‘Dirk Draulans kan toeteren en noteren van nummerplaten wat hij wilt, maar jagers mogen volgens de wet ganzen schieten en bestrijden’, zegt Hubertus Vereniging Vlaanderen. De jachtorganisatie reageert op de ‘zoveelste pathetische column’ van de Knack-redacteur.

Oorlogsverslaggeving, barbaarse slachtpartij, onmenselijkheid, doodsfestijn: Dirk Draulans, nooit verlegen voor een overdrijving meer of minder, maakt zichzelf stilaan belachelijk in zijn niet aflatende strijd tegen de jacht. Hij is nu ook al boos als jagers zich gewoon aan de wet houden.

Op Knack-website verscheen begin deze week een aanklacht tegen een jachtpartij op ganzen die gaande was in de achtertuin van Draulans: de poldergebieden rond de Doelse Schelde-omgeving. Wat hij naar eigen zeggen te zien kreeg, tartte de verbeelding. Maar wat iedereen daarna te lezen kreeg, tartte volgens Hubertus Vereniging Vlaanderen pas echt de verbeelding.

Want Draulans ziet spoken. Dingen die er niet zijn (wat verklaart waarom hij, bij gebrek aan reële beschuldigingen, vooral de emotionele kaart trok en een verslagje afleverde dat als een puberdagboek bulkt van hysterie en aandoenlijke pathetiek, toch voor een volwassene).

Vogels van plastic

Ten gronde, en zelfs minder ten gronde, kan Draulans de jagers niets verwijten. Die handelden volgens de wet en mogen deze periode aan bijzondere bejaging en bestrijding van ganzen doen. Ook op het gebruik van lokkers –vogels van plastic om de aandacht te trekken van levende exemplaren– valt legistiek niets af te dingen. Draulans kan dat ongepast vinden en hij kan roepen en tieren en noteren van nummerplaten wat hij wilt, maar de Vlaamse decreetgever laat die mogelijkheid toe.

En de Vlaamse decreetgever, geadviseerd door biologen en wetenschappers, laat die mogelijkheid ook met een gegronde reden toe –achter het beheer van ganzen zit een logica die terdege hout snijdt.

Ganzen vernietigen kwetsbare planten

Ten eerste helpt het in de permanente strijd tegen invasieve exoten zoals de nijlgans –een vreemde eend in de bijt, afkomstig uit Jordanië en Afrika, die een acute bedreiging vormt voor het meer inheemse waterwild. Het bestrijden ervan wordt niet alleen opgelegd door Europa, ook eigenaars van natuurgebieden zien het beest door zijn agressief en territoriaal gedrag liever verdwijnen dan vermenigvuldigen.

Diezelfde tereinbeherende eigenaars –ten tweede– zitten vaak ook met de handen in het haar bij te grote aantallen van zelfs aanvaardbare soorten zoals de grauwe en de Canadese gans. Lokale populaties, die makkelijk uitgroeien tot driehonderd à vierhonderd stuks, kunnen door hun uitwerpselen en hun constant getrappel voor onherstelbare ecologische schade zorgen, ten nadele van kwetsbare amfibieën, vissen en planten. Jagen, en in uitzonderlijke gevallen het vangen en vergassen van ganzen in de rui, kan dat monitoren.

Tot slot gebeurt het beheren van ganzen ook op uitdrukkelijke vraag van landbouwers, om vernietiging van teelten en om –niet onbelangrijk in crisistijden– inkomensverlies te voorkomen (maar net zoals jagers moeten de boeren in het buitengebied op niet te veel compassie rekenen bij Draulans).

Tijdens bijzondere bejaging en bestrijding is het vaak –voor alle duidelijkheid– niet de bedoeling om alle ganzen te schieten, en dus aan een strenge populatieregulering te doen. Termen als ‘doodsfestijn’ dienen vooral het literaire schokeffect, wat Draulans perfect weet. Het echte effect van de maatregelen ligt eerder in het constant verjagen van de populaties naar minder schadegevoelige locaties, wanneer linten, vogelverschrikkers en het gaskanon als preventieve maatregelen niet meer werken. En door af en toe een gans uit de lucht te plukken –en nadien te verwerken tot een culinair topproduct– blijft de groep nooit lang ter plekke.

Op PlattelandsTV verscheen recent over deze problematiek nog een interessante reportage.

Bewakers biodiversiteit

Draulans, die jagers propagandisten noemt maar zelf al te vaak zijn feiten niet op een rijtje heeft, zo hebben de jagers in kwestie helemaal geen brandganzen geschoten die bewuste vrijdag 7 augustus, en was hij zo zeker van stuk dan moest hij maar Natuurinspectie bellen om ter plekke een officiële vaststelling te doen –wel, Draulans aanvaardt bovenstaande uitleg niet. Zijn goed recht als activist in deze. Maar uit de stijgende afschotschijfers van Vlaanderen –6361 geschoten Canadese ganzen in 2010 ten opzichte van 8297 in 2017– blijkt nochtans impliciet het broedsucces van de verschillende soorten. Waardoor geldt: hoe groter die totaalpopulatie, hoe omvangrijker de problemen. En hoe meer problemen en scheeftrekkingen tussen fauna en flora, hoe urgenter de noodzaak om lokaal in te grijpen. Wat jagers, als bewakers van de biodiversiteit, dan ook kosteloos doen.

Nu ja, dat gezegd zijnde –het zal allicht niet de laatste keer zijn dat Draulans zijn pijlen en zijn trillende verontwaardiging richt op de jachtsector. Het tegendeel zou verbazen, en ergens zelf verontrusten. Maar wat hij de jagers in de havenpolders verwijt –namelijk: het organiseren van ‘een ordinair schietkraam’– doet hij zelf ook, maar dan met zijn columns en persoonlijke bijdragen op Facebook: schieten om te schieten. Maar om in jagerstermen te blijven: het blijken telkens om ‘ketsers’ te gaan –patronen die niet afgaan.

Dit nieuwsartikel delen: