelhert en voor 18 procent uit everzwijn.

Hetzelfde verhaal in Polen. Hoewel het land bekend staat om zijn gigantische populaties aan zwart wild, maken de evers maar een vijfde uit van het totale dieet van de wolf. Bovenaan de menukaart prijkt ree. Idem in Spanje, waar everzwijn 31 procent uitmaakte van het voedsel in de teruggevonden uitwerpselen.

In Vlaanderen kwamen, op basis van 49 uitwerpselen van wolf uit de periode 2018-2019, resten van everzwijn voor in iets meer dan 18 procent van de wolvenuitwerpselen.

Met andere woorden: de wolf eet varkensvlees, maar prefereert liever hertachtigen (en zal dus zijn inspanningen eerder richten op die laatste groep prooidieren).

2. Gezocht: 20 wolvenroedels

In 2019 werden in Vlaanderen 2.124 wilde varkens geschoten. Een record, zowel naar absolute aantallen als naar manuren.

Vraag: hoeveel wolven zijn nodig om hetzelfde werk te verrichten, in eenzelfde tijdspanne?

Een doorsnee roedel bestaat uit acht leden (vier volwassen dieren en vier welpen) en eet jaarlijks gemiddeld ongeveer 8.250 kilo aan prooien. Om daaraan te voldoen moet de groep wolven –in het hypothetische geval dat ze enkel en alleen everzwijn verorberen – op jaarbasis 400 volwassen exemplaren vangen om te overleven. Om meer dan 2.000 wilde varkens te verschalken, zoals de jagers deden, zijn bijgevolg minstens vijf roedels nodig.

Maar dat is om twee belangrijke redenen een compleet onrealistisch en onderschat scenario. Ten eerste: Vlaanderen is veel te klein en veel te versnipperd om vijf roedels te herbergen en beschikt niet over het nodige leefgebied (daarvoor is minstens 1.250 vierkante kilometer nodig, onderverdeeld in aangesloten lappen van 250 vierkante kilometer per roedel).

En ten tweede: everzwijnen maken slechts een deel uit van het dieet van wolven. In het meer realistische geval dat het voedsel van de roedel voor een kwart uit wilde varken bestaat, zoals de berekeningen hierboven leren, dan eet de groep per jaar maar 100 varkens (en geen 400). Om dan het werk van jagers over te nemen, zijn mathematisch gesproken twintig roedels nodig, ofwel: 160 wolven. Om meerdere redenen totaal onmogelijk in Vlaanderen.

Tussen haakjes: als in het huidige leefgebied van de wolf een roedel ontstaat, zal die slechts een vierde tot maximaal de helft van het aantal everzwijnen eten dat nu door afschot wordt verwijderd.

3. ‘Landschap van angst: veel theorieën, weinig bewijs’

Creëert de wolf een ‘landschap van angst’, waardoor everzwijnen kleinere worpen krijgen?

Het is – inderdaad – bekend dat predatie naast een direct ook een indirect effect kan hebben op de prooi. Zo kunnen prooisoorten zich gaan ophouden in een voor hen minder optimaal leefgebied. Wat, in tweede instantie, dan weer ongunstig kan uitdraaien op hun overleving en voortplanting.

Echter, de interactie tussen wolven en everzwijnen werd nog nooit wetenschappelijk onderzocht. Er bestaan geen studies die aangeven dat wilde varkens bijvoorbeeld minder jongen krijgen als in de buurt ook wolven leven. Wie het tegendeel beweert, speculeert en doet aan populisme.

Zal de wolf impact hebben op het gedrag van het everzwijn? Hoogstwaarschijnlijk, net zoals jacht dat ook heeft. Maar hoe die impact zich precies toont, en specifiek in Vlaanderen, valt momenteel moeilijk te zeggen. Zal het everzwijn zich meer gaan ophouden in gebieden met meer dekking? Zal de soort zich eerder verplaatsen naar de randzone van het wolvenleefgebied waar net meer landbouwgebied voorkomt? Zullen everzwijnen zich meer in de omgeving van bebouwing gaan ophouden? Onmogelijk om nu te voorspellen.

4. Jacht heeft grotere impact dan wolven

Een gevestigde wolvenpopulatie is geen garantie voor een efficiënter beheer van everzwijnen. Menselijk ingrijpen blijft nodig. Dat leert het buitenland. In Polen doden jagers tot zeven keer meer wilde varkens dan wolven. En in een Spaanse studie blijkt dat twaalf procent van de sterfte bij everzwijnen veroorzaakt wordt door wolven en 31 procent door de jacht. En zelfs als de jager de krachten bundelt met de wolf, dan nog blijkt dat onvoldoende. Want ook in die landen blijft de everzwijnenpopulatie (en dito schade) stijgen.

5. Conclusie

De wolf kan misschien wel bijdragen tot een oplossing voor het everzwijnenprobleem in Vlaanderen, maar zal de impact van de jager nooit of te nimmer compenseren. Tegenstanders van de jacht, die de wolf misbruiken om het draagvlak van de everzwijnenjacht te ondergraven, nemen hun wensen voor waarheid. En weten dat maar zelf al te goed.