Nieuws

Opinie: ‘Jacht heeft op lokaal niveau een positieve impact’

Nick Brion, redacteur bij PlattelandsTV, gaf recent een lezing over de jacht, waarin hij de stelling verdedigt dat ‘jacht een ethische, ecologische manier is om minder, maar kwaliteitsvoller vlees te kunnen eten’. 

In februari gaf Nick Brion, redacteur bij PlattelandsTV, een lezing bij CDS, de christendemocratische studenten van Gent, met als centraal onderwerp: de jacht. En hoe jagen zich verhoudt tot het ecologisch en ethisch bewustzijn. ‘Zodra je vlees eet, moet het besef er zijn dat er daarvoor een dier heeft moeten sterven en die link wordt lang niet altijd meer gelegd. Als jager sta je daar elke keer weer bij stil als je een dier doodt.’

Benieuwd naar de hele tekst? Lees hieronder

 

 

 

 width=

Nick Brion: ‘Jagen is meer dan schieten’

Goedenavond. Ik wil het met u hebben over iets wat mij persoonlijk erg aanbelangt: de jacht en hoe dat gebruik kan passen in een duurzame manier om aan vlees te komen in tijden waarin onze ecologische voetafdruk alsmaar groter wordt.

Rentmeesterschap 

Ik wil een genuanceerd beeld scheppen over het gegeven ‘jacht’ binnen een constant evoluerende maatschappij, waarbij de druk op de natuur ook toeneemt en we alsmaar verder afstaan van wat de natuur ons kan bieden. Ik start mijn verhaal vanuit de idee van rentmeesterschap.

De centrale vraag die we ons als mens moeten stellen is: “Hoe kunnen we op een verantwoorde manier omgaan met onze planeet, met de vruchten die ze ons aanbiedt, hoe kunnen we de toekomst voor verdere generaties op deze planeet aarde waarborgen en hoe kunnen we individueel –in groep– op maatschappelijk vlak en op wereldvlak de handen uit de mouwen steken om te zorgen voor onze Aarde?”

Menselijke vleesbehoefte

De jacht is allicht het oudste gebruik van onze soort om aan voedsel te komen. Met voedsel heb ik het over vlees. Studies van de Cardiff University binnen de faculteit ‘neurobiologie’ en binnen de faculteit ‘Evolutionary Linguistics’ van de Universiteit van Cambridge, maar even goed het geweldige ‘Oxford Handbook of Language Evolution’, stellen op basis van archeologische vondsten en aannames op basis van vergelijkend onderzoek bij mensapen dat ons brein, toen we vlees zijn gaan eten, enorm is gaan evolueren en expanderen. We zijn anders gaan denken en we zijn geworden tot wat we nu zijn. Vlees bevat heel wat Omega-3 onverzadigde vetten die volgens onderzoek een positieve impact zouden hebben gehad op de ontwikkeling van onze hersenen.

Enerzijds moet vlees als brandstof voor onze ontwikkeling een zegen zijn geweest, anderzijds zijn de uitwassen van die vleesbehoefte tot op vandaag zeer duidelijk wanneer we weer eens met een verhaal rond dierenmishandeling in slachthuizen om de oren worden geslagen.

We eten tegenwoordig te veel vlees, te veel vlees van slechte kwaliteit. Nou ja, wat is slechte kwaliteit? En wat kunnen we daaraan doen? Moeten we met z’n allen vlees uit ons dieet schrappen? Ik durf te stellen van niet. We moeten het gewoon anders aanpakken.

Andere oplossingen?

Een mogelijke oplossing is de zogeheten ‘korte keten’. Zoals de naam doet vermoeden, schakelen we een aantal grotere ketens uit, waarvan de voornaamste zijn: verdeling via grootwarenhuizen en multinationals en transport. We gaan als consument rechtstreeks de relatie aan met de producent. Dat werkt niet alleen eerlijke prijzen in de hand. We verkleinen ook onze ecologische voetafdruk. Er zijn tegenwoordig vleesveehouders die een dier pas slachten, wanneer het dier letterlijk van snuit tot poot werd verkocht. Het grootste hier aan verbonden nadeel voor de consument is de prijs. Die komt logischerwijze wat hoger te liggen. En laat dat voor heel veel consumenten de doorslaggevende factor zijn om net niet mee te stappen in dat hele korte-ketenverhaal.

De jacht als alternatief?

