Zelfs een organisatie als het Wereld Natuur Fonds vindt dat trofeejagen moet kunnen. Meer nog: ‘we leasen zelf een jachtzone.’

‘Ik denk dat de meeste mensen weinig van trofeejacht afweten en vanuit emotie reageren, maar ik zeg altijd: dat dier dat nu ergens boven de haard hangt, heeft in Afrika een beter leven gehad dan een kistkalf hier.’

Dat zegt Christiaan Van Der Hoeven. Geen jager of betrokken partij, voor alle duidelijkheid, maar wel Senior Advisor Landscape & Species bij het Wereld Natuur Fonds (WWF). En dat mag op het eerste gezicht verwonderen, aangezien de organisatie de jacht niet bepaald een warm hart toedraagt.

Toch ziet hij het nut in van trofeejacht in bepaalde delen van Afrika. Bijvoorbeeld ‘als andere bronnen van inkomsten, zoals ecotoerisme, niet mogelijk zijn, dan is het onder strenge voorwaarden een optie’, zegt hij in het tweede nummer van Buit, een Nederlands magazine over natuur, buitenleven en jagen.

Van Der Hoeven geeft nog andere voorwaarden: ‘Als het inkomsten voor de lokale bevolking en natuurbescherming genereert. Als het gereguleerd plaatsvindt op basis van wetenschappelijk onderbouwde quota. Een mooi voorbeeld is de schroefhoorngeit of markhoor in Pakistan. Deze wilde geit stond op uitsterven. Na grondig wetenschappelijk onderzoek is toen de jacht weer toegestaan waardoor de lokale bevolking inkomsten kreeg en de soort werd beschermd tegen stroperij. Het is een duidelijk voorbeeld van hoe trofeejacht kan helpen om populaties te herstellen. Een ander mooi voorbeeld is Namibië. Daar zie je de populaties olifanten en neushoorns omhoog klimmen sinds de trofeejacht op een andere manier is opgezet: in samenwerking met de lokale bevolking en met goede regulatie en controle.’

Van Der Hoeven ziet evenwel nog problemen in de sector. Die aanpakken vormen een prioriteit, luidt het. Hoe? ‘Het zou goed zijn als er een lijst komt met gecertificeerde operators, zodat trofeejagers niet langer met malafide ondernemers in zee gaan.’

Hoe het dan wel moet? Van Der Hoeven geeft –toevalligerwijs– als voorbeeld Namibië. ‘In Namibië is de lokale bevolking in Kunene eigenaar geworden van de grond. Daarmee is het systeem gebroken. Verdween vroeger een groot deel van de inkomsten naar een buitenlandse operator, nu gaat dat geld naar de dorpsgemeenschap. Een andere optie die het WWF momenteel uitprobeert: we leasen zelf een jachtzone. In zo’n gebied kun je ecotoerisme of community-based hunting organiseren. In alle gevallen is de betrokkenheid van de lokale gemeenschap essentieel.’