Van klimaatmarsen in Brussel tot de korte keten in het dorp kom ik aan bij het onderwerp van deze lezing. Hoe kom ik erbij dat de jacht in een maatschappij als vandaag een plek moet hebben? En hoe past de jacht binnen de idee van rentmeesterschap. Ik geloof oprecht dat de jacht een ethische, ecologische manier is om minder, maar kwaliteitsvoller vlees te kunnen eten. Vlees dat komt van dieren die niet behandeld werden met antibiotica, dieren die niet veroordeeld werden tot het leven in een hok dat ei zo na voldoet aan wettelijk afgesproken afmetingen, omgeven door tralies en betonnen vloeren. Wilde dieren die van bij hun geboorte tot de dag dat ze door de jager worden gestrekt, vrijuit hebben kunnen leven, niet in functie van de mens, maar in functie van hun eigen natuur en hun eigen bestaan.

Ik pretendeer niet een evangelist te zijn die een zaligmakende oplossing predikt, maar als overtuigd rationalist en natuurliefhebber wil ik zoveel mogelijk mensen overtuigen van de voordelen om op deze manier in je vleesbehoefte te voorzien. Ik eet geen vlees omdat ik het per se nodig heb, ik eet geen vlees omdat er geen alternatieven zijn. Ik eet graag vlees omdat ik hou van de smaak en ik ervan overtuigd ben dat we na miljoenen jaren van evolutie perfect ons dieet kunnen aanhouden, maar niet langer op een manier waarop onze toekomst in het gedrang komt. En zó ben ik in de jacht terechtgekomen.

Jagen is natuurbeheer

Jagen is van oudsher dus een manier om aan vlees te komen. Dat is voor het merendeel uit de nieuwe lichting jagers die elk jaar afstuderen het hoofddoel van die bezigheid. Daarnaast is jagen ook aan natuurbeheer doen.

In het Yellowstone National Park, dat zich uitstrekt over de Noord-Amerikaanse staten Wyoming, Montana en Idaho, vinden we een uitgebreide waaier aan fauna. Fauna die volgens de wetten van de natuur zichzelf reguleert en in stand houdt. Herten leven er in kuddes, de zwakkere dieren worden door toppredatoren als de wolf geselecteerd. Een betere illustratie van het Darwinistische adagium ‘survival of the fittest’ is er volgens mij niet. En dat brengt mij bij de ‘bottle neck’ in onze regio. Wij hebben geen toppredatoren meer in de natuur. De mens heeft de toppositie in de voedselketen sinds lange tijd overgenomen. En zoals wolven selectief (en misschien onbewust) aan beheer doen, ben ik van mening dat we met onze positie diezelfde taak op ons moeten nemen. Het enige verschil is dat wij beschikken over een bewustzijn. En daar kunnen we een verschil maken.

Zonder ingrijpen van de mens houdt de natuur, in Vlaanderen althans, zichzelf niet in stand. Sta me toe dit te illustreren met twee voorbeelden. Everzwijnen zijn sinds jaren aan een expansieve opmars bezig in onze streken. Zelfs in mijn geboortestreek van de Polders worden er alsmaar meer gezien. Als je weet dat een wild zwijn dat geboren wordt in januari, na 6 maanden geslachtsrijp is, en dus verantwoordelijk is voor een nieuwe lichting jongen of frislingen, dan kun je met een beetje hoofdrekenen inbeelden hoeveel een populatie wilde varkens na één jaar explosief aangroeit. Meer everzwijnen betekent meer schade, meer auto-ongevallen en een grotere druk op de biodiversiteit.

De provincies Limburg en Antwerpen kreunen intussen onder de druk van die toenemende populaties. De voornaamste kritiek die daarop kan komen, is dat wij de oorzaak zijn van die expansie. De ene zal gewag maken van ‘uitzettingen’ door diegenen die ze nadien willen bejagen. Anderen zeggen dat wij mensen alle natuur opeisen zodat de dieren zich aanpassen aan een voortdurend aanpassende omgeving. Door met vingers te wijzen in een of andere richting, wordt dat probleem niet aangepakt. Wel met aangepast beheer. Als jager kun je hierin ingrijpen, op een ethische manier. Kijken we verder dan de prooidieren in Vlaanderen en gaan we kijken naar de vos, allicht de bekendste predator in onze streken, dan is eenzelfde betoog van toepassing.

De vos kent in Vlaanderen geen natuurlijke vijand. Middenveldorganisaties spreken vrij snel, als het over de vos gaat, over een stabiele instandhouding van de soort, zonder tussenkomst van de mens. Waar ze niet in slagen, is een antwoord formuleren op cijfermateriaal dat binnen hun eigen rangen wordt vergaard, waarin duidelijk naar voren komt dat kwetsbare grondbroeders als de kievit, de patrijs, grutto’s en gorzen in aantal drastisch achteruitgaan, voornamelijk door predatie van de vos. “De industrialisatie van de landbouw”, “het gebruik van herbiciden” en “jagers” worden als pasklaar antwoord gebruikt. Daarnaast kan de vos zichzelf niet in evenwicht houden. De vos is een cultuurvolger. De stelling dat vossen vanzelf verdwijnen als ze geen eten meer vinden op het platteland, is begrijpelijk, maar fout. Vossen trekken tegenwoordig vaker de stad in, waar ze een onuitputtelijke bron van voedsel kunnen aanspreken: de vuilnisemmers, en het vele afval dat de mens achterlaat.

In Nederland is een poos geleden geprobeerd om de jacht op de vos te verbieden. Na een evaluatieperiode stelde men vast dat weidevogelpopulaties zich niet herstelden maar nog feller achteruitgingen. De jacht is volgens mij het enige middel waarin we iets kunnen doen aan de lokale biodiversiteit.

 width=

De natuur ligt veraf

De reden waarom we in onze politiek te weinig aandacht hebben voor de natuur en onze planeet, is volgens mij voornamelijk omdat alsmaar meer mensen hun band met de natuur verliezen. Ikzelf en veel van mijn generatiegenoten zijn opgegroeid in een tijd dat er nog werd buiten gespeeld op het dorpsspeelplein, dat er ’s zondags boswandelingen werden gemaakt en dat we kampen bouwden in het wijkbos. We leven in een tijd van massaconsumptie en technologisch vernuft. De nieuwe generaties krijgen op jonge leeftijd een smartphone of tablet toegestopt om ze stil te houden. We kijken naar buiten, maar zien de natuur niet meer. We eten vlees, maar zien de koe niet meer in de wei. Ik had nooit gedacht dat ik het ooit zou doen, maar ik verwijs hiervoor graag naar een proces dat door Karl Marx werd besproken in Het Kapitaal: de vervreemding. We zijn volledig gedetacheerd van de natuur om ons heen.

Veel mensen hebben een nogal zwart-witte kijk op de jacht. Hypocrisie loert om het hoekje als je van vleeseters moet horen dat ze jagen een verachtelijke bezigheid vinden en ze je nog net niet uitmaken voor een barbaar. Men is gedetacheerd van waar hun vlees vandaan komt. Bij een wild dier, zoals een reebok, dat mijns inziens op een veel menselijkere manier aan zijn eind komt, ligt dat voor de gemiddelde burger veel moeilijker. Ik vermoed dat dat te maken heeft met het idee dat er een wapen aan te pas komt en je de dood van het dier veel sterker kunt visualiseren.

En daar knelt het schoentje. Zodra je vlees eet, moet het besef er zijn dat er daarvoor een dier heeft moeten sterven en die link wordt lang niet altijd meer gelegd. Als jager sta je daar elke keer weer bij stil als je een dier doodt. Je hebt respect voor het dier waarvan je het leven neemt. Zonder te willen veralgemenen: veel mensen hebben geen respect voor het vlees dat ze consumeren, net omdat ze mijlenver afstand hebben genomen van de bron van dat vlees. De Engelse poëet Thomas Gray sprak ooit de woorden “Ignorance is bliss” (onwetendheid is zaligmakend). Daar is iets van aan.

Jagen is meer dan schieten

Wat ik graag nog wil meegeven, is dat jacht voor mij past binnen een verhaal van bewustwording over herkomst, over natuurbeheer, over onze ecologische voetafdruk en een nadenken over onze vleesindustrie. Als je als vleeseter nog eens geconfronteerd wordt met een verhaal over de jacht, bedenk dan voor jezelf eens het volgende: eet ik liever een dier dat zijn hele leven heeft genoten van de vrije natuur? Een dier dat heeft gegeten van bloemen, kruiden, takjes en twijgjes, noten en andere vruchten? Een dier dat tot zijn laatste beet geleefd heeft zonder invloed van stress zoals transport, de geur van angst of een slachthuis? Of blijf ik liever vlees eten waarvan ik de herkomst niet altijd ken? Een stuk vlees waar mogelijk kleurstoffen en antibiotica aan zijn toegevoegd?

Eindwoord

Volgens de idee van rentmeesterschap, dragen we de verantwoordelijkheid van de aarde die ons werd gegeven en alles wat leeft en beweegt. Ecologie en economie zijn al sinds mensenheugenis in conflict. In tijden van klimaatmarsen, dieselgates en lage-emissiezones, moeten we op alle mogelijke manieren proberen om onze leefomgeving naar waarde te schatten en haar in stand te houden voor de generaties van morgen. En volgens mij is jacht één van de oplossingen om althans op lokaal niveau een positieve impact te hebben op onze omgeving